Iran wordt (weer) een bondgenoot

Deze week onderhandelt het Westen verder over een nucleair akkoord met Iran. De Saoediërs zijn bezorgd, daar vinden ze het land een groter gevaar dan IS.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry met zijn Saoedische ambtgenoot Salman bin Abdel-Aziz al-Saud. Evan Vucci/REUTERS

Een lange rij Midden-Oosterse koningen en presidenten is de afgelopen weken op bezoek geweest in Riad bij koning Salman bin Abdel-Aziz al-Saud van Saoedi-Arabië. Maar het waren niet zomaar rituele kennismakingsbezoekjes aan een nieuwe leider.

Koning Salman is druk bezig een alliantie te smeden van sunnitische regimes tegen de shi’itische regionale macht Iran. Die beschouwt hij als een groter gevaar dan de (eveneens sunnitische) Islamitische Staat.

En nu dreigt de internationale gemeenschap ook nog een nucleair akkoord met Iran te sluiten. Een akkoord dat in Saoedische ogen de aartsvijand nog meer armslag geeft. Want op dit moment wordt de islamitische republiek nog tot op zekere hoogte in toom gehouden door zware economische sancties. Maar een akkoord zal hoe dan ook een aanzienlijke verlichting daarvan meebrengen.

De Saoediërs zijn, net als de Israëlische premier Netanyahu en zijn bondgenoten in het Amerikaanse Congres, bang dat de onderhandelaars van wat de P5+1 wordt genoemd te veel concessies aan Iran doen. De P5+1 zijn de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad (China, Frankrijk, Rusland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten) plus Duitsland. De P5+1, zo is de angst, zouden die concessies aan Iran doen omdat ze koste wat het kost een akkoord willen sluiten om een crisis over een Iraanse atoombom te voorkomen, maar ook omdat Iran een bondgenoot is tegen de Islamitische Staat.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry ging twee weken geleden óók op bezoek in Riad, om koning Salman en hoge vertegenwoordigers van de andere Golf-monarchieën gerust te stellen. Zijn boodschap was dat het principeakkoord, dat mogelijk deze week tot stand komt, juist ervoor zorgt dat Iran vooralsnog géén kernbom ontwikkelt, als het dat zou willen doen.

Hij verzekerde zijn gesprekspartners dat de VS de veiligheid van hun bondgenoten in het Golfgebied blijven waarborgen. „We zullen niet onze ogen afwenden van Irans andere destabiliserende acties in plaatsen als Syrië, Libanon, Irak en het Arabisch schiereiland, Jemen in het bijzonder”, zei Kerry.

Maar Saoedi-Arabië ziet dat anders. Het herinnert zich dat Iran onder de sjah, tot de Islamitische Revolutie van 1979, Amerika’s ‘politieagent in de Golf’ was. President Obama zei twee maanden geleden in een radio-interview dat Iran een „erg succesvolle regionale macht” zou kunnen worden als het een akkoord sluit. En niet alleen Iraanse conservatieven hebben gezien hoe gezellig en ontspannen Kerry en zijn Iraanse ambtgenoot Javad Zarif onlangs langs de Rhône in Genève wandelden.

Samenwerken met Israël? Of Pakistan?

Wat te doen? In Israël wordt gespeculeerd over samenwerking met de Saoediërs, die immers hetzelfde over Iran denken. Maar meer dan samenwerking tussen de respectievelijke inlichtingendiensten, achter de schermen, is niet mogelijk gezien de zeer anti-Israëlische stemming bij de bevolking en de invloedrijke geestelijkheid. Koning Salman zoekt zijn bondgenoten in de sunnitische wereld.

Van Salmans recente bezoekers is de Jordaanse koning Abdullah een oude vriend. Interessanter was de komst van de Pakistaanse premier Nawaz Sharif, die volgens Pakistaanse media het verzoek kreeg troepen te sturen.

En dan zijn er ook nog de moeizame relaties tussen Saoedi-Arabië en Turkije. Die waren ernstig bekoeld onder het offensief dat de Jordaanse koning Abdullah had ingezet tegen de Moslimbroederschap, de revolutionaire islamitische beweging die juist de steun heeft van het bewind van de Turkse president Erdogan. Tot woede van de Turkse regering steunde Saoedi-Arabië in 2013 de staatsgreep van generaal Sisi tegen het gekozen bewind van de Moslimbroederschap in Egypte, en vervolgens diens genadeloze vervolging van leiders en leden van de Broederschap. Vorig jaar zette Saoedi-Arabië de Broederschap op zijn lijst van terroristische organisaties.

Maar de Saoedische minister van Buitenlandse Zaken zei afgelopen maand plotseling dat Saoedi-Arabië „geen probleem heeft met de Moslimbroederschap”. Het is de Saoediërs wel wat waard het grote Turkije in zijn anti-Iran-alliantie te lokken.

Maar het geeft meteen aan hoe lastig het is de sunnitische landen op één lijn te krijgen. Op een vraag of hij in Riad ook met Sisi ging spreken, antwoordde Erdogan: „Geen sprake van.” Sisi op zijn beurt zei van Turkije te verwachten dat het zich niet meer mengt in Egyptische binnenlandse aangelegenheden. Ander probleem: Erdogan wil zelf de leider zijn van de sunnitische wereld. Iran kijkt het lachend aan.