Pareltjes uit oude sessie Buena Vista

Het nieuwe verzamelalbum van Buena Vista Social Club bevat twee mooie opnames van de originele sessie met Ry Cooder uit 1996, maar ook storende live-registraties.

De Egrem Studio in Havanna waar het eerste Buena Vista-album is opgenomen. Foto Worldcircuit Foto’s Worldcircuit

Tijdens de legendarische eerste opnamesessie van Buena Vista Social Club in Havana in 1996 werden meer nummers opgenomen door de bejaarde Cubaanse muzikanten onder leiding van Ry Cooder dan uiteindelijk op plaat verschenen. Van dat eerste album zijn wereldwijd negen miljoen exemplaren verkocht. Nu, bijna twintig jaar later, komen twee nieuwe songs daarvan uit op Lost and Found. De rest van die plaat bestaat uit een ratjetoe van ‘verloren’ tracks van de vele soloprojecten en concerten die volgden. Het album vat wat dat betreft het fenomeen Buena Vista goed samen.

De rehabilitatie van vergeten Cubaanse sterren was eind jaren negentig een toevalstreffer. Middenin de roos. De oudjes bleken te voldoen aan een ongekende behoefte bij het westerse publiek. Buena Vista Social Club klonk nostalgisch maar niet ouderwets, de muziek was exotisch maar niet obscuur. Het werd de ideale soundtrack voor feestjes waarop keuvelen en dansen elkaar moesten afwisselen.

Naarmate het project groeide, werd het wel steeds meer een melkkoe. Ook op dit nieuwe album rust die verdenking.

De platenmaatschappij suggereert over Lost and Found dat er ‘verloren’ tracks van de originele sessie zijn gevonden. Dat gaat op voor twee van de veertien nummers. Als Buena Vista Social Club de platenmaatschappijen iets leerde, dan was het wel dat je een album moet verkopen met een goed verhaal. Dat verhaal werd in 1999 prachtig verteld in de documentaire van regisseur Wim Wenders over de oudjes die in de studio en op internationale podia aan een tweede jeugd begonnen. Het zorgde voor vraag naar nog meer van de klassieke Cubaanse stijl son. Er volgden soloprojecten en tours in uiteenlopende samenstellingen. De haast was begrijpelijk gezien de leeftijd van de hoofdpersonen, maar leek ook ingegeven door dollartekens.

Zangeres Omara Portuondo toert nog altijd, maar inmiddels zijn de meest aansprekende Buena Vista-leden overleden. Meestergitarist Compay Segundo stierf in 2003, lead-zanger Ibrahim Ferrer in 2005. Van die laatste staan enkele live-registraties op het nieuwe album.

Op Lost and Found staat de afwisseling van live en studio de intieme sfeer die het collectief altijd kenmerkte in de weg. Enkele studio-opnames doen wel denken aan de kracht van de eerste kennismaking van lang geleden. Habanera leunt op klassiek trompetspel van Manuel Guajiro en Macusa uit 1996 is een Cubaanse son van Compay Segundo en Eliades Ochoa die ook tekenden voor de hit van het originele album Chan Chan.

Volgens labelbaas Nick Gold is het aan de techniek van de Amerikaanse rootsmuzikant en toenmalig projectleider Ry Cooder te danken dat er nog bruikbare opnames bewaard zijn gebleven uit 1996 die niet op het album kwamen. „Je moet bedenken dat de opnames analoog gingen. Wat uiteindelijk op plaat kwam, had door zijn opstelling van microfoons nauwelijks bewerking nodig. Maar we lieten constant een DAT-recorder meelopen, zo kun je in de archieven ook nog terughoren hoe sommige nummers tot stand kwamen.”

‘Verloren’ kun je de tracks dus niet noemen. Gold: „De reden om er nu mee te komen is dat er steeds favorieten op de plank bleven liggen omdat ze niet op andere albums pasten.”

Het overrompelende effect van het eerste Buena Vista-album bereikt Lost and Found bij lange na niet. Als het verhaal eenmaal verteld is, worden nieuwe hoofdstukken steeds vaker bijlagen, studiemateriaal. De solide basis van Buena Vista zorgt ervoor dat elk nummer makkelijk de moeite waard is, maar op dit album staat geen nieuwe Chan Chan die je de komende jaren op elk tuinfeestje zal horen.

    • Leendert van der Valk