Steeds meer mensen met betaalde baan geven mantelzorg

Een gehandicapte man wordt begeleid. Foto ANP/ Roos Koole

Meer mensen met een betaalde baan zijn de afgelopen jaren mantelzorg gaan geven aan hun hulpbehoevende ouders of andere verwanten, al is het in de helft van de gevallen niet meer dan twee uur in de week. Het zijn conclusies uit het rapport Concurrentie tussen mantelzorg en betaald werk van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat vandaag is verschenen.

In 2004 gaf 13 procent van de werkenden mantelzorg, in 2012 was het 18 procent. In de tien jaren daarvoor bleef het percentage mantelzorgers onder werkenden gelijk. Nog een conclusie: de stijging van het aantal mantelzorgers is het sterkst onder vrouwen van 45 tot 65 jaar en onder mensen met een werkweek van 28 uur of minder.

Langdurige mantelzorg gaat ten koste van betaald werk

Mantelzorgers verlenen de hulp vooral in hun vrije tijd, ze gaan er niet korter voor werken. Maar als er langdurig beroep op hen wordt gedaan, langer dan twee jaar, wordt de kans dat ze langdurig ziek worden groter. Mantelzorg gaat dan ten koste van betaald werk.

Nu de professionele hulpverlening steeds meer geld kost, wil de overheid graag meer informele inzet van haar burgers. Koning Willem-Alexander in zijn eerste troonrede: “De klassieke verzorgingsstaat verandert langzaam maar zeker in een participatiesamenleving.”

Bij het SCP zijn er plannen voor vervolgonderzoek, onder andere naar de motieven van mantelzorgers, maar ook bijvoorbeeld naar de vraag wat hulpbehoevende mensen vinden van mantelzorg en of ze de informele hulp willen ondergaan. Eind april zal het SCP een rapport publiceren over de verschillen tussen mannen en vrouwen in de hulp aan ouders en schoonouders.

Lees in NRC Handelsblad: Vrouwen geven meer zorg, komt de ‘opofferingsdochter’ terug? (€)