Katie Mitchells rafelvrije perfectie houdt emoties op afstand

Scène uit Alles Weitere kennen... foto Stephen Cummiskey

Het paleis is vervallen tot een unheimische ruïne. Tussen afgebladerde muren gaan lampen plots knipperen, alarmbellen rinkelen, stoelen schuiven en deuren slaan. Ontsnappen is onmogelijk.

In haar radicale bewerking van Fenicische Vrouwen bij het Deutsches Schauspielhaus Hamburg sluit de Britse theater- en operaregisseur Katie Mitchell alle personages bij elkaar op in een angstaanjagend spookhuis. Een 12-koppig koor dwingt de gevangenen tot het spelen van Euripides’ oorlogstragedie, die volgt op de verbanning van Oedipus uit Thebe vanwege vadermoord en moederliefde.

De spookhuisbewoners moeten in verschillende versies herbeleven hoe Oedipus’ zonen Eteokles en Polyneikes sterven in een tweegevecht om de heerschappij over de stad en hoe hun moeder Iokaste daarop zelfmoord pleegt. De nodige rekwisieten dragen de koorleden in museale vitrines plechtig aan.

In de tragedie van Euripides bestaat het koor uit buitenlandse vrouwen uit Fenicië (Palestina) die onbedoeld verzeild zijn geraakt in de oorlogssituatie van Thebe. In de versie van Mitchell blijft in het midden of het koor is samengesteld uit getraumatiseerde medegevangenen, spoken of goden. Mitchell heeft ze in ieder geval ontmenselijkt, met allen dezelfde zwarte jurkjes, hetzelfde opgestoken haar, machinale loopjes en emotieloze blikken.

De koorleden jagen het verhaal vooral aan vanuit het perspectief van de vrouw, de lijdende partij in de oorlog. Niet toevallig dragen Iokaste en haar dochters óók die zwarte jurkjes en zijn ze soms nauwelijks van het koor te onderscheiden. Ze staan blijkbaar aan dezelfde kant.

De tekst van de Britse toneelschrijver Martin Crimp maakt het oorlogsthema tijdloos , door gedragen klassieke verzen af te wisselen met uitroepen als ‘Wat is dit voor gezeik?’ De terroriserende sfinx uit de mythe blijft actief doordat Crimp het koor steeds nieuwe raadsels laat overdenken.

In haar regie maakt Katie Mitchell het idee van een zich herhalende strijd invoelbaar met veel verwijzingen naar eerdere opvoeringen van de mythe, zoals Pasolini’s film Edipo re (1967). Ook laat ze scenes herbeleven, door ze als in een film terug te spoelen en opnieuw af te spelen.

Het rewind/forward-trucje haalde Mitchell eerder uit, onder meer bij haar filmische regie van de wraaktragedie Orest bij De Nationale Opera in 2011. Door de grote groep spelers, hun uiterst precieze uitvoering en een prachtig decor leverde dat toen en nu indrukwekkende choreografieën op. Het enige wat je daar nog op aan kunt merken, is dat rafelvrije perfectie echte emoties vaak op afstand houdt.