Of je wordt een Aboutaleb, of je werkt gewoon niet hard genoeg

Arjen van Veelen bekijkt elke week waarover wij ons opwinden op sociale media. Vandaag: de benoeming van Ard van der Steur en de uitspraken van rapper Appa.

Onze premier zei in Metro dat allochtonen zich moeten „invechten” op de arbeidsmarkt, en dat hij, de machtigste man van Nederland, niets voor ze kon doen („Ik heb daar over nagedacht”). Diezelfde week promoveerde hij een oud Minerva-vriendje tot minister van Veiligheid en Justitie. Te weten de wat wereldvreemde, bestuurlijk onervaren Ard van der Steur, met de ‘eu’ van hoe heurt het eigenlijk; de vleesgeworden privilege. Positieve discriminatie bleek toch een optie.

Over die kruiwagencorruptie was wat rumoer, ja, maar minder dan er zaterdag was over ene rapper Appa, die een demonstratie tegen discriminatie bijwoonde. Deze Appa had nare dingen gezegd over de joden. Dat moeten we natuurlijk niet gaan bagatelliseren… Of wacht, dat moet natuurlijk wel: Appa is namelijk geen premier.

Maar boven die nietige Appa ontstond een donkere twitterwolk, een effectieve zonsverduistering. Zoals dat gaat met debat in Nederland: het verloopt vaak via een geolied systeem genaamd ‘omgekeerde triage’. Triage is de manier waarop artsen de volgorde bepalen van wie ze helpen, naar gelang de ernst. Omgekeerde triage is dat je eerst de ingegroeide teennagel behandelt, en daarna de hartaanval. Appa is hier zo’n ingegroeide teennagel.

Terug dus naar onze premier. Sommigen vermoedden dat hij dat populistische ‘invechten’ zei als verkiezingsstunt of als bliksemafleider voor de systeemrot. Het is inderdaad een beproefde tactiek: om de PVV te verslaan, moet je een beetje de PVV wórden.

Maar Rutte meent ook wat hij zegt dat hij denkt. Hij is er zelfs consequent over. Vier jaar geleden begon hij in Trouw ook al over ‘invechten’. Het is bovendien een klassiek liberale gedachte: discriminatie is héél erg, maar de overheid kan er niks aan doen.

Onze premier geeft in zijn vrije tijd maatschappij- en geschiedenisles aan achterstandsleerlingen. Daarover vertelt hij gretig, in interviews. Zijn leerlingen leert hij: als je maar hard werkt, kun je een Aboutaleb worden. Die succesvolle uitzondering Aboutaleb is inmiddels een stok om mee te slaan: als je allochtoon bent, maar géén burgemeester van Rotterdam, dan heb je niet hard genoeg gewerkt. Anekdotisch bewijs als troef tegen statistiek.

Bijvoorbeeld de statistiek dat er al sinds 1980 vrijwel zonder uitzondering een ex-Minervaan de baas is op het Ministerie van Justitie, zoals deze krant eerder schreef. Nota bene het ministerie van rechtvaardigheid opereert als een koningshuis (ook onze koningen en koninginnen worden trouwens al sinds 1948 uit Minerva geselecteerd). Stel dat Ajax sinds 1980 al zijn spitsen van LVV Lugdunum uit Leiden had gekocht. Dan zouden ze Bergkamp nooit hebben gehad, of Litmanen. Onrechtvaardig, maar ook dom.

Of neem de statistiek die de Volkskrant zaterdag publiceerde: vrijwel nergens in Europa zijn de arbeidskansen voor allochtonen zo slecht als bij ons. Zelfs niet in Spanje, waar iedereen werkeloos is.

De maatschappijles van de week: meritocratie is ook maar een mythe; defaitisme is begrijpelijk.