Nederland kan nog gelukkiger worden dan Denemarken

Op de VN Internationale Dag van het Geluk pleitte geluksprof Ruut Veenhoven vrijdag voor geluksbeleid.

Nederland staat altijd hoog in lijstjes van landen waar mensen het gelukkigst zijn. Maar Denemarken staat altijd nog nét boven ons. In de periode 2000-2009 gaven de Denen hun leven gemiddeld een 8,3 en de Nederlanders een 7,6. Ruut Veenhoven was vorige week met koning Willem-Alexander en koningin Máxima mee naar Denemarken. Hij is emeritus hoogleraar ‘sociale voorwaarden voor menselijk geluk’ aan de Erasmus Universiteit. En in Denemarken mocht hij uitleggen wat de Denen zo goed doen – als cadeautje aan het ontvangende land. „Vooral de kwaliteit van de overheid, van de ambtenaren, is in Denemarken nog net iets beter dan bij ons.”

Dat vertelde Veenhoven afgelopen vrijdag, 20 maart: door de Verenigde Naties uitgeroepen tot Internationale Dag van het Geluk. Veenhoven sprak op een minicollege ‘geluk’ in perscentrum Nieuwspoort in Den Haag. En Nederland mag dan behoren tot de gelukkigste landen ter wereld, aldus Veenhoven, maar dat is per ongeluk. Want beleid wordt er nog niet echt op gevoerd. „Als we dat doen, kunnen wij het niveau van de Denen ook halen.”

In de meeste landen wordt regelmatig in nationale enquêtes gevraagd hoe gelukkig mensen zijn, met vragen als: „Alles bij elkaar genomen, hoe tevreden bent u tegenwoordig met uw leven als geheel?” Veenhoven, die de World Database of Happiness heeft opgezet, liet onder meer gegevens zien van 148 van de 191-193 landen in de periode 2000-2009. „In Libië vond Gaddafi het niet nodig om geluksenquêtes te houden, en ook in Noord-Korea vond men dat niet nodig, zoals u zult begrijpen.” In Noordwest-Europa, Australië en Noord- en Zuid-Amerika zijn de mensen duidelijk het gelukkigst.

Dankzij onderzoek is nu zo’n 75 procent van de geluksverschillen tussen landen te verklaren. Landen zijn gelukkiger naarmate ze rijker zijn, er meer vrijheid is, de geestelijke gezondheidszorg beter is (dit met name in westerse landen) en de seksen gelijker zijn. Maar het sterkste verband is dat tussen geluk en kwaliteit van de overheid, zoals gebrek aan corruptie en competentie van ambtenaren. „Nee, ik denk niet dat als je burgers vraagt naar de bron van hun geluk, dat ze dan naar Den Haag wijzen”, zegt Veenhoven opgewekt. „Het gaat niet zozeer om de politiek, meer om de ambtenaren, dat die een voorspelbaar klimaat creëren. Dan kunnen mensen hun eigen plan trekken, zijn ze minder afhankelijk van familie.”

Opvallend is dat er netto géén verband is tussen inkomensongelijkheid in een land en geluk. „Waarschijnlijk komt dat doordat inkomensongelijkheid zowel positieve als negatieve effecten heeft”, zegt Veenhoven. „Ongelijkheid stimuleert economische ontwikkeling, maar het is niet fijn als je in je krotje naast een villa woont. Waarschijnlijk zijn die effecten ongeveer even sterk.”

Dan is de vraag nog, zegt Veenhoven, moet je geluk bevorderen, worden mensen daar beter van? Ja, zegt hij, niet verrassend: „Gelukkige mensen zijn actiever, en ook creatiever; ze zijn betere partners, betere ouders én betere burgers – ze betalen hun belastingen beter! Dat lijkt me toch een belangrijk gegeven als je het hebt over geluksbeleid. En het bijt niet met andere waarden: geluk gaat samen met vrijheid, welvaart en sociale cohesie.”

Als we beginnen met geluksbeleid halen we de Denen zo in, denkt Veenhoven. „We hebben net flink bezuinigd op de GGZ. Het is maar de vraag of we dat gedaan zouden hebben als we hadden gestuurd op geluk.”