Gebed

Steunend op twee krukken wacht ik in Ede op de trein. Een jonge vrouw komt naast me staan: „U heeft wat aan uw been, nietwaar?” „Ja”, zeg ik, „ik heb m’n achillespees gescheurd.” „Wat vervelend voor u”, zegt de vrouw: „Mag ik voor u bidden?” Natuurlijk mag dat. De vrouw komt iets dichter bij me staan en begint hardop: „Lieve vader in de hemel...” Het halve perron valt stil. „Hoho”, zeg ik: „Ik ben niet gelovig, dus doe dat maar in stilte.” Licht teleurgesteld hervat ze stil haar gebed. Als ze klaar is opent ze haar ogen en zegt: „Ik hoop dat u het verschil merkt, maar meestal duurt het een paar dagen...”