Column

Twijfel en emotie over Armeense genocide

Sinan Can en Ara Halici inBloedbroeders.

Hij heeft in ieder geval lef, regisseur Sinan Can. Samen met zijn vriend, musical- acteur Ara Halici, maakt hij op NPO 2 de documentairereeks Bloedbroeders over de Armeense genocide, dit jaar een eeuw geleden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vermoordde de regering van het Ottomaanse Rijk rond de miljoen Armeniërs. Historisch interessant voor ons wegens de overeenkomsten met de Shoah.

Can steekt zijn nek uit met dit onderwerp: hij is van Turkse afkomst en volgens Turkse nationalisten heeft die genocide nooit plaatsgevonden. Ze worden heel boos als je dat woord gebruikt. Reden voor mensen met minder ruggegraat, zoals voormalig PvdA-leider Wouter Bos, om de genocide te ontkennen. Bos en de Turkse regering spreken liever van „de Armeense kwestie” (vergelijk: de „Judenfrage” en „het Marokkanenprobleem”), waarbij natuurlijk de kanttekening hoort: ‘Maar de Armeniërs waren ook geen lieverdjes, hoor’.

Het uitgangspunt van de serie is dat Sinan Can van Turkse afkomst is en Ara Halici van Armeense. Dat belooft dus te botsen. Beider ouders waarschuwen de mannen dat ze met een potentieel onbetrouwbaar type in zee gaan. Halici gaat zich steeds meer met zijn Armeense afkomst identificeren – daar hoort dan natuurlijk een tatoeage bij – en hij zegt vriendelijke dingen over een Armeense oud-terrorist die ze interviewen. Can ergert zich hieraan. Hij verdiept zich in de boeken van genocide-ontkenners en gaat twijfelen.

Bloedbroeders is typerend voor de huidige documentairemode: de zoektocht en de zieleroerselen van de makers krijgen veel aandacht. In artikelen op bijvoorbeeld De Correspondent zie je dat ook: het ‘verslag van mijn onderzoek’ krijgt alle ruimte. Voorbeeldzin: „Ik ging twijfelen. Toen pakte ik de telefoon en belde iemand.” Volgens deze mode mag de documentairemaker voor de camera best zeggen dat hij er ook geen bal verstand van heeft. Twijfel en onwetendheid is een pre, want dat verlaagt de drempel voor de kijkers.

Hoe intrigerend en baanbrekend Bloedbroeders ook is, hinderlijk is dit wel, als je snakt naar minder gevoelens en meer informatie. Na drie kwartier zijn we nog niet eens in Turkije aanbeland. We hebben dan één genocidekenner en één ooggetuige gehad. De rest is: de jongens lopen rond in Nederland en praten met Turkse en Armeense jongeren die er ook niet meer van weten.

Het maar liefst zesdelige Bloedbroeders is een treffend voorbeeld van ‘slow television’. Ivo Niehe noemde gisteren in zijn nabeschouwing van Boer zoekt vrouw dat laatste programma ook ‘slow television’. (Moet je horen wie het zegt.) Vroeger dacht ik dat televisie steeds sneller zou worden, net als speelfilms. We werden steeds kijkwijzer, dus we hadden de verbindingsstukjes niet meer nodig. Dat blijkt geenszins het geval: de tv-maker neemt de tijd om ons bij de hand te nemen en vertelt alles voor de zekerheid driedubbel. Telkens weer verwijzen tv-programma’s vooruit en achteruit, en ze worden doorlopend stilgezet voor een bespiegeling. Uitsmeertelevisie.