De nieuwe leraar moet nog veel leren

Leerkrachten worden de laatste jaren beter opgeleid, maar leerlingen maatwerk bieden kunnen ze niet goed.

Met de vakkennis van nieuwe leraren in het basisonderwijs zit het wel goed. Nu nog de praktijkvaardigheden ontwikkelen. En de scholen moeten meer doen aan begeleiding van hun jonge collega’s. Dat zijn de belangrijkste uitkomsten van een onderzoek door de Onderwijsinspectie naar beginnende leraren.

De opleidingen voor leraren in het basisonderwijs hebben jaren kritiek gekregen. De vakkennis van studenten van pabo’s zou onvoldoende zijn. Extra taal- en rekentoetsen leidden in eerste instantie tot meer uitval van studenten. Maar nu zeggen schoolleiders dat nieuwe leraren meer kennis hebben dan hun voorgangers. Driekwart van de afgestudeerden vindt dat ze goed zijn voorbereid op het geven van taal en rekenen.

Toch zijn de beginnende leraren kritisch op hun opleiding. Eén op de drie vindt dat hun pabo hen niet voldoende heeft voorbereid op hun vak, één op de vijf vindt de opleiding als geheel onvoldoende. Studenten vinden dat ze nog te weinig weten over het lesgeven aan leerlingen met een achterstand, of juist met een voorsprong op hun klasgenoten. De schoolleiders beamen dat.

„Met name differentiatie in de klas blijft achter op de pabo: het maatwerk van welke leerling wat nodig heeft”, zegt inspecteur-generaal Monique Vogelzang. „Maatwerk bieden aan leerlingen leer je in de praktijk, maar pabo’s kunnen studenten nog beter leren te analyseren. Dat vraagt goede samenwerking tussen pabo’s en scholen.”

Ook zouden de werkgevers van afgestudeerden hun nieuwe leerkrachten beter kunnen begeleiden, blijkt uit het onderzoek. „Docent is een vak, dat heeft onderhoud nodig. Het is voor schoolleiders van belang dat ze inzicht krijgen wie van hun leraren welk niveau aankan. Ze kunnen hun personeelsbeleid daarop afstemmen.”

De pabo’s zouden meer werk kunnen maken van het volgen van hun oud-studenten, zegt Vogelzang. „De meeste opleidingen zorgen wel voor een goede basis. Maar door contact te blijven houden met de afgestudeerden, zouden ze beter inzicht kunnen krijgen in hun eigen kwaliteitsaspecten en de scholingsbehoeften van aankomende en gevorderde leraren.”

Met het onderzoek – onder 471 afgestudeerden en 182 schoolleiders – heeft de inspectie ook een idee gekregen van de verschillen in kwaliteit tussen de pabo’s. Welke opleidingen minder zijn dan andere, zegt Vogelzang niet. „Dat was niet waar het onderzoek over ging. We zien wel dat de bestaande verschillen tussen scholen scherper zijn geworden.”

Voor een definitief oordeel over de pabo’s wacht de inspectie op de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Die onderzoekt de kwaliteit van het hoger onderwijs en kijkt de komende tijd naar de lerarenopleidingen. Vogelzang: „We zullen onze bevindingen naast elkaar leggen en dan gezamenlijk tot de kwaliteitsinformatie over de pabo’s komen.”