Column

DNB vs Delta Lloyd: amateurisme troef

Opgelucht was ik wel. Het formulier invullen was zweten geweest. Op basis daarvan zou De Nederlandsche Bank mij toetsen op deskundigheid en integriteit als werknemersbestuurder van het pensioenfonds van PCM Uitgevers. Was u betrokken bij fiscale conflicten? Bij faillissementen? Bent u ooit veroordeeld? Een paar maanden later meldde de voorzitter van het fonds dat De Nederlandsche Bank tegen mijn benoeming geen bezwaar had. Op dat moment, althans. Hij had daarover een brief gekregen, niet ik.

Dat is nu dertien jaar geleden. De criteria waren minder streng dan nu. De beoordeling van bestuurders en commissarissen van financiële instellingen is een machtig wapen van De Nederlandsche Bank. Alleen een bank redden is een machtiger wapen. Dan beslist de centrale bank over financieel bezit, banen en vertrouwen. Bij de toetsing van beleidsbepalers in de financiële wereld, zoals het formeel heet, gaat het ‘maar’ over reputaties en carrières. Of het einde daarvan.

Als journalist kon ik dat soms van een afstandje waarnemen. DNB weigerde jaren geleden in te stemmen met een nieuwe president-directeur van de toenmalige Nationale Investeringsbank, nu NIBC. Hij had in een vorige baan een scheve schaats gereden, vond men aan het Fredriksplein. Dus: ongeschikt. De commissarissen van de Investeringsbank, coryfeeën uit bedrijfsleven en politiek, want de overheid bezat de helft van de aandelen, voelden zich als kleine jongens behandeld. En niets stond op papier, bezworen ze me. Ze hadden nog geen afwijzingsbrief om mee naar de rechter te gaan. Als ze dat al wilden.

Dat is nu dus anders. Niek Hoek, voormalig bestuursvoorzitter van verzekeraar Delta Lloyd, voerde eerder deze maand een kort geding tegen De Nederlandsche Bank over een dreigende hertoetsing als commissaris bij zakenbank NIBC. Delta Lloyd stapte eerder naar de rechter. Hoek vecht voor zijn reputatie, Delta Lloyd vecht tegen een boete van 22,8 miljoen euro van De Nederlandsche Bank. Die was opgelegd omdat Delta Lloyd vertrouwelijke informatie uit verzekeraarsoverleg met de centrale bank had misbruikt. Hoek had daarin een actieve rol gespeeld.

Daar is veel over te zeggen. Ik beperk me tot drie observaties. De eerste is de verbreding van de doelgroep. DNB had ’t altijd druk met brutale nieuwkomers die op de grens van het toelaatbare werkten (Staal Bankiers, DSB Bank). Nu gaan de controleurs achter de financiële elite aan. Delta Lloyd is een krachtige verzekeraar die onder Hoeks leiding de financiële crisis kon keren zonder staatssteun.

Ten tweede is er de rol van De Nederlandsche Bank zelf. Men besprak in het overleg een cruciale wijziging van het rentebeleid. Grote bedragen stonden op het spel. Delta Lloyd zocht die informatie. Maar DNB sprak kennelijk vooraf geen vertrouwelijkheid af. Daarmee geeft men blijk van een scheef wereldbeeld. Banken en verzekeraars zijn ingesnoerd in toezicht waarin de letter van de wet dominant is, niet de geest. De kleinste fout is boete. Of meer.

Maar zelf liet de De Nederlandsche Bank in het gewraakte overleg alles op zijn beloop. Wie niks vastlegt over vertrouwelijkheid, zodat ogenschijnlijk ook niks geheim is, schept zelf een grijs gebied. Hoe amateuristisch kun je zijn?

Ten derde is er de rol van chef-toezichthouder Jan Sijbrand in de directie van DNB. Hij werkte enkele jaren bij NIBC, de bank waar Hoek sinds 2005 commissaris is. Hoek was niet Sijbrands baas. Maar hoe onbekommerd kun je na zo’n werkrelatie omgaan met iemands reputatie bij een zware toetsing? Of heeft hij zich hier teruggetrokken? Maar dat heb ik nergens gelezen in de (geanonimiseerde) vonnissen.