Dijsselbloem kan er écht niks aan doen

Foto ANP

Ophef. Zoals eigenlijk altijd wanneer de woorden ‘beloning’, ‘topmannen’ en ‘bank’ in één zin te lezen zijn. Vorige week verhoogde ABN Amro de salarissen van zes van de zeven leden van de Raad van Bestuur. Zij krijgen een ton extra, waarmee hun salaris in 2014 uitkomt op 708.000 euro.

Politici lieten hun afkeuring blijken. Zo ook minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA), die zei dat de salarisverhoging hem “als een graat in de keel” zit. Maar, voegde hij eraan toe, hij kon niets meer aan de loonsverhoging doen. “Dat kan juridisch niet en dat kan politiek niet”, aldus Dijsselbloem. Hij herhaalde het gisteren in de Tweede Kamer.

Maar de bank is toch tijdens de financiële crisis in 2008 genationaliseerd, kan Dijsselbloem er écht niks aan doen?

Waarom niet?

Het ministerie verwijst naar een wetswijziging uit 2012 onder Dijsselbloems voorganger Jan Kees de Jager (CDA). Door de Wet bonusverbod staatsgesteunde ondernemingen mag de bank het vaste loon van de top verhogen met maximaal 20 procent – dit ter compensatie van het bonusplafond waardoor zij aanzienlijk minder konden verdienen dan vóór de nationalisatie.
Twee jaar zag de bank af van de verhoging, in 2014 niet. Aan die 20 procent komt ABN Amro trouwens niet: de verhogingen bedragen 16,67 procent.

Wat zegt de bank?

Een woordvoerder bevestigt de lezing van de minister. Ook Harald Benink, hoogleraar Banking and Finance aan de universiteit van Tilburg, geeft Dijsselbloem gelijk: de regeling is expliciet beoogd als compensatiemiddel. De wet is goedgekeurd door de Tweede Kamer. Dat kan de minister niet zomaar terugdraaien.

En wat denken de critici ervan? Pieter Lakeman, onderzoeker en financieel activist, denkt dat de minister “zeer waarschijnlijk gelijk” heeft, zegt hij. Hij legt uit: veel mensen denken dat de aandelen van ABN Amro direct in staatshanden zijn. Dat klopt niet. De staat heeft een stichting opgericht, het NLFI (dat ook de aandeelhoudersrechten in ASR en SNS Reaal beheert), met drie bestuursleden: die stichting is de officiële aandeelhouder.

Lakeman: “De stichting is formeel een onafhankelijk rechtspersoon en is er juist om directe staatsinvloed te verminderen.” Jan Kees de Jager gaf in 2012 de NLFI toestemming om met de wijziging van het beloningsbeleid in te stemmen.

Slag om de arm

Toch houdt Lakeman een slag om de arm. “Beslissend is wat voor afspraken er zijn tussen het ministerie en de stichting.” En daar is nog geen duidelijkheid over. Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) kondigde Kamervragen aan: hij wil onder meer van de minister weten of hij de stukken over het beloningsbeleid van ABN Amro die zijn voorgelegd aan de vergadering van aandeelhouders openbaar kan maken.

Hoe denkt Omtzigt over de uitspraak van Dijsselbloem? Theoretisch heeft hij gelijk, zegt hij: hij kan niet het salaris van een zittende bestuurder aanpassen, vastgesteld nota bene onder een vorige minister. Maar Omtzigt betwijfelt of ABN Amro zich daadwerkelijk aan de regels heeft gehouden. Zo trad financieel topman Kees van Dijkhuizen pas aan in 2013, dus na de wetswijziging. De CDA’er denkt dat Van Dijkhuizen niet voor een salarisverhoging in aanmerking komt. “Daarom willen wij weten waaraan Dijsselbloem goedkeuring heeft gegeven.”

Dus?

Dijsselbloem kan de beslissing op dit moment niet terugdraaien, maar uiteraard kan (en kon) hij zich er hard voor maken dat de regelingen worden aangepast. zijn invloed in de informele sfeer aanwenden en zaken agenderen. Zoals dat overal in de politiek gebeurt.