Hoera, we wantrouwen E-nummers

Mensen maken hun eigen wetenschap. ‘Prima toch? Ze zijn mondige burgers.’

Foto Andreas Terlaak Foto Andreas Terlaak

Een groeiende groep burgers keert zich af van de gevestigde wetenschap, en gaat op eigen houtje op zoek naar kennis en duiding. Over gezonde voeding, vaccinatie, stralingsbronnen, noem maar op. „Met name onder lager opgeleiden”, zegt hoogleraar sociologie Peter Achterberg van de Tilburg University. Hij hield anderhalve week geleden zijn oratie over het aanzien van wetenschap.

De politiek – net als de wetenschap zelf natuurlijk – maakt zich zorgen over dit groeiende wantrouwen. Maar Achterberg juicht deze trend toe. „Het is de democratisering in optima forma”, zegt hij op zijn werkkamer. „We willen toch mondige burgers? Mensen die niet alles voor zoete koek slikken ? Welkom in de moderne samenleving.”

Tegelijk zegt u dat het aanzien van de wetenschap nog steeds goed is. Hoe zit dat?

„Wat blijkt uit enquêtes is dat mensen veel vertrouwen hebben in de wetenschap als construct, als iets dat inzicht en houvast kan geven. Net zoals ze dat hebben in de democratie en de rechtsstaat. Maar het vertrouwen in de beoefenaren, de wetenschappers, de politici, ligt onder vuur.”

Waar komt dat wantrouwen uit voort?

„Het is een maatschappelijk ongenoegen dat we vooral de kop zien opsteken in geseculariseerde landen. Religie biedt orde, een kader voor zingeving. Als dat wegvalt wordt de wereld een stuk chaotischer en wispelturiger. En dat vinden die gasten irritant. Van wie kun je dan nog op aan? Zo ontstaat maatschappelijk onbehagen. Anomie noemen we dat. Het kenmerkt zich door wantrouwen in de uitvoerders. In de zin van: democratie is oké, maar politici gaan alleen maar voor eigenbelang. En wetenschap is top, maar de wetenschappers zijn niet op zoek naar de waarheid. Dat zijn fraudeurs, die met hun onderzoek rijk proberen te worden.”

Waarom vooral bij lager opgeleiden?

„Die hebben meer behoefte aan zekerheid. Hoger opgeleiden redden zich beter in een lossere, vrijere wereld. Bij hen zien we een blijvend groot vertrouwen in de uitvoerders. Zo ontstaat een kloof tussen deze twee groepen.”

En in welk opzicht is dat wantrouwen van de lager opgeleiden dan goed?

„Vaak wordt over anomie negatief gesproken. Het leidt tot drugsgebruik, criminaliteit. Maar dat wil niet zeggen dat anomische mensen de wetenschap een kopje kleiner willen maken. Ze omarmen haar juist, in hun zoektocht naar nieuwe zin, zekerheid en orde. We zien dat terug in enquêtes: hoe anomischer men is, hoe meer men verwacht van de wetenschap.”

Van wetenschappers wordt nu verwacht dat ze meer in contact treden met de samenleving. Maar wat als een groot deel ervan hen wantrouwt?

„Dat is lastig. Ik zit in de ouderraad van de school van mijn kinderen. Laatst organiseerden we een avond met twee voedingsdeskundigen van de VU. Ze vertelden over gezonde voeding. Over E-nummers, zoetstoffen. Je merkte dat sommige mensen in de zaal een compleet eigen beeld hebben van wat waar is. Ze vinden dat je je kind bijna aan het vermoorden bent als je het een glaasje frisdrank geeft met een beetje zoetstof.”

Je kunt ze niet overtuigen met feiten?

„Je kunt met feiten gooien wat je wil, dat werkt alleen maar averechts. Mensen graven zich alleen maar dieper in. Veel beleidsmakers denken nog steeds: als we het maar goed uitleggen. Dat is volledig dom. Ze moeten beter leren luisteren.”

De Duitse filosoof Habermas zegt dat we met een open en vrije communicatie komen tot een redelijke omgang met de wereld en met elkaar. Gelooft u daarin?

„Dat is de droom. Maar of het werkt? Het is wel het enige wat ik kan bedenken. Dat is de paradox. Je móet wel in gesprek, dat kan in de huidige samenleving niet anders. Maar als je niet uitkijkt, brengt het je alleen maar verder in de problemen.”

U ziet echt geen alternatief?

„Het is verschrikkelijk lastig om anomische mensen bij de gevestigde wetenschap te betrekken.”

Het Haagse Rathenau Instituut zegt hierover dat je burgers eerder een rol moet geven in het proces van besluitvorming. Is dat iets?

„Dat is een eerste goede stap. Het is wat minister Bussemaker nu probeert. Ze geeft de burger inspraak in de onderzoeksagenda van de wetenschap. Maar ik ben daar sceptisch over. Het kan bijna alleen maar uitlopen op een teleurstelling. Burgers kunnen vragen indienen. Maar daarvan zullen er heel veel afvallen. Omdat er ronduit slechte vragen tussen zitten. Of omdat de wetenschap zegt: op deze vraag weten we het antwoord al lang. En mocht je vraag al onderzocht worden, wat doe je dan als het antwoord je niet aanstaat? Kortom, er gaan veel mensen teleurgesteld worden, geknakt als een bloem.”

Doet u het zelf, met publieken in debat gaan?

„Ik geef college, en ik merk dat ik het irritant vindt als die kinderen niks terugzeggen. Ik hou wel van een beetje vuurwerk. En van absurdisme. Halverwege mijn oratie vroeg ik het publiek of het nog een beetje ging. Ze konden hun antwoord naar mijn Facebook-pagina sturen en aan het eind projecteerde ik ze op een scherm. Er waren hilarische antwoorden bij: ‘Wanneer begint die karaoke eigenlijk?’

U houdt van karaoke?

„Enorm. Alles van André Hazes zing ik mee. De avond na mijn oratie was er karaoke. Hoewel ik moet toegeven dat ik een hele slechte stem heb. Maar dat werkt juist beter. Dan zijn mensen sneller geneigd mee te doen. En wordt het gezelliger.”

    • Marcel aan de Brugh