Gaswinning in Groningen: zij leven ervan

Juist in Groningen is er veel vraag naar ingenieurs en technici. Ook als het misgaat. Zo leverden de problemen rond aardbevingen nu al 1.500 banen op.

Danielle van den Berg foto’s Eva Flendrie

De bodem trilt in Groningen, de problemen rond aardbevingen nemen toe. Maar er is ook een andere kant: voor ingenieurs en technici biedt het mogelijkheden en kansen op interessante banen. Hoe gaat dat nu eigenlijk, die gaswinning daar in het noorden?

Wie aan aardgas denkt, denkt aan de NAM, de Nederlandse Aardolie Maatschappij. Maar achter de NAM zitten weer twee andere grote bedrijven. Shell en ExxonMobil, het Amerikaanse bedrijf van de Esso-tankstations. Deze twee zijn allebei voor de helft eigenaar van de NAM. Werknemers van de NAM kunnen daardoor makkelijk doorstromen naar andere functies binnen bijvoorbeeld Shell. Best handig, dus.

Bij de NAM werken 2.000 mensen, die voor een groot deel aan het werk zijn in het noorden van het land: Friesland, Drenthe, Groningen en op platforms in de Noordzee. Daarnaast levert de hele aardgas en aardolie-industrie ongeveer 10.000 indirecte banen op, zegt Sander van Rootselaar, woordvoerder bij de NAM. Dat is inclusief secretaresses, communicatiemedewerkers, schilders en lassers.

Dat is nog lang niet alles. De NAM doet namelijk niet alles zelf. Het bedrijf huurt ook een grote groep werknemers in bij externe bedrijven die verschillende soorten klussen uitvoeren. ‘Contractors’ worden die genoemd, en het zijn er zo’n 5.000. Die worden bijvoorbeeld ingehuurd bij technisch dienstverlener Cofely, technisch advies- en ingenieursbureau Tebodin, of producent Siemens, die de compressoren op de locaties levert. Bij andere bedrijven in de gas- en energiesector, zoals Gasunie en GasTerra werken nog ongeveer 6.000 mensen. Zij transporteren aardolie en gas.

De gasindustrie heeft projecten die in één klap veel banen opleveren, zoals de ondergrondse gasopslag in Langelo in Drenthe. In de zomer wordt daar gas opgeslagen om in de winter – wanneer er meer vraag is naar gas – de Nederlandse huizen te verwarmen. De opslag was niet meer toereikend, dus werd er in 2011 besloten uit te breiden. „Daar zijn we een aantal jaar mee bezig en dat geeft een piek in het aantal banen hier”, legt Van Rootselaar uit. „Lassers, installateurs, schilders. Technici meten de leidingen, maken de constructies. Gemiddeld waren daar dagelijks 700 tot 1.000 man aan het werk.”

Varen tussen boorplatforms

In een andere categorie: de bouw van onderhoudsschip de Kroonborg leverde ook een hoop banen op. Een scheepsbouwer in Delfzijl bouwde anderhalf jaar aan een schip dat werkplaats, magazijn, hotel en transportmiddel in één is en nu vaart tussen de verschillende boorplatforms. En de bouw, in opdracht van de NAM, leverde zo’n 80 banen op, en indirect ook nog eens 250 manjaren. En de komende tijd blijft dat nog even zo: de scheepsbouwer heeft namelijk een contract getekend om de NAM voor tien jaar te ondersteunen.

Minder leuk, maar de aardbevingen doen ook goed voor de werkgelegenheid. „Door de aardbevingsproblematiek zal het aantal technische banen in de regio alleen maar toenemen”, zegt Van Rootselaar.

Nu zijn het 1.500 banen, maar dit zal de komende jaren zelfs groeien naar 3.000. Want ook vanuit Centrum Veilig Wonen is er vraag naar engineers: die berekenen hoe huizen versterkt moeten worden bijvoorbeeld. „Verder moet je denken aan ingenieursbureaus die actief zijn in de bouw, zoals Arcadis of Royal Haskoning DHV. Die komen nu ook naar het noorden.”