Op de Via Roma in het spoor van Zabel

De Duitser John Degenkolb wint Milaan-Sanremo. Het is de eerste monumentale zege voor zijn ploeg.

John Degenkolb wint de sprint op de Via Roma. „Ik kwam niet te vroeg en niet te laat”, zei de winnaar van Milaan-Sanremo. Foto VALERY HACHE/afp

De hunkering was voelbaar, half januari in het volgepakte auditorium van de Franse ambassade, vlak naast de Brandenburger Tor in het hart van Berlijn. Duitsland moest weer een wielernatie worden. Topploeg Giant-Alpecin heeft een Duitse sponsor, een Duitse licentie en een aantal Duitse kopmannen. Marcel Kittel voor sprintsucces in de Tour, John Degenkolb voor de klassiekers. Gisteren was het Milaan-Sanremo, de eerste van de voorjaarsklassiekers, direct raak. Degenkolb versloeg na 293 kilometer in een prachtige sprint op de Via Roma de Noorse winnaar van vorig jaar, Alexander Kristoff. „Mijn grootste zege tot nu toe”, jubelde de Duitse krachtpatser.

In een eindsprint op licht oplopend asfalt zijn de laatste jaren weinigen opgewassen tegen de 26-jarige Degenkolb. Geboren in Gera, getogen op de Thüringer Radsportschule en in het profpeloton een grote naam sinds zijn vijf sprintzeges in de Ronde van Spanje in 2012. Hij won een rit in de Giro, najaarsklassiekers als de Vattenfall Cyclassics en Parijs-Tours. Vorig seizoen al was hij klaar voor de zege in Milaan-Sanremo, tot hij vlak voor de Poggio lek reed en kansloos was. „De grootste ontgoocheling uit mijn loopbaan”, noemde hij dat gisteren. Winst in Gent-Wevelgem, een tweede plaats in Parijs-Roubaix en vier ritzeges in de Vuelta konden dat rotgevoel niet wegnemen. Des te groter was nu zijn vreugde. „Ik kan nauwelijks woorden vinden, zo emotioneel ben ik.”

Ook al omdat hij uitgerekend won op de Via Roma, waar de 106de editie van de Primavera voor het eerst sinds 2007 weer ‘klassiek’ eindigde. „De Via Roma is een speciale plek, grote namen hebben hier gewonnen en nu sta ik ook op die lijst”, besefte Degenkolb na afloop. Winnen in de straat waar ook zijn landgenoot Erik Zabel zegevierde in 1997, 1998, 2000 en 2001. Het waren hoogtijdagen van de Duitse wielersport, ook het jonge rennertje Degenkolb was fan van T-Mobile, Zabel en vooral Tourwinnaar Jan Ullrich. Tot dopingschandalen in 2007 alles verwoestten. Ullrich en Zabel waren schuldige én slachtoffer, stelde Degenkolb vorig jaar genuanceerd in de Volkskrant. „Zij waren niet de enigen die doping gebruikten. Er heerste echt een dopingtijdperk.”

Samen met boegbeelden als topsprinter Kittel en viervoudig wereldkampioen tijdrijden Tony Martin (Etixx-Quickstep) stelde Degenkolb er een eer in het Duitse profwielrennen terug op de kaart te krijgen. „Het zijn zware jaren geweest”, sprak de kopman van Giant-Alpecin begin dit jaar bij de ploegvoorstelling in Berlijn, in het bijzijn van onder meer minister van Justitie Heiko Mass. „We hebben hard moeten werken om weer tot succes te komen. Een grote Duitse sponsor keert terug in de sport, dit is een heel belangrijke stap. Een droom komt uit.”

Het Duitse shampoomerk Alpecin besloot dit seizoen voor ongeveer 16 miljoen euro tot en met 2018 in zee te gaan met de Nederlandse teambaas Iwan Spekenbrink, bij wie Kittel en Degenkolb zich de afgelopen jaren uitstekend ontwikkelden. Gisteren won de ploeg voor het eerst een van de vijf grootste klassiekers: Milaan-Sanremo, Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik en Ronde van Lombardije. „Geweldig”, sprak Tom Dumoulin bij de NOS. „Het is ongelooflijk hoe John het flikt, maar dit is ook een overwinning van de ploeg.”

De Limburger zelf was de laatste van de Duits-Nederlandse ploeg die Degenkolb in de finale kon bijstaan. Na een vroege vlucht – met net als vorig jaar onder meer Maarten Tjallingii – ontbrandde de koers traditioneel tussen Capo Berta en Cipressa. Dumoulin hield zijn kopman goed van voren op weg naar de laatste helling, de Poggio. De topfavorieten gaven elkaar op de klim niets toe, in de afdaling kwamen onder meer Philippe Gilbert en wereldkampioen Michal Kwiatkowski ten val.

Een groep van ongeveer dertig renners denderde de Via Roma op, waar de Noor Kristoff vroeg de sprint aanging. Lang leek de winnaar van vorig jaar opnieuw de snelste, tot Degenkolb door het midden zijn kans zag. „De laatste 800 meter was het echt vechten voor mijn positie. Ik kwam niet te vroeg en niet te laat.” Precies de juiste timing, ongeëvenaarde kracht deed de rest. „Dit was perfect.”