Bedreigde kikkers sterven in experiment om hun soort te redden

Word je eerst gered, gaan ze dodelijke experimenten op je uitvoeren. Dat is het lot van de bonte klompvoetkikker (Atelopus zeteki) uit Panama. Woensdag presenteerden Amerikaanse biologen in Proceedings of the Royal Society B een potentiële behandeling tegen een nare schimmel die de kikkers bedreigt. Het liep slecht af, al is er hoop.

Midden-Amerika werd sinds de jaren negentig zwaar getroffen door de wereldwijde epidemie van de huidschimmelziekte ‘chytrid’. Natuurbeschermers besloten te redden wat er te redden viel: ze haalden sinds 2000 bedreigde kikkers uit het Panamese regenwoud. Voor de klompvoetkikker was het net op tijd: in 2006 kon de BBC nog net de laatste wilde exemplaren filmen.

En het fokprogramma was succesvol. In Amerikaanse en Canadese dierentuinen leven nu meer dan duizend gele kikkertjes. Die kunnen alleen niet terug naar Panama, want de schimmel heerst nog steeds. Dat moest dit experiment oplossen. Maryland Zoo (Baltimore, VS) had inmiddels zo veel klompvoetkikkers, dat er enkele ‘over’ waren voor dit onderzoek. Sommige kikkers worden minder gevoelig voor chytrid als ze goede huidbacteriën, probiotica dus, opgesmeerd krijgen. Er kregen dus 32 klompvoetkikkers eerst probiotica, toen schimmel.

Het werkte niet. Aan het eind van de test waren 26 behandelde kikkers dood of stervende. Wel bleek achteraf dat te voorzien was welke klompvoetkikkers de infectie zouden overleven. Die kikkers hadden van nature bepaalde huidbacteriën. Met die bacteriën kunnen wellicht betere probiotica ontwikkeld worden.