Knuffel moet radicaal in Pakistan weer op het rechte pad brengen

Jongerenwerker in Pakistan

Praten, een timmercursus, maar ook intimiteit moet radicalisering voorkomen. Het geheime wapen: moeders.

Mossarat Qadeem

Het ruige noordwesten van Pakistan lijkt een onuitputtelijke bron van extremistisch geweld van allerlei militante groepen. De slachting die de Pakistaanse Talibaan eind vorig jaar aanrichtten op een school in de stad Peshawar (132 kinderen gedood) vormde een nieuw dieptepunt. Maar Mossarat Qadeem, een kalme vrouw van middelbare leeftijd die zelf uit Peshawar komt, heeft een geheim wapen ontdekt tegen de almaar toenemende radicalisering van jonge moslims in de regio: hun moeders.

Qadeem heeft een netwerk opgericht van vrouwen en jongeren die zich in stadjes en dorpen hebben verenigd om de vrede te bewaren. Zodra ze een jonge man zien die dreigt af te glijden in de richting van radicale strijdgroepen of al is weggegleden, laten ze zijn moeder op hem inpraten. „Die moeders halen hun zoons over naar ons toe te gaan”, zegt Qadeem, terwijl ze haar hoofddoek rechttrekt.

Zo heeft het door haar in 2008 opgerichte Paiman nu 500 jongens en mannen van 18 tot 28 jaar op een ander spoor gebracht. En de organisatie bereidt zich voor op de opvang van nog eens 300 jonge radicalen en aspirant-radicalen. Soms reist Qadeem naar onherbergzame gebieden om bij de jongens thuis op hen in te praten. En ze heeft nauwe contacten met lokale geestelijken en stamoudsten.

Qadeem, onlangs in Nederland op uitnodiging van het islamitische platform SPIOR uit Rotterdam, spreekt liever van ‘transformeren’ dan van ‘ontradicaliseren’. Op het opvangcentrum van Paiman bij Islamabad krijgen de radicale jongeren lange gesprekken met stafleden, overwegend vrouwen. Het benodigde geld komt onder meer van de EU en de Noorse regering.

„De meesten hebben zich alleen tot zo’n radicale groep laten verleiden omdat ze hun zelfvertrouwen kwijt zijn”, zegt Qadeem. „Via gesprekken proberen we ze weer in zichzelf te laten geloven en zichzelf en de mensen in hun omgeving lief te hebben. We maken ze weer tot actieve burgers.”

Ze vertelt de medewerksters, vrouwen van boven de 40, de jongens een beetje te strelen. Een ongebruikelijk intiem gebaar in het aartsconservatieve Pakistan. „Zo wil ik aangeven: we zijn als jullie moeders en zusters. Daar zijn ze gevoelig voor.” Ook onderstrepen ze dat de ideeën van Paiman sporen met de Koran, die leert dat het leven een kostbaar goed is.

Voor analfabeten zijn er timmercursussen of programma’s om chauffeur of automonteur te worden, voor beter opgeleide jongeren computercursussen en hulp toelating te krijgen tot hogere onderwijsinstellingen. Qadeem: „Ze moeten zich weer voor de samenleving leren in te zetten.”

Meestal lukt dat. Bij één 28-jarige man, zoon van een hoogleraar, liep het in 2012 helemaal scheef. „Hij had wat gesprekken met ons gehad maar kwam niet meer opdagen. Een tijdje later vernam ik dat hij zichzelf had opgeblazen in een terreuractie. Heel verdrietig allemaal. Zijn moeder was een goede vriendin van me.”

Zonder risico is het werk van Qadeem en de vrouwen van haar netwerk niet. Het laatste waar organisaties als de Talibaan en andere militante moslimgroepen van willen horen is ‘ontradicalisering’. Met het oog op eventuele represailles profileren Qadeem en haar medewerkers zich in eigen land niet erg. Op de site zijn er bewust niet veel details over te vinden. „We willen mensen niet op bepaalde gedachten brengen.”

Qadeem zag het klimaat verslechteren. „In onze samenleving is extremisme geaccepteerd geraakt. Vroeger leefden we met shi’ieten en hindoes in dezelfde straat. Nu wil men niet eens met sunnieten in de buurt wonen als die niet van dezelfde sekte zijn als zij. Door al het onderlinge geweld zijn de laatste jaren 45.000 mensen gedood in Pakistan en leden we miljarden dollars schade. Pakistan heeft er enorm op verloren.”

Is het tij van de radicalisering nog te keren? Ondanks haar werk zijn er immers nog duizenden andere radicale jongeren. „Ik wil geen pessimist zijn. Het bloedbad op de school in Peshawar maakt ons wellicht wakker. Maar er moeten enkele dingen gebeuren. Het onderwijs moet meer inclusief worden, voor jongens én meisjes en met nadruk op het belang van vrede. En de samenleving moet waakzamer worden en handelen voor er meer mensenlevens verloren gaan.”