‘Niveau politie te laag bij aanpak zware misdaad’

Gebrekkige werklust en inefficiency tekenen recherche.

De Nederlandse politie is in het geheel niet in staat de zware misdaad effectief te bestrijden. Bij de recherche is sprake van „een tekort aan intelligentie”.

Deze conclusie trekt voormalig rechercheur en ex-journalist Michiel Princen, die een boek schreef over zijn ervaringen bij de politie. Hij nam vorig jaar na tien jaar ontslag, ontgoocheld over het gebrek aan slagkracht van de politie. Hij werkte bij de afdeling financiële recherche van de Amsterdamse politie. De ‘Champions League van de politie’, zo was hem door de politie verteld. Maar die vergelijking klopt volgens hem maar matig. De strijd van het opsporingsapparaat tegen de georganiseerde misdaad is volgens Princen veeleer die van IJsselmeervogels tegen Real Madrid.

Princen zegt te hebben gemerkt dat „het niveau van de recherche gewoon te laag is. En als gevolg daarvan de kwaliteit”. Op de werkvloer heerst een „ouwejongenskrentenbroodsfeertje” want chefs komen te veel uit de eigen gelederen voort. De overgrote meerderheid blijft er werken tot aan het pensioen, de lifetime employment wordt gekoesterd”.

Als gevolg van capaciteitsproblemen en te weinig efficiency doet de recherche meestal niets met „panklare dossiers” die de politie van de interne fraude- en security-afdelingen van grote bedrijven, banken en verzekeringsmaatschappijen krijgt aangeleverd.

Hetzelfde geldt voor aangiften van faillissementsfraude, subsidiefraude, acquisitiefraude, phishing, Nigeriaanse e-mailzwendelaars. Princen: „De argumenten om iets niet te doen zijn talrijk en winnen het in overleg en op de werkvloer met de ogen dicht van de argumenten om het wél te doen.”

Van alle rechercheurs bij de politie is volgens hem slechts twintig procent „echt volle bak aan het werk”. De overige collega’s zijn óf met verlof óf ziek. De huidige reorganisatie die de politie omvormt tot één nationaal korps zal volgens hem geen oplossing brengen. „Die reorganisatie maakt het voorlopig alleen maar erger. De politieorganisatie is compleet verzuurd en is nog meer naar binnen gericht dan ze al was.”

De zaken die de politie wel oppikt, lopen de kans bij het Openbaar Ministerie op de plank te blijven liggen. Er zijn te weinig officieren van justitie om strafzaken te leiden. Het komt volgens Princen regelmatig voor dat kant-en-klare dossiers bij het OM „in een soort Bermudadriehoek” verdwijnen.

Princen beschuldigt ook prominente advocaten ervan „zeer waarschijnlijk” met valse documenten hun cliënten te beschermen.