Nieuws! Het gaat super in uw stad

Gemeentes en provincies nemen nieuws- voorziening in eigen hand. Zoals in Heerenveen, waar de gemeente een ‘journalist’ aanstelde.

Illustratie Tomas Schats

Vergadering na vergadering sprak de gemeenteraad van Renswoude, vlak bij Amersfoort, een paar jaar geleden over de geplande fusie met Scherpenzeel en Woudenberg. Maar niemand deed er verslag van, want regionale kranten bezuinigden.

Toenmalig burgemeester Hugo Schorer noemde het „ongewenst” dat de burgers niet meer werden geïnformeerd. Dan gaan we het zelf doen, dacht Renswoude. In 2010 werd een freelancer ingehuurd als ‘gemeentejournalist’. Zij zou alle raads– en commissievergaderingen volgen. Verslaglegging was haar enige taak; ze schreef geen analyses en commentaren.

Een zorgwekkende ontwikkeling, vond de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) destijds. „Het rechtstreeks financieren van een journalist staat diens onafhankelijkheid in de weg”, reageerde secretaris Thomas Bruning.

Ondanks die kritiek krijgt het model-Renswoude navolging. Gemeentes en provincies willen niet meer wachten op regionale media en nemen de nieuwsvoorziening in eigen hand. In Limburg stelt de provincie dit jaar 1 miljoen euro beschikbaar om nieuwe media te stimuleren. En de Friese gemeenten Heerenveen en Achtkarspelen huren journalisten in om raadsvergaderingen te verslaan.

Het tekent de (financiële) problemen van regionale en lokale media. De oplagen dalen, de bakker en de slager om de hoek zetten hun aanbiedingen liever online of in een eigen folder. En bij krantenconcerns als Wegener en Telegraaf Media Groep volgen de bezuinigingen elkaar op. Een groot aantal van TMG’s huis-aan-huisbladen, belangrijk voor de lokale nieuwsvoorziening in Noord- en Zuid-Holland, maakt verlies.

De acht miljoen Nederlanders uit kleine gemeenten (minder dan 50.000 inwoners) krijgen aanzienlijk minder lokaal nieuws dan inwoners in grote gemeenten, stelde het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek vorige maand. In de grote stad zien mensen gemiddeld 310 nieuwsberichten per week (170 offline, 140 online); in dorpen zijn het er 80 (50 offline, 30 online).

Steun of geen steun?

Moet de overheid de bestaande lokale media financieel steunen? Ligt hier een taak voor de gemeente?

Raadsleden en wethouders zeggen van niet. Volgens het Stimuleringsfonds vindt een grote meerderheid dat onafhankelijke media cruciaal zijn voor het functioneren van de lokale democratie, maar, schrijft onderzoeker Henri Beunders: „De meeste gemeenten zien nauwelijks een rol voor zichzelf weggelegd.”

Juist de onafhankelijkheid mag niet in het geding komen en daarom ligt subsidie niet in de rede, aldus Beunders. „Rechtstreekse financiële ondersteuning is uit den boze. De enkelen die wel mogelijkheden zien, willen alleen facilitair en logistiek ondersteunen.”

Het klopt: regionale en lokale publieke omroepen ontvangen subsidie. Maar dat gaat niet meer van harte. Vanaf 1 januari krijgen de regionale omroepen 25 miljoen euro minder, een bezuiniging van 18 procent. Het kabinet wil dat de regio-omroepen meer samenwerken met de landelijke omroep. Veel heeft de kijker en luisteraar daarvan nog niet gemerkt.

De lokale publieke omroep zou van de gemeente 1,30 euro per huishouden moeten krijgen. Maar die afspraak wordt niet overal nageleefd. Volgens de Organisatie van Lokale Omroepen in Nederland (OLON) en het Commissariaat voor de Media ontvangt bijna 60 procent van de lokale zenders een gemeentelijke bijdrage lager dan de overeengekomen norm.

Ook de huis-aan-huisbladen – ruim zevenhonderd titels, met een totale oplage van 14 miljoen kranten per week – krijgen geld van de gemeente. Die plaatst sinds jaar en dag zijn officiële mededelingen in het gratis weekblad, van de Eemsbode in Delfzijl tot het Zeeuwsch Vlaams Advertentieblad. Maar dat is een aflopende zaak.

Sinds 1 januari 2014 zijn gemeenten wettelijk verplicht bouwaanvragen, kapvergunningen en andere mededelingen op internet te plaatsen. Dat maakt nieuwe diensten mogelijk; zo kan de burger in sommige plaatsen zijn postcode opgeven en krijgt hij per mail alle berichten over zijn leefomgeving. Het ‘ouderwetse’ huis-aan-huisblad wordt min of meer overbodig.

Ongezonde toestanden

De afhankelijkheid van gemeentelijke advertenties zorgt soms voor ongezonde toestanden. De toenmalige burgemeester van Utrecht, Aleid Wolfsen, zou in 2009 hebben gedreigd zijn advertenties in Ons Utrecht (TMG) in te trekken als het blad een kritisch artikel over hem zou publiceren.

Dan is een provinciaal mediafonds zoals in Limburg toch prettiger; dat staat immers op meer afstand van de pers. Of niet? „Daar ben ik niet heel enthousiast over”, zegt Thomas Bruning van de NVJ. „Het is beter dan niks. Maar het is altijd projectmatig. Heel hap-snap. Bovendien staat de ontvanger nog steeds te dicht op de macht die hij moet controleren.”

Bruning pleit voor het ‘Deense model’: daar is onlangs afgesproken dat alle commerciële redactionele initiatieven een bepaald bedrag ontvangen afhankelijk van de omvang van het redactionele budget. Ze moeten zich richten op een breed publiek en op een journalistieke taak. Hoe groter de redactie (vast en freelance), hoe meer geld.

Ondertussen is de ‘gemeentejournalist’ in Renswoude afgeschaft. Het bleek te duur. Renswoude, dat de fusie met de twee buurgemeenten wist tegen te houden, zendt nu alle raads- en commissievergaderingen uit via de site van de gemeente. Hoeveel mensen luisteren, en of onder hen ook een journalist is, is onbekend.