Iran kijkt lachend toe bij Saoedische zorgen over deal

Deze week wordt verder onderhandeld over een nucleair akkoord met Iran. De Saoediërs zijn bezorgd, maar hun sunnitische regionale alliantie tegen Iran is nog ver weg.

Verscheidene wereldleiders bezochten de afgelopen weken Saoedi-Arabië, sinds kort bestuurd door koning Salman . Links deEgyptische president Sisi, rechts de Amerikaanse minister Kerry. Foto’s EPA en AP

Een lange rij Midden-Oosterse koningen en presidenten is de afgelopen weken op bezoek geweest in Riad bij koning Salman bin Abdel-Aziz al-Saud van Saoedi-Arabië. Maar het waren niet zomaar rituele kennismakingsbezoekjes aan een nieuwe leider. Koning Salman is druk bezig een hechte alliantie te smeden van sunnitische regimes tegen wat hij beschouwt als het snel groeiende gevaar van de shi’itische regionale macht Iran. Een groter gevaar, vinden de Saoediërs, dan de (eveneens sunnitische) Islamitische Staat.

Overal om zich heen zien de Saoediërs tekenen van succesvolle Iraanse inmenging. In het buurland Jemen, waar de shi’itische Houthi’s nu de hoofdstad Sana’a beheersen. In Bahrein, waar de shi’itische meerderheid ondanks zware repressie blijft protesteren tegen haar sunnitische monarchie. In Libanon natuurlijk, waar de shi’itische organisatie Hezbollah al enkele jaren de dominante macht is. In Irak, waar de Verenigde Staten de sunnitische waakhond Saddam Hussein, de belangrijkste Arabische vijand van Iran, ten val brachten en de facto de shi’itische meerderheid aan de macht hielpen. In Syrië, waar de Iraanse militaire en economische hulp president Assad overeind houdt. En ten slotte in eigen land, waar een gemarginaliseerde shi’itische minderheid (een kleine 20 procent van de bevolking) onrustig is.

Aartsvijand Iran

En nu dreigt de internationale gemeenschap een nucleair akkoord met dat Iran te sluiten dat in Saoedische ogen de aartsvijand nog méér armslag geeft. Want op dit moment wordt de islamitische republiek nog tot op zekere hoogte in toom gehouden door zware economische sancties. Maar een akkoord zal hoe dan ook een aanzienlijke verlichting daarvan meebrengen. En evenals bijvoorbeeld de Israëlische premier Netanyahu en zijn bondgenoten in het Amerikaanse Congres zijn de Saoediërs bang dat de onderhandelaars van de P5+1 (de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad plus Duitsland) te veel concessies aan Iran doen. Omdat ze koste wat het kost een akkoord willen sluiten, om een crisis over een Iraanse atoombom te voorkomen, maar ook omdat Iran de facto een bondgenoot is tegen de Islamitische Staat.

De Amerikaanse minister John Kerry ging twee weken geleden óók op bezoek in Riad, om koning Salman en hoge vertegenwoordigers van de andere Golf-monarchieën gerust te stellen. Zijn boodschap was dat het principeakkoord dat mogelijk in de komende week tot stand komt, juist waarborgt dat Iran vooralsnog géén kernbom ontwikkelt, als het dat zou willen doen. Hij verzekerde zijn gesprekspartners dat de Verenigde Staten de veiligheid van hun bondgenoten in het Golfgebied blijven waarborgen. „We zullen niet onze ogen afwenden van Irans andere destabiliserende acties in plaatsen als Syrië, Libanon, Irak en het Arabisch schiereiland, Jemen in het bijzonder”, zei Kerry.

Maar Saoedi-Arabië ziet dat anders. Het herinnert zich dat Iran onder de sjah, tot de Islamitische Revolutie van 1979, Amerika’s ‘politieagent in de Golf’ was. Waarom zei president Barack Obama twee maanden geleden in een interview met een Amerikaans radiostation dat Iran een „erg succesvolle regionale macht” zou kunnen worden als het een akkoord zou sluiten? En niet alleen Iraanse conservatieven hebben gezien hoe gezellig en ontspannen Kerry en zijn Iraanse ambtgenoot Javad Zarif onlangs langs de Rhône liepen te wandelen.

Anti-Iran-coalitie

Wat te doen? In Israël wordt wel gespeculeerd over samenwerking met de Saoediërs, die immers hetzelfde over Iran denken. Maar meer dan samenwerking tussen de respectievelijke inlichtingendiensten, achter de schermen, is niet mogelijk gezien de zeer anti-Israëlische stemming bij de bevolking en de invloedrijke geestelijkheid. Koning Salman zoekt zijn bondgenoten in de sunnitische wereld.

Van zijn recente bezoekers is de Jordaanse koning Abdullah een oude vriend. Interessanter was de komst van de Pakistaanse premier Nawaz Sharif van Pakistan, die volgens Pakistaanse media het verzoek kreeg troepen te sturen. Er doen al geruime tijd geruchten de ronde dat de onderlinge samenwerking ook de levering van een atoomwapen omvat, mocht de nood aan de man komen, maar daarvan is tot dusverre geen bewijs geleverd. Het bezoek van de Turkse president Erdogan was zelfs het resultaat van een beleidswijziging in Riad.

De relaties tussen Saoedi-Arabië en Turkije waren ernstig bekoeld onder het offensief dat koning Abdullah had ingezet tegen de Moslimbroederschap, de revolutionaire islamitische beweging die juist de steun heeft van Erdogans bewind. Tot woede van Ankara steunde Riad in 2013 de staatsgreep van generaal Sisi tegen het gekozen bewind van de Moslimbroederschap in Kairo en vervolgens diens genadeloze vervolging van leiders en leden van de Broederschap. Vorig jaar zette Saoedi-Arabië de Broederschap op zijn lijst van terroristische organisaties. Maar minister van Buitenlandse Zaken prins Saud al-Faisal zei afgelopen maand plotseling dat Saoedi-Arabië „geen probleem heeft met de Moslimbroederschap”. Het is de Saoediërs wel wat waard het grote Turkije in zijn anti-Iran-alliantie te lokken.

Maar het geeft meteen aan hoe lastig het is de sunnitische landen op één lijn te krijgen. Op een vraag of hij in Riad ook met Sisi ging spreken antwoordde Erdogan: „Geen sprake van.” Sisi op zijn beurt zei van Turkije te verwachten dat het zich niet meer mengt in Egyptische binnenlandse aangelegenheden. Ander probleem: Erdogan wil zelf de leider zijn van de sunnitische wereld.

Iran kijkt het lachend aan.