Message in a bottle

De komende weken interviewt nrc.next zeven weldoeners. Merijn Everaarts belichaamt het laven van de dorstigen. Een pleidooi voor het drinken van kraanwater en het verminderen van plastic afval.

Foto Lars van den Brink

Als het aan Merijn Everaarts ligt, zou het iedere dag Wereld Waterdag zijn. ‘Water en duurzame ontwikkeling’, het thema dat de VN afgelopen zondag aan de 22ste World Water Day meegaf, is voor hem namelijk business as usual.

Everaarts is de man achter de Dopper, de fles van kunststof materiaal zonder giftige stoffen, die het drinken van kraanwater promoot en tegelijkertijd de berg plastic afval moet verminderen. Het transporteren van water in wegwerpflesjes noemt hij de „grootste onzin die er is” – helemaal als dat water gewoon uit de kraan komt terwijl 780 miljoen mensen ter wereld geen toegang tot schoon drinkwater hebben.

Het kantoor van Everaarts (42) is in Haarlem. „Sorry voor de troep”, is het eerste wat hij zegt met een verontschuldigende blik op de stoffige vloer. Na 3,5 jaar antikraak was het hoog tijd om te verhuizen naar een groter kantoor op een vaste locatie. Hij wilde niet in een suf kantoorpand terechtkomen, zegt Everaarts, en dus werd het een oude chocoladefabriek aan de rand van het centrum. Hij vergelijkt zijn bedrijf met een reeks dominostenen die steeds sneller valt. „We groeien zo’n 50 procent per jaar. In alles. In mensen, omzet en productie. We gaan naar de twee miljoen flesjes toe.”

Aan de pingpongtafel die voorlopig dienst doet als vergaderplek, vertelt hij over de vele levens die hij leidde voor Dopper. Hij komt oorspronkelijk „uit de horeca”, werkte tijdens zijn opleiding in een sterrenrestaurant en vervolgens als freelance organisator van evenementen als Mysteryland en Sensation. Hij verzorgde catering voor het koninklijk huis, reisde als projectmanager voor Canon de wereld over, beheerde ooit een vliegend theater en probeerde een wijnbedrijf in Finland op te zetten. („Een debacle.”) „Ik wil dat elke dag anders is”, verklaart hij zijn onrust. Met afkeer denkt hij terug aan de periode dat hij een eigen traiteurzaak had en iedere dag de vlag buiten moest hangen. Routine. Niets voor hem.

En toen kwam Dopper. Het begon allemaal zo’n vijf jaar geleden, met een documentaire op televisie over de plasticsoep. „Ik was boos, echt boos”, zegt hij daarover. „Gefrustreerd dat ik het nooit had gezien. Er is een hoekje bij een brug die ik iedere dag oversteek. Daar ligt altijd plastic, maar ik zag het gewoon niet. Ineens besefte ik dat anderen het dus ook niet zagen. Ik ken niemand die plastic op straat gooit, en jij ook niet, maar toch ligt het er.”

Je bedoelt dat we allemaal een beetje schuldig zijn.

„Ja. Dat besef kwam hard aan.”

Een documentaire die indruk op je maakt is één ding. Waarom besloot je vervolgens ook echt iets te gaan doen?

„Ik dacht: ik heb lang genoeg meegedaan aan deze maatschappij. Ik wilde ook elk jaar een nieuwe telefoon, dacht niet na over de kleding die ik kocht. Niet dat ik supervervuilend was, maar ik stond er niet bij stil wat voor impact dat had. We halen iets uit de grond, we gebruiken het één keer en gooien het weg. We denken dat plastic gerecycled wordt als we het in een plasticbak gooien, maar het zal nooit meer hetzelfde plastic worden als eerst. Dat moest anders, vond ik.”

Naast plastic afval verminderen wil je met Dopper ook het gebruik van kraanwater stimuleren en drinkwaterprojecten steunen. Dat klinkt behoorlijk ambitieus.

„Klopt. Minstens één keer per jaar voeren we hier de discussie: moeten we ons niet richten op één ding? Maar uiteindelijk is iedereen er toch van overtuigd dat we dat niet moeten doen. Ik geloof dat we op al die gebieden iets kunnen betekenen. De ene keer richten we ons op plastic, dan weer op water en arme mensen in de wereld die geen toegang hebben tot water, zoals we nu doen in Nepal.”

Hoe kom je opeens in Nepal terecht?

„Ik wist het ook niet, maar in Nepal hebben ze het op één na grootste zoetwaterreservoir ter wereld. Ieder jaar investeren we 5 procent van onze netto omzet in de Dopper foundation. We zetten 200.000 euro apart voor educatie en voorlichtingsevenementen in westerse landen en een deel gaat naar Simavi, een internationale ontwikkelingsorganisatie. Dit jaar ging het om 100.259 euro. In een land als India zou dat een druppel op een gloeiende plaat zijn. Ik wilde een project steunen dat kleinschalig is, dat ik kan overzien. Nepal is net zo groot als Nederland. Meer dan de helft van de bevolking heeft er geen toegang tot schoon drinkwater. Er is dus veel werk aan de winkel.”

Wat doen jullie daar?

„Als het goed is, zijn er aan het eind van dit jaar 20.000 mensen die van Dopperfaciliteiten gebruikmaken, verspreid over negen dorpen. Per cluster van huizen krijgen de bewoners een waterpomp en bij elk huis komen sanitaire voorzieningen. Het project zit zo in elkaar dat ze die voorzieningen zelf aanleggen en het leren te onderhouden. Dat is dus meer dan even een waterput ergens neerzetten en vervolgens hard wegrennen en denken: zo, die zijn gered.”

Je bent niet de enige die met een waterfles de wereld wil redden. Je hebt Bobble, One for One, Join the Pipe.

„Ik ben blij dat die concurrentie er is. Ze dragen allemaal bij aan een duurzamere levensstijl. Op een gegeven moment zal het zo ver komen dat de plastic fles gewoon niet meer cool is. Dan zijn er alleen maar duurzame alternatieven.”

Ben je dan tevreden?

„Ik ben van nature nooit tevreden. Ik had in mijn hoofd dat ik 200.000 Doppers zou maken, maar we zitten nu na vier jaar al op 2 miljoen. Daar ben ik natuurlijk heel blij om. Maar ik ben niet tevreden met wat ik zie om me heen. Er is nog een hele hoop te halen.”

Maar eigenlijk bestrijd je nu plastic met plastic.

„Ja, dat viel niet overal goed. We hebben een cradle to cradle-certificering, dat betekent dat we kunnen aantonen dat er geen gebruik wordt gemaakt van schadelijke grondstoffen. Ook wordt de uitstoot die de productie veroorzaakt, gecompenseerd door te investeren in windmolenprojecten en doen we aan recycling: mensen kunnen kapotte flesjes weer inleveren. Maar het belangrijkste aspect is duurzaamheid, de flesjes gaan lang mee.”

Op je website staat: er drijft 100 miljard kilo plastic in de oceaan. Bijna een miljard mensen hebben geen toegang tot schoon drinkwater. Kun je dan wel een verschil maken?

„Ik denk het wel. Hoe harder we roepen, hoe meer er gaat gebeuren. Ik spreek veel op hogescholen en universiteiten en ik merk gelukkig dat de jonge generatie zich er heel erg bewust van is.”