Sana’a begint op Bagdad te lijken

Sinds de Arabische Lente is Jemen in totale chaos vervallen. Inmiddels is het land een speelbal geworden in de strijd tussen shi’ieten en sunnieten.

Een Jemenitische militie, trouw aan de gevluchte president Hadi, in de straten van havenstad Aden. Foto AP

De aanslagen van afgelopen week op twee Houthi-moskeeën waarbij ten minste 137 doden vielen, tonen de harde werkelijkheid: Jemen is een sektarisch verdeeld land aan het worden. Dat was het niet, maar nu begint Sana'a toch echt op Bagdad te lijken. Waar komt dat sektarisme vandaan? Vooral van buitenaf, zo lijkt het. Het is de tragiek van een arm, dichtbevolkt, stuurloos maar strategisch belangrijk land: er wordt om gevochten. In Jemens geval is het vooral de strijd tussen een aantal soennitische landen van de Gulf Cooperation Council (GCC) en het shi’tische Iran. Beide spelen de sektarische kaart: Iran steunt de shi’itische Houthi’s en de GCC hun sunnitische tegenstanders.

Chaos sinds de Arabische Lente

Weer een land waar de eeuwenoude vete tussen soennieten en shi'ieten oplaait, zou je zeggen. Dat beeld is in Jemens geval niet helemaal terecht. Er is een grote groep zaydi's, een stroming binnen het shi'isme, en er is een grotere groep safi's, een stroming binnen het sunnisme. Beide stromingen liggen theologisch dicht bij elkaar. Niet heel anders dan de hervormde en gereformeerde in Nederland, met tot voor kort net zo weinig sektarisch bewustzijn. Jemenieten waren er trots op dat het weinig verschil maakte of je zaydi of shafi was.

Tot de Arabische Lente kwam, en ging, en Jemen in totale chaos verviel. Intern ontstond er een machtsstrijd die gretig werd opgepikt door de regionale grootmachten. Iran, bijvoorbeeld, steunt de Houthi's om via hen voet aan de grond op het Arabisch Schiereiland te krijgen. Zo wil het aartsvijand Saoedi-Arabië een hak zetten. Bovendien, als het Jemen in zijn greep zou kunnen krijgen, heeft Iran controle over de Bab al Mandab, de smalle zeestraat tussen Jemen en Djibouti die – samen met de straat van Hormouz, die al onder Iraanse controle is – vitaal is voor het olietransport in de regio.

Dat de Golfstaten dit niet over hun kant willen laten gaan ligt voor de hand. Maar voor hen is het een stuk lastiger. Steun voor de vijanden van de Houthi's betekent namelijk steun voor Al Qaeda in the Arabian Peninsula (AQAP), hun aartsvijand. Die steun kunnen landen als Saoedi-Arabië en Koeweit niet openlijk toegeven. Gelukkig voor hen zijn er nog de 'sunnitische stammen'. Zij steunen AQAP, niet zozeer uit ideologische overwegingen maar om pragmatische redenen: ze willen de invloed in hun tribale gebieden niet verliezen. De hardnekkige geruchten gaan dat die stammen intussen ruimhartig financiële steun uit de regio krijgen – en dan vooral Koeweit. De steun zou afkomstig zijn van rijke sunnitische sjeiks, de Koeweiti regering zou een oogje dichtknijpen.

Misschien is Oman een voorbeeld

Die steun gaat gepaard met ronkende sektarische retoriek, al was het maar om de eigen achterban te overtuigen van de noodzaak tot ingrijpen in Jemen. Vooral in Koeweit – dat een grotere persvrijheid kent dan de andere landen, en doodsbang is voor Iran – liegen de stukken in de krant er niet om. „De kop van de cobra moet worden afgehakt”, fulmineerde laatst een bekende columnist, jurist en voormalig parlementslid. De cobra staat voor de Houthi’s en Iran. Het zou wel eens gevaarlijke taal kunnen zijn. Sektarisme blijkt de afgelopen jaren een zeer effectieve voedingsbodem voor jihadisme.

Vooralsnog lijken de aanslagen van vrijdag de Jemenieten in de armen van de Houthi’s te drijven. „De Houthi’s blazen tenminste geen moskeeën met biddende kinderen op”, schrijven ze op hun blogs en Facebookpagina’s. Teheran is in Jemen zeker nog niet uit de gratie, en Riyad moet met een wondermiddel komen. Misschien kan Oman als voorbeeld dienen. Dat land houdt zich – zoals gebruikelijk - buiten elke sektarische discussie en won zondag de harten van Jemenieten door een vliegtuig vol gewonden naar Oman over te vliegen voor medische behandeling. ‘Dank Oman, dank sultan Qaboos,’ schreef een Jemeniet, dankbaar dat de inmenging van dit buurland alleen medisch is.