80.000 vrachtwagens zand per dag

Het Nederlandse Boskalis graaft in Egypte mee aan een ‘tweede Suezkanaal’. In augustus moet het af zijn, want de Egyptische president Sisi heeft haast.

Een graafmachine aan het werk in Ismalia. Foto AP foto Hassan Ammar / AP

Jorg Oosthoek (31) staat op het dak van het projectkantoor in de Egyptische stad Ismaïlia. Hij kijkt uit over het Suezkanaal en ziet daar de grote vrachtschepen langsvaren. Dat zijn er op dit moment 49 per dag. Over vier maanden moeten dat er 97 zijn.

Om dat voor elkaar te krijgen verplaatst Oosthoek, engineer planning & production bij Boskalis, samen met 1.600 collega’s van vier samenwerkende baggeraars meer dan 180 miljoen kuub zand: er wordt een tweede Suezkanaal aangelegd.

In het midden van het 193 kilometer lange Suezkanaal is de Nederlandse baggeraar bezig een nieuwe vaargeul aan te leggen parallel aan het Suezkanaal. Samen met drie andere partijen, onder wie Van Oord, een andere Nederlandse baggeraar, is het 1 november begonnen met baggeren.

Wat gegraven wordt, is een parallel kanaal van in totaal 35 kilometer die de wachttijd voor schepen drastisch moet verkorten. De tweede vaarweg moet tweerichtingsverkeer mogelijk maken in het kanaal. Nu moeten schepen elf uur wachten om tegenliggers te laten passeren.

Miljoen kuub zand per dag

Dat er zo razendsnel wordt gewerkt heeft alles te maken met de wensen van de Egyptische president Sisi.

Tijdens de presentatie van het megaproject zei Mohab Mameesh, directeur van de Suez Canal Authority, vol zelfvertrouwen dat de klus in drie jaar geklaard zou worden. President Sisi was het hier niet mee eens. Het moest in één jaar.

En zo gebeurt het nu dus.

Mede door het korte tijdsbestek is het volgens Boskalis een van de grootste baggerprojecten van het decennium. „Per dag verplaatsen we meer dan een miljoen kuub aan zand”, zegt Oosthoek. Even omrekenen: in een vrachtwagen gaat zo’n 12,5 kuub. Dat betekent dat er 80.000 vrachtwagens per dag gebaggerd worden. Het is moeilijk voor te stellen, ook voor Oosthoek. „Er zijn maar weinig projecten waar ze dat in een week doen.”

Voor die operatie ontvangt het consortium van baggeraars ruim 1,2 miljard euro, gelijk verdeeld over de vier partijen. De order van 600 miljoen euro voor Van Oord en Boskalis samen staat gelijk aan grofweg 1 promille, 0,1 procent, van het Nederlandse bruto binnenlands product.

„Dit maak je waarschijnlijk nooit meer mee: dit is zoveel werk in zo’n enorm korte tijd. Baggeren in de hoogste versnelling”, zegt Oosthoek. Hij werkt zes jaar voor Boskalis. Hij is verantwoordelijk voor het uitrekenen van de hoeveel baggermateriaal dat nodig is. „Ik kijk naar welk productievolume we moeten halen, welke schepen we daarvoor nodig hebben en hoeveel zand deze moeten verplaatsen.”

Ter plekke kijkt de engineer naar het proces aan boord van de schepen: „Ik kijk dan of alles wel klopt wat ik uitgerekend heb. En ik probeer het proces samen met de bemanning te optimaliseren: kan het nog beter en sneller?”

Hoewel het project op schema ligt, kan het zijn dat er een schip het geplande productievolume niet haalt. Dan gaat Oosthoek naar dat schip en maakt een praatje met de bemanning. „Ik probeer er dan achter te komen wat er aan de hand is. Als de productie achterloopt, kijken we naar de oorzaak hiervan. Is de grond bijvoorbeeld anders dan dat we hadden verwacht? Moeten we een technische aanpassing maken of ander materieel inzetten?”

Dat de grond hier en daar anders is dan verwacht, is volgens Oosthoek niet zo gek. „Het kanaal is kilometers lang. We hebben wel grondmonsters genomen, maar overal is de grond net weer anders.” Dat maakt het zo’n mooi vak, volgens hem. „Dat is baggeren, werken met de natuur. En die laat zich niet voorspellen.”

En hij heeft niet alleen de keuze uit het materieel van Boskalis. „Het materieel van alle baggeraars is samengevoegd. We zetten de schepen zo efficiënt mogelijk in, ongeacht van welke baggeraar ze zijn.”

Voor de megaklus zijn achttien grote baggerschepen overgebracht naar Egypte. Leidinggevenden komen grotendeels uit Nederland, zoals de kapiteins en de stuurmannen. Een deel van het personeel wordt in Egypte geworven. De bemanning van de schepen is internationaal.

Ja knikken, maar het niet snappen

In totaal werken er 45 nationaliteiten aan het kanaal. Zo veel culturen bij elkaar, dat is soms even aanpassen voor Oosthoek. „Wij Nederlanders zijn toch meer een horizontale organisatiestructuur gewend en doorgaans directer in de communicatie.” Dat is bij veel nationaliteiten anders, zegt hij. „Die hebben vaak een verticale organisatiestructuur, daar heerst een meer hiërarchische sfeer.”

En hoewel iedereen een andere achtergrond heeft, gaat de samenwerking, ook tussen de baggeraars, erg goed volgens Oosthoek. „Dat komt doordat iedereen naar de oplevering op 1 augustus toe werkt en enorm gemotiveerd is.”

De communicatie levert soms problemen op. Niet iedereen spreekt perfect Engels. „Het komt weleens voor dat iemand ja knikt, maar het eigenlijk niet snapt. Dat moet je aanvoelen.”

Genoeg uitdagingen op het project dus. Oosthoek werkt zes, soms zeven, dagen per week en werkdagen zijn van 07.00 uur tot 19.00 uur voor een periode van acht weken. Daarna volgt vier weken verlof. Maar wat doet een production engineer naast zijn werk? „We hebben laatst een uitje gemaakt naar de piramides en gaan ook weleens de stad in.” Voor de rest is het vooral werken.

Met nog vier maanden te gaan ligt het project op schema en heeft het consortium een belangrijk deel van de in totaal ruim 180 miljoen kuub verplaatst. Hierbij worden volumes gehaald van meer dan 1 miljoen kuub per dag. Maar hoe gaat dat in zijn werk?

Nou, de belangrijkste wapens zijn de enorme baggerschepen, snijkopzuigers, of cutters in jargon. Oosthoek: „Dat is een schip met een ladder die je naar de bodem kan laten zakken. Onderaan die ladder zit een snijkop met tanden.” Die roterende kop snijdt de grond aan. Die wordt vervolgens opgezogen door een pomp, ingebouwd in die ladder.

De snijkopzuiger wordt ingezet voor hardere grondsoorten, de sleephopperzuiger wordt doorgaans gebruikt voor zachtere grondsoorten. Bij dit project verdiepen de sleephopperzuigers de delen waar de snijkopzuigers al hebben gebaggerd door zand van de bodem op te zuigen.

Onrealistisch landschap

En dat zand moet ergens naar toe. „We hebben ongeveer een marathonlengte aan leiding liggen op dit project, om al het zand af te voeren.”

En waar komt dat uiteindelijk terecht? „Het zand wordt naar aangewezen zones gepompt, direct grenzend aan het kanaal, in de Sinaïwoestijn.”

Dat zorgt voor een onrealistisch landschap, zegt Oosthoek. „Daar liggen bergen van meer dan 40 meter hoog.” Er wordt extra zand gestort in de woestijn, wat gaan ze daarmee doen? „De Egyptische regering heeft plannen voor de industriële ontwikkeling rondom het kanaal. De terreinen die wij momenteel vullen kunnen daar mogelijk een onderdeel van gaan vormen.”

Dat is iets waar de baggeraars zich geen zorgen over hoeven te maken. Wat wel belangrijk is, is dat 1 augustus gehaald wordt. „Zoals het er nu naar uitziet, gaat dat lukken. De schepen behalen hun verwachte productieniveau. Maar het is pas klaar als de laatste kuub eruit is.”

    • Bas Tooms