‘Met basis afgestudeerden pabo zit het wel goed’

Koningin Máxima en staatssecretaris van Onderwijs Sander Dekker (PvdA) tijdens een gastles op basisschool OBS West in Capelle aan den IJssel. Foto ANP/ Bart Maat

Inspecteurs in het basisonderwijs en schoolleiders zijn positief over de basisvaardigheden van afgestudeerden van de pabo. Zijzelf zijn ook tevreden over de mate waarin de opleiding ze die heeft geleerd. Dat is een van de voornaamste conclusies van een onderzoek van de Onderwijsinspectie (pdf).

De inspecteurs beoordeelden respectievelijk 82 en 87 procent van de door hen bezochte lessen voldoende op de aspecten ‘taakgerichte werksfeer’ en ‘leerlingen zijn actief betrokken’. 70 procent van de schoolleiders zegt in een enquête tevreden te zijn met de toerusting door de pabo op de basisvaardigheden. 60 procent van hen vindt dat afgestudeerden voldoende niveau hebben om zelfstandig een klas te leiden, 7 procent vindt van niet.

Nulmeting

Het onderzoek - een enquête onder 471 afgestudeerden en 182 schoolleiders - moet volgens de inspectie nadrukkelijk als nulmeting gezien worden. Een vergelijking met eerdere resultaten is niet te maken, dus er kan niets gezegd worden over verbetering of verslechtering. Dit onderzoek zal wel gebruikt worden als graadmeter voor volgend onderzoek.

Een deel van de schoolleiders, 35 procent, zegt wel te vinden dat het niveau van de basisvaardigheden van beginnende leraren de afgelopen drie jaar is verbeterd. 10 procent van de ondervraagden vindt van niet. Ook hiervoor geldt dat er niets gezegd kan worden over wat zij eerder hierover zeiden. De inspectie spreekt zelf wel van een “stevige kwaliteitsslag”.

Na zorgen over het lage taal- en rekenniveau van pabo-studenten werd in 2006 een verplichte reken- en taaltoets in het eerste jaar ingevoerd. Studenten krijgen drie keer de kans die te halen voor het einde van het jaar, anders moeten ze stoppen met de opleiding. Door de toegenomen zwaarte van de opleiding waren er jarenlang minder nieuwe aanmeldingen.

Kritische noten

Maar nog niet alles gaat goed, zo blijkt uit het onderzoek. Eenderde van de ondervraagde afgestudeerden zegt dat de pabo hen niet in de gelegenheid heeft gesteld alles te leren wat nodig is voor de beroepspraktijk. Ze zijn ontevreden over de mate waarin de opleiding ervoor zorgt dat ze de voortgang van leerlingen kunnen blijven volgen. Ook vinden ze het lastig om passende zorg te bieden aan leerlingen en lessen af te stemmen op leerlingen met een achterstand of juist een voorsprong. Schoolleiders delen deze kritiek.

Ook is er ontevredenheid over het niveau van de opleiding. Bijna eenvijfde van de afgestudeerden is (zeer) ontevreden, een beeld dat volgens de inspectie bevestigd wordt door de HBO-Monitor. Eenvijfde vindt het niveau van de tentamens en opdrachten niet hoog of niet hoog genoeg.

Toen zorgen ontstonden over het lage taal- en rekenniveau van onderwijzers, werden pabo-leerlingen in 2006 verplicht om te slagen voor een reken- en taaltoets. Dat beleid zorgde aanvankelijk voor veel uitval op de pabo, maar lijkt nu vruchten af te werpen.

    • Frank Huiskamp