Strenge vader die economisch wonder volbracht in Singapore

Lee Kuan Yew (1923-2015)

Eerste premier Singapore

Lee’s autoritaire leiderschap en economische pragmatisme wekten bewondering in Azië.

Lee Kuan Yew in 2005. De ‘vader van het moderne Singapore’ overleed gisteren op 91-jarige leeftijd. Foto Jonathan Drake/Bloomberg

Lee Kuan Yew, die gisteren op 91-jarige leeftijd overleed, geldt als de vader van het moderne Singapore. En, zoals dat bij de dood van een familielid hoort, barstten veel inwoners spontaan in tranen uit bij zijn doodsbericht.

Onder de strakke en charismatische leiding van ‘Mr Singapore’ groeide het stadstaatje uit tot een baken van stabiliteit en goed bestuur, met een inkomen van 51.000 euro per hoofd van de bevolking, een van de hoogste ter wereld. Of, zoals Lee het, niet zonder zelfgenoegzaamheid zei: het werd „een oase van de eerste wereld in een derdewereldregio”.

Maar Lee was ook de man die boetes invoerde van honderden euro’s voor het uitspugen van een kauwgumpje en die jongeren die ergens graffiti hadden aangebracht voor straf stokslagen liet toedienen. De economisch zo liberale Lee was een overtuigd voorstander van lichaamsstraffen. Met de vrijheid van meningsuiting nam hij het evenmin nauw en politieke tegenstanders liet hij soms oppakken en werkte hij met processen en pesterijen vakkundig weg.

„Wat we voorkomen is dat sukkels in het parlement of de regering komen”, legde Lee eens bereidwillig en zonder de minste gêne uit. Het maakte allemaal deel uit van de ‘Aziatische waarden’, waarmee Lee graag schermde tegenover westerse critici.

Tot die waarden behoorde ook een zekere soberheid. Ondanks zijn afkomst uit een welgestelde Chinese familie in Singapore had Lee die zich ook eigen gemaakt. Hard werken, zelfdiscipline en geen buitenissigheden, was het parool. En fit blijven. Tot op hoge leeftijd bleef Lee zwemmen en fietsen. „Ik weet dat ik snel achteruit ga wanneer ik stop”, zei hij in 2010 tegen The New York Times.

Dat Lee uitgroeide tot vader des vaderlands kwam ook voor hemzelf als een verrassing. De onafhankelijkheid van Singapore in 1965 begroette hij met tranen. Van verdriet. Het bleek niet alleen een van de zeldzame momenten dat hij zijn emoties in het openbaar niet in bedwang had maar ook dat hij zich danig vergiste.

Volgens Lee had Singapore destijds veel betere overlevingskansen in een federatie met Maleisië. De Maleisiërs voelden daar echter niet voor en gooiden het vooral door etnische Chinezen bewoonde Singapore na twee jaar zonder pardon uit hun federatie.

Maar anders dan de toen 41-jarige Lee had verwacht bleek Singapore wonderwel in staat zijn eigen boontjes te doppen. Behendig laverend tussen zijn veel grotere islamitische buurlanden bouwde hij een aanzienlijke industriële basis op. Hij wist buitenlandse investeerders aan te trekken die het niet-corrupte bestuur van zijn regering – een unicum in de regio – op prijs stelden. De strategisch gelegen haven groeide snel en de stad werd bovendien een steeds belangrijker internationaal centrum voor financiële dienstverlening.

Lee zorgde er bovendien voor dat relatief veel geld naar onderwijs en gezondheidszorg ging. Zorgvuldig bevorderde hij ook de etnische integratie van Chinezen, Maleisiërs en andere minderheden. Zo zagen de autoriteiten er op toe dat appartementencomplexen in de publieke sector een heel gemengde bevolking kregen.

Het ‘Singaporese model’ resulteerde in ongekend sterke economische groei. Dat legde hem en zijn partij, de People’s Action Party (PAP), electoraal geen windeieren. Keer op keer werd hij met grote meerderheid herkozen, al vertoonde zijn bewind sterk autoritaire trekken.

Een belangrijke raadgever van Lee in de opbouwfase was een Nederlander, de ontwikkelingseconoom, Albert Winsemius, vader van de latere minister van milieu, Pieter Winsemius. Hij adviseerde Lee zich vooral op de wereldmarkt te richten.

Singapore groeide uit tot een bron van inspiratie voor andere Aziatische landen. Dat gold met name voor het China van Deng Xiaoping, die de stadstaat in 1978 bezocht. Lee’s combinatie van autoritair leiderschap en economisch pragmatisme sprak de Chinese leider zeer aan. „Het is redelijk te zeggen dat China’s beleid van hervorming en zijn bereidheid zich open te stellen direct verband houden met Singapore, waar etnische Chinezen in staat bleken tot een economisch wonder”, aldus Su Hao, hoogleraar aan de China Foreign Affairs University .

Tot 1990 hield Lee als premier de teugels strak in handen en ook daarna bleef hij op de achtergrond aanwezig.

Ook in zijn jonge jaren al had Lee zich ontvankelijk getoond voor buitenlandse ideeën. Zowel van de Britten als van de Japanners stak de in 1923 geboren Lee veel op. Hij ging naar een Britse school in Singapore, toen nog een kolonie van de Britten.

Tijdens de Japanse bezetting na 1942 leerde hij Japans en werkte hij noodgedwongen enige tijd voor de Japanse propaganda-afdeling. Hij zou toen ook spionage voor de Britten hebben bedreven. Die jaren liepen bijna noodlottig af voor hem. Hij kreeg opdracht zich bij een groepje Chinese mannen te voegen. Lee rook nattigheid en ontkwam met een smoes. De anderen mannen werden later doodgeschoten op het strand.

Na de oorlog ging Lee rechten studeren in Cambridge. Hij blonk er uit en zijn toch al grote zelfvertrouwen steeg er verder. Terug in Singapore zette hij zich als advocaat in voor vakbondsrechten en hij rolde al snel de politiek in. De jonge jurist was toen overtuigd socialist. In 1954 richtte hij de PAP op, die hij vier decennia zou leiden. Noemden familie en vrienden hem in zijn jeugd nog ‘Harry’, als politicus koos hij voor zijn Chinese naam.

In Cambridge ontmoette hij ook zijn latere vrouw, Kwa Geok Choo, die daar net als hij studeerde. Het was een gelukkig huwelijk. Maar na een beroerte kon zij de laatste paar jaar voor haar dood in 2010 niet meer praten of bewegen. Lee, zelf toen fysiek ook al minder, las haar in die periode ’s avonds vaak haar favoriete gedichten voor. Ze hadden drie kinderen, onder wie Lee Hsien Loong, die sinds 2004 premier is en het beleid van zijn vader in grote lijnen voortzet.

Toch maakte Lee senior er in interviews geen geheim van dat hij zich zorgen maakte over zijn nalatenschap. De jongere generatie in Singapore ging er volgens hem te gemakkelijk van uit dat hun comfortabele leventje wel zou voortduren. „Ze denken dat je het op de automatische piloot kunt zetten”, zei hij. „Ik weet dat dat nooit zo is.”