Tram naar België stokt in Maastricht

De tram die Belgisch en Nederlands Limburg moest verbinden, ontpopt zich als splijtzwam.

Het tracé van de beoogde tramlijn Hasselt-Maastricht

Kijk nu eens ánders naar de landkaart, herhalen bestuurders in Nederlands Limburg keer op keer. Bij nader inzien ligt de Randstad dan nogal excentrisch en Limburg in het hart van Europa.

Grensoverschrijdend valt er voor Limburg echter nog wel het een en ander te regelen. Openbaar vervoer bijvoorbeeld. De verbindingen met onder meer Luik, Brussel, Aken en het Ruhrgebied laten te wensen over. Alleen al daarom konden de plannen voor een tramlijn tussen Hasselt en Maastricht, de hoofd- en universiteitssteden van de beide Limburgen, op veel enthousiasme rekenen. Dit jaar moest de aanleg beginnen. In 2017 zou de sneltram moeten gaan rijden over een 35 kilometer lang traject, grotendeels in België, slechts vijf kilometer in Nederland.

Dat laatste stukje zou zo’n 62,5 miljoen euro gaan kosten. Zou, want al voor de zomer kregen de financiers, de gemeente Maastricht en de provincie Limburg, signalen dat het wel eens duurder kon worden. Er kwam een uitgebreide review om alles helder te krijgen. Plots is de inschatting dat het Nederlandse tramtraject bijna 100 miljoen euro gaat kosten.

Belangrijkste hobbel is de Wilhelminabrug tussen het Maastrichtse centrum en het stadsdeel Wyck, waar het treinstation ligt. Wil die brug de tram kunnen dragen, dan is voor zo’n 25 miljoen euro aan aanpassingen nodig.

Als het niet over Nederlandse problemen ging, zou burgemeester Marino Keulen (Open Vld) van het Belgische Lanaken, buurgemeente van Maastricht, het „een slechte Belgenmop” noemen. „Dat ze hier nu nog mee aan komen. We zijn ondertussen elf jaar met dit dossier bezig. Als wij zouden beslissen om een verdieping op het gemeentehuis van Lanaken te zetten, is toch het eerste wat je doet controleren of het gebouw dat kan dragen. Zo zou het met een brug ook moeten gaan.”

Ook de lokale politiek is verbaasd. „Ik ben geschrokken van wat ik heb gehoord”, zegt Vivianne Heijnen, CDA-fractievoorzitter in de Maastrichtse gemeenteraad.

„Het leek zo’n keurig overzichtelijk verhaal, een tram van stationnetje naar stationnetje, en toch zijn we kennelijk met wijdopen ogen het moeras in gelopen”, zegt Coen van der Gugten, raadslid namens GroenLinks.

Goedkope kant

Maastricht en de provincie willen nu twee varianten onderzoeken waarbij de tramlijn eindigt in de buurt van de Maastrichtse Markt, aan de „goedkope kant” van de Maas. De rivier oversteken is voorlopig te duur. Misschien gaat het lukken als de Wilhelminabrug een keer op hoogte wordt gebracht voor vierlaagse containerschepen. Maar wanneer het rijk daar geld voor uittrekt, weet niemand.

Tegelijkertijd komt er een evaluatie die duidelijk moet maken waar het de afgelopen jaren fout ging. „Een tram, en dan ook nog een grensoverschrijdende, is geen alledaagse kost”, zegt gedeputeerde Patrick van der Broeck (CDA) alvast.

De ingenieursbureaus Movares en Arcadis keken in 2007 respectievelijk 2012 naar de Wilhelminabrug. De passage ervan zou enkele problemen opleveren, stelden ze vast, maar die waren met hooguit een paar miljoen euro aan investeringen op te lossen.

Het bureau Antea kwam dit jaar echter ineens met astronomische bedragen. De draagkracht van de brug blijkt helemaal niet berekend op de tram. De bocht naar de brug is eigenlijk ook te scherp. En nu blijkt bovendien de overkapping van een nabije autotunnel niet berekend op een tram. Waarom die eerste twee bureaus dit kennelijk niet zagen, is onderwerp van onderzoek.

Contacten opgeschort

Wat begon als een poging om de twee Limburgen te verbinden, dreigt nu uit te groeien tot een splijtzwam tussen de twee buren. De Maastrichtse wethouder John Aarts (VVD) wil niet speculeren over Belgische claims: „Ik bezit geen profetische gaven. We hopen eruit te komen. Er liggen overeenkomsten, maar aan het onmogelijke is niemand gehouden, lijkt me.”

De Vlaamse minister van Mobiliteit, Ben Weyts (N-VA), rekent erop dat gemaakte afspraken worden nagekomen. De gemeente Lanaken heeft uit boosheid alle contacten met de gemeente Maastricht opgeschort. Burgemeester Keulen: „In geval van een aardverschuiving zou ik nog van overmacht willen spreken. Dit is gewoon geklungel. Daar komt nog eens bij dat Maastricht vanaf een zeker moment helemaal incommunicado werd. De gemeente informeerde ons zelfs niet informeel over de gerezen problemen.”

Keulen was minister in het Vlaamse kabinet toen de eerste plannen voor de tram werden gemaakt. Als burgemeester van Lanaken zag hij hoe Maastricht en Nederlands Limburg in 2011 en 2014 „in alle onafhankelijkheid en bij hun volle verstand” contracten tekenden met de Belgische partners. „Daar gaan we hen ook aan houden. Niet nakomen van afspraken heeft consequenties. De tram zou van station tot station rijden, zodat onze mensen in Maastricht de trein naar Aken of Keulen kunnen nemen. Andere oplossingen kunnen slechts tijdelijk zijn, met duidelijke afspraken over de realisering van de rest van het traject.”