Ted Cruz: de kansloze, ontembare kandidaat

De kans dat hij president wordt is miniem. Toch kan de Republikeinse senator Ted Cruz het de elite van zijn partij lang moeilijk maken.

De Republikeinse senator Ted Cruz en zijn familie maandag in Virginia nadat hij zijn kandidatuur voor het presidentschap bekend had gemaakt. Foto Chris Keane/Reuters

De Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 zijn begonnen met de eerste serieuze kandidatuur, die van de Republikeinse senator Ted Cruz (44). Op een symbolische plek, de evangelische Liberty University in Virginia, kondigde Cruz een campagne aan die zal draaien om getuigenispolitiek en principes.

Cruz deed gisteren zijn best de evangelisch-rechtse vleugel binnen de Republikeinse Partij aan te spreken. Als radicale en luidruchtige senator staat hij al bekend; Cruz wilde nu vooral zijn geloof benadrukken. Hij schetste een bijna theocratisch beeld van Amerika, dat gesticht was „op het revolutionaire idee dat onze rechten niet door de mens gegeven zijn. Ze komen van de Almachtige God.”

De kans dat Ted Cruz president wordt, is miniem. Hij heeft grote geldschieters nodig, en daar ontbreekt het nog aan. Hij heeft zo veel conflicten in de partij dat hij geen bondgenoten over heeft. Meestal kiezen Republikeinen uiteindelijk liever voor een kandidaat die door de partijelite naar voren wordt geschoven, zoals Mitt Romney in 2012. Bovendien: het is al zo druk op rechts. Met Ben Carson, Rick Santorum en Mike Huckabee dreigen de evangelische kiezers te versnipperen.

Toch gaat Cruz een grote rol spelen. In iedere Republikeinse voorverkiezing duikt er een conservatief op die de toon zet en kandidaten van het midden dwingt naar rechts op te schuiven. Dat was al zo in 1964, toen Barry Goldwater zelfs de nominatie won. Rick Santorum speelde die rol in 2012. Cruz is zo’n groot politiek talent – hij sprak gisteren volledig uit het hoofd – dat hij het de elite lang moeilijk kan maken.

De campagne van Ted Cruz (44) lijkt tegen president Obama gericht, maar dat is schijn. In werkelijkheid zijn gematigde Republikeinen het voornaamste doelwit van de Texaanse jurist. Hij speelt in op de onvrede onder een groot deel van de blanke, evangelische achterban die zich niet gehoord voelt. Gisteren noemde Cruz Obama of de Democraten niet één keer. Hij richtte zich op de evangelische woede: „De helft van de wedergeboren christenen stemt niet. Ze blijven thuis. Stel je voor: miljoenen gelovigen die in heel Amerika opstaan en in het stemhokje onze waarden verdedigen.”

In zijn korte politieke carrière heeft Ted Cruz altijd partijgenoten uitgedaagd en getart. Het is een strategie die loont. Hij werd in 2012 gekozen in de Senaat. Cruz kiest voor conservatieve thema’s die ook veel Republikeinen in verlegenheid brengen. Toen hij in 2013 met een 21 uur durend betoog probeerde Obama’s nieuwe zorgstelsel tegen te houden, was zijn boodschap ook gericht aan de Republikeinen in het Congres die de wet niet hadden kunnen stoppen.

Cruz is meer activist dan politicus. Het grote gebaar telt bij hem meer dan het resultaat. Toen hij Obamacare niet kon tegenhouden wist hij in de herfst van 2013 een tijdelijke sluiting van de federale overheid af te dwingen. Meer dan een wraakactie was het niet. Drie weken later gaven de Republikeinen alsnog toe; Obamacare is nooit in gevaar gekomen. Maar de keten van gebeurtenissen zorgde er wel voor dat de partijtop – onder anderen John Boehner, Mitch McConnell – nu bang voor hem is, net als vele andere Congresleden. Cruz is niet te temmen. Hij komt met onrealistische plannen, terwijl zij de schuld van die onhaalbaarheid krijgen.

In veel opzichten heeft Ted Cruz zich gisteren laten inspireren door, ironisch genoeg, Barack Obama. Niet alleen het vroege tijdstip – Obama was in 2007 ook de eerste – maar ook de boodschap leek identiek. Cruz vertelde hoe hij opgroeide in een problematisch migrantengezin. Zijn Cubaanse vader dronk te veel, en liet het gezin in de steek toen Cruz drie was. Pas toen vader Cruz religieus werd, kwam het gezin weer bijeen. Ted Cruz sloeg bijna een ‘Obama 2008’-toon aan toen hij zei: „Dit zijn de verhalen van ieder van ons. En toch is voor zo velen de Amerikaanse Droom steeds onbereikbaarder.”

Als advocaat heeft Cruz geleerd zijn woorden te slijpen. Hij studeerde aan Harvard en Princeton, en won als kind al debatwedstrijden. Cruz was een van de drijvende krachten achter het conflict voor het Hooggerechtshof na de presidentsverkiezingen van 2000, dat uiteindelijk zorgde voor de overwinning van George W. Bush. Hij stond toen al bekend om zijn goede voorbereiding en zijn theatrale neigingen. Hij hield zijn pleidooien graag op cowboylaarzen.

Cruz’ politieke agenda, bleek gisteren, bestaat vooral uit heel veel níét doen. Er komt geen migratiehervorming, de belastingdienst moet worden afgeschaft, en van Obamacare zal „ieder woord” worden geschrapt. Toch verpakte hij dit alles in een optimistische toon – bijna iedere zin begon met ‘Imagine’: stel je voor. Zijn vaste glimlach verliet hem evenmin.

    • Guus Valk