Supersprint

Goed ingepakt tegen de regen stond de Duitse wielrenner John Degenkolb aan de start in het centrum van Milaan. Zijn buik zat vol met eten, het strijdplan verborgen in zijn hoofd. Degenkolb wilde de wielerklassieker Milaan-Sanremo winnen.

Degenkolb droomde weg voor het oog van de camera. Hij was blij dat de finishstreep – bijna 300 kilometer verderop – weer op de Via Roma in Sanremo was getrokken en niet op Lungomare.

In smakelijk Duits zei de sprinter met zijn eeuwige snorretje: „Es klingt schöner: Via Roma.

Het peloton vertrok.

De renners moesten de ochtendkou trotseren op de Povlakte. Daarna kwam de zware klim over de Turchino, boven op de berg reden ze het tunneltje door en dan maar hopen dat ze in de verte de Middellandse Zee konden zien liggen.

Maar nee, weer was La Primavera koud en grijs. Aan de kust blies een harde wind het zeewater over de golfbrekers heen.

Pas in het laatste deel van de koers brak de zon voorzichtig door. Het asfalt droogde op. Terwijl renners hun regenjasjes uittrokken bleven de Italiaanse wielerliefhebbers met winterjassen langs de kant staan.

De teams van Sky en BMC lieten zich zien aan kop van het peloton. Iedere kanshebber wiens naam op televisie genoemd werd was geen kanshebber meer. In deze klassieker moet je je verstoppen. Tussen start en finish lijk je er niet te zijn.

Pas op de Via Roma mag je naam vallen. „Degenkolb!”

De Duitse renner was geëmotioneerd na zijn overwinning en stamelde in simpel Engels een paar zinnen. Op deze speciale plek, de Via Roma, stond hij zomaar tussen de grote namen van vroeger. Wat moest hij verder nog zeggen: „I can’t find words.”

Tijdens het live interview brak zijn Giant-teammaat Roy Curvers in met een schreeuw. De Nederlandse renner sprak ook al niet in zijn moerstaal. „Super (spreek uit: Zoeper)!” riep Curvers, terwijl hij zijn ploeggenoot omhelsde.

Dat was het ook; Degenkolb reed een supersprint.

In de herhaling van de eindsprint zag ik hoe Degenkolb wachtte, wachtte en nog eens wachtte. In zijn enorme dijen zat nog net genoeg kracht voor een ultieme jump in de laatste meters.

Zijn handen zaten laag in de beugel van het stuur. Hij trapte met zwarte kousen aan en een zwarte helm op.

In de vertraging van de finish keek ik naar het zo typerend op-en-neergaande hoofd van de sprinter. Het was of Degenkolb steeds ja knikte bij zijn ultieme pedaalslagen. Het crescendo van een heftig liefdesspel met de fiets, zijn spieren uit elkaar rukkend: „Ja, ja, ja, jaah!”

Degenkolb kwam op de streep overeind met beide handen omhoog. Dat macho pornosnorretje boven die opengesperde mond.

Winnen op de Via Roma.

Zoepergeil.