Spanningen in Noréns ‘Stilte’ in fraaie beelden en sterk spel

„Wij spreken niet dezelfde taal”, zegt Johnny gefrustreerd tegen zijn vader. De gezinsleden in Stilte (1986) van de Zweedse schrijver Lars Norén kunnen enkel nog met elkaar communiceren via wrange grappen en kwetsende scheldpartijen. De relatie staat op springen. Het familiehotel dreigt failliet te gaan door de alcoholverslaving van vader. Moeder lijdt aan terminale borstkanker en jongste zoon Johnny is geestesziek.

Stilte volgt het gezin tijdens één dramatische warme zomerdag. Regisseur Olivier Diepenhorst vertaalt de spanningen in enkele sterke beelden. Vader loopt steeds weg door dezelfde deur, richting drankkelder. Johnny danst bezeten op hysterische jazzklanken. In een aangrijpend delirium kust hij op Portisheads hypnotiserende The Rip (White horses) zijn moeder.

De acteurs komen langzaam op dreef met naturalistisch emotioneel spel. Sander Plukaard wordt in de rol van Johnny steeds gevaarlijker. Hein van der Heijden speelt prachtig subtiel een kwetsbare vader, die lief en onzeker is in nuchtere toestand, maar duivels met alcohol op.

Mooi contrast met het kibbelende gezin vormt huishoudster Martha (Anne-Chris Schulting), die als enige nog werk verzet. Ze draagt een vormeloos beige werkpak, dat goed past bij het troosteloze interieur van het hotel. Vormgever Lisanne Hakkers illustreert de vergane glorie treffend met lelijke tl-lampen. De personages klagen de hele dag over de hitte, maar vooral de kilte is in deze voorstelling overal voelbaar.