Maakt Brussel een eind aan netneutraliteit?

De VS stemde onlangs voor netneutraliteit. Ook in Nederland is die keuzevrijheid voor internetgebruikers in de wet vastgelegd, maar nieuwe Europese regels kunnen dat veranderen.

illustratie Boudewijn van DIepen

Boetes uitdelen aan telecomaanbieders die surfgedrag proberen te beïnvloeden – nu kan dat in Nederland, waar wetgeving voor netneutraliteit de keuzevrijheid van internetgebruikers waarborgt. Maar hoelang nog? In Brussel zijn nieuwe, Europese telecomregels in de maak die minder streng zijn en de Nederlandse kunnen verdringen.

Een conceptversie van die regels lekte onlangs uit. Het gaat daarbij zowel om netneutraliteit als om roaming, de omstreden extra kosten voor bellen in het buitenland. Uit de conceptversie blijkt dat EU-landen weinig voelen voor strenge internetregels en dat ze hun nationale telecombedrijven tegemoet willen komen met roaming.

Roaming zou dit jaar worden afgeschaft, maar Europese regeringen willen nu dat dit pas in 2018 gebeurt. Bij wijze van compensatie voor het late afschaffen van roaming zouden consumenten in het buitenland wel een beetje mogen surfen zonder extra kosten. 5 MB werd voorgesteld. „Een halve minuut NOS-journaal in hoge kwaliteit”, zegt Europarlementariër Marietje Schaake (D66). „Niks dus.”

Bikkelharde gevecht

Vorig jaar lanceerde het Europees Parlement een eigen, strenger voorstel voor een nieuwe telecomwet. Aangezien het medebeslissingsrecht heeft, moet worden onderhandeld om beide teksten bij elkaar te brengen. Deze week begint een zogeheten ‘triloog’, met de Europese Commissie als bemiddelaar tussen het Europarlement en de Raad van ministers die de lidstaten vertegenwoordigen. Een bikkelhard gevecht dreigt.

Netneutraliteit verhindert discriminatie bij het doorgeven van online content. Internetproviders mogen dan niet voorselecteren wat klanten te zien krijgen. Telecombedrijven willen verdienen aan klassieke telefonie of films kijken via de kabel, maar hemelbestormers als Skype en Netflix bieden zulke diensten gratis of goedkoper aan via internet. De verleiding om die te blokkeren of te vertragen is groot.

Wat ook kan: zulke bedrijven laten betalen, in ruil voor exclusieve, snellere verbindingen. Critici denken echter dat de grootste marktpartijen, met de diepste zakken, kleinere, innovatieve bedrijven hierdoor gaan wegdrukken – ze vrezen een tweedeling op de digitale snelweg.

Uitzonderingspositie

Minister Kamp (Economische Zaken) keerde onlangs „zeer teleurgesteld” terug uit Brussel. Hij wilde het wetsvoorstel van de lidstaten dichter bij de Nederlandse versie van netneutraliteit brengen. Volgens Kamp had hij zeven landen aan zijn zijde. Toen het op een stemming aankwam, was alleen Duitsland over.

Den Haag kan een uitzondering bedingen en eisen dat het strenger mag blijven dan Europa, maar is dat wijs? Het zou eigen bedrijven achterstellen en Nederland als vestigingsland minder aantrekkelijk maken. Naar verwachting zal Den Haag, als het zover is, meebuigen met de EU-regels.

Voor Nederland is het een dubbele nederlaag. Het gaat hier namelijk ook om de erfenis van Neelie Kroes. Als eurocommissaris Digitale Agenda (2009-2014) stampte zij het telecompakket uit de grond dat nu ter discussie staat. Kroes lobbyde zich vorig jaar suf bij lidstaten en marktpartijen. Maar toen in november een nieuwe commissie aantrad, was het pakket er nog niet door.

Europarlementariërs maken zich vooral boos over roamingkosten. De afschaffing daarvan is een van de meest aangehaalde voorbeelden van wat Europa voor burgers kan betekenen. Schaake wil er ook vanaf, maar vindt dat het de aandacht afleidt. „Netneutraliteit is veel belangrijker, omdat het over de toekomst van het open internet gaat. Maar het is ook technischer, en daardoor moeilijker uit te leggen.”

In het wetsvoorstel van de lidstaten mogen telecombedrijven niet blokkeren of vertragen, maar ze mogen wel voortrekken, met ‘zero rating’. Daarbij krijg je toegang tot bepaalde content (muziek, media) zonder dat dit van je databundel afgaat. Maar het maakt het moeilijker om te wisselen van provider – je kunt liedjes bijvoorbeeld niet meenemen als je telecomaanbieder exclusief met een muziekdienst samenwerkt.

Terwijl Europa terugkrabbelt, werd netneutraliteit vorige maand in de Verenigde Staten omarmd. Zijn de Amerikanen vooruitstrevender? Nee: de FCC (Federal Communications Commission) heeft het gemakkelijker. In de VS opereert een handjevol bedrijven op één markt. In de EU zijn wel veertig telecomaanbieders actief, in 28 landen, met evenzoveel toezichthouders en belangen. Het digitale Europa is een lappendeken, met kleine spelers die niet zijn opgewassen tegen Amerikaanse giganten.

Kroes zei: die markt moet, door overnames, snel consolideren. Slappe regelgeving verhindert dat – het is uitstel van executie. Maar EU-lidstaten, uitgezonderd Nederland en Duitsland, willen hun nationale kampioenen zo lang mogelijk uit de wind houden.

Daarmee riskeren ze niet alleen ruzie met het Europarlement, maar ook met internetgebruikers. Tachtig politieke jongerenorganisaties, deels gelieerd aan regeringspartijen die in Brussel heel iets anders voorstaan, hebben gezamenlijk opgeroepen tot netneutraliteit. Niet alleen lidstaten hebben dus verschillende opvattingen, er loopt ook een breuklijn tussen jong en oud.

Maël Brunet van OpenForum Europe, een maatschappelijke organisatie die strijdt voor open ICT-standaarden, wil de situatie niet dramatiseren. De positie van lidstaten was een paar maanden terug nog veel erger. Maar ook hij ontwaart zwakheden in het wetsvoorstel. Het zou vaag zijn, en dat maakt handhaving moeilijk.

Nationale telecomtoezichthouders zijn bezorgd, zegt Schaake daarover. „Lidstaten zeggen: als wij de hoofdlijnen uitstippelen, volgt de rest vanzelf. Maar elk gat in die wet zal genadeloos worden gebruikt.”