Column

Je veilig voelen, dat is pas echt gevaarlijk

Een instantie wil iets van me weten. ‘Hoe veilig voelt u zich?’ Definieer veilig, zeg ik. De instantie heeft me een vragenlijst gestuurd die is samengesteld door een bureau. Het bureau vraagt hoe ik me voel op straat. Of ik me het afgelopen jaar bedreigd heb gevoeld. Een incident heb meegemaakt. Een incident? Je kunt je afvragen hoe je zoiets herkent, maar het bureau wordt nergens preciezer. En omdat ik niet snap waarnaar het hengelt, stuur ik per ommegaande een paar vragen terug.

Wat bedoelt u met dreiging? Wilt u weten of ik het afgelopen jaar op straat bang ben geweest voor loslopende wolven, criminelen, ontploffende gasinstallaties, hangjongeren, liquidaties, het aftappen van mijn smartphone, het doorbreken van de dijken? En wilt u eigenlijk ook niet weten of ik wel of geen bezwaren heb tegen een onveilig gevoel? Stel dat ik liever lichtelijk onveilig ben mét wolf dan volkomen veilig zónder wolf?

Natuurlijk krijg je op zulke vragen nooit antwoord. Een bureau vraagt of je een ‘incident’ hebt meegemaakt. Ja, zeg je. En dan maakt een instantie daarop beleid. Wat je hebt meegemaakt, welke rol je zelf speelde, hoe het afliep en wat je ervan vond – dat soort details interesseert niemand. In de laatste twintig jaar heb ik geen enkele enquête onder ogen gehad die ook maar in de verste verte hout sneed.

Het boevengilde van de onderzoeksbureaus heeft de zaak van de veiligheid de laatste jaren daarom geen goed gedaan. Met zijn gezeur over gevoel heeft het bijgedragen aan de suggestie dat voor instanties de zorg om veiligheid voorop staat. Dat de regering er niet van slaapt. Gaandeweg is zo de illusie ontstaan dat niets hoger op de prioriteitenlijst van de instanties staat dan het voorkomen van incidenten, maakt niet uit welke incidenten, als ze maar worden voorkomen.

Gelukkig is de realiteit anders. Het verheugt me u te kunnen verklappen dat de overheid er helemaal geen zin meer in heeft veiligheid te garanderen aan iedere burger. In feite wil ze van dat gezeur af. In beleidsbepalende kringen leeft de overtuiging dat reactie op incidenten vaak meer kapot maakt dan ons lief is: het kost geld, er zijn weinig successen te verwachten en de maatregelen zijn al snel zo beknottend dat er van vrijheid en openheid in de samenleving weinig over blijft.

Iedere hoogwaardigheidsbekleder die aantreedt met de belofte dat hij het land veiliger gaat maken – of aftreedt met de claim dat het land veiliger is gemaakt – heeft dan ook zijn huiswerk niet gedaan.

Want niet alleen wil het land helemaal niet veiliger worden, het is ook al niet aan de overheid om beloftes en claims te doen op dit vlak. De veiligheid is minder en minder een staatsaangelegenheid en het leidt tot verwarring en frustratie als de staat zegt van wel.

Nou zijn criminele incidenten natuurlijk een geval apart. Het is bekend dat hun aantal niet afneemt door de inzet van de minister van Veiligheid en Justitie, maar je krijgt geen minister zo gek dat hij dat toegeeft en die inzet vervolgens vermindert.

Je kunt slechts hopen op een verstandige aanpak als het gaat om een ander soort veiligheid, om andere incidenten, risico’s, gevaren die de mensheid bedreigen. Als het gaat om de veiligheid van de banken, bijvoorbeeld, of van de industrie.

‘Hoe veilig voelt u zich?’ is een vraag die je in de bankwereld beter niet kunt stellen als je verstandig beleid wilt maken. Banken willen zich helemaal niet veilig voelen, want je veilig voelen is niet vanzelfsprekend goed. Risico’s zijn goed, om Gordon Gekko te parafraseren. En crises, zeggen bankiers, ontstaan juist wanneer datgene wat vooraf veilig aanvoelt, achteraf reuze riskant blijkt te zijn. In plaats van het intuïtieve ‘risky-is-risky and safe-is-safe’, schrijft een oud-bankier op een blog, kun je daarom beter kiezen voor de nadenkender slogan ‘risky-is-safe and safe-is-risky’. Veiligheid afdwingen bedreigt de openheid van de samenleving en je veilig voelen is een gevaar.

Zolang de staat het bevorderen van veiligheid als kerntaak van de overheid ziet, meet hij zich een rol aan die hij maar moeilijk kan vervullen. In een steeds verknooptere wereld zijn het niet de nationale overheden die met hun regels kunnen voorkomen dat de mensheid schade oploopt. Het lot is allereerst de verantwoordelijkheid van multinationals en wereldburgers, van bedrijven en consumenten. Die stellen prijs op risico’s en beseffen hopelijk tegelijkertijd hoe lastig het is gevaar te voorzien.

Op het podium willen politici nogal eens beloven dat ze het land veiliger gaan maken. In de coulissen zijn de overheidsinstanties dat dus uit pure realiteitszin helemaal niet van plan.

Het leek me goed dat maar eens te verklappen, want ik vind het een hoogst geruststellende gedachte.