Het schaatsen zit erop, dus we blikken terug: vier conclusies na dit seizoen

Nederlands succes was er op het EK allround: Sven Kramer en Ireen Wüst prolongeerden hun titel. Foto ANP/ Vincent Jannink

Met de wereldbekerfinale van afgelopen weekend in het Duitse Erfurt, zit het schaatsseizoen erop. Een na-olympisch schaatsseizoen, een dat op papier meestal voor weinig spektakel zorgt. Maar er gebeurde genoeg. Dit is wat we meenemen uit de afgelopen maanden.

Kramer en Wüst hadden zonder Kemkers wisselend succes

Nee, dit was niet het beste seizoen voor de beste schaatsers die Nederland ooit heeft gekend. Sven Kramer en Ireen Wüst reden dit jaar niet meer voor TVM, niet meer voor succescoach Gerard Kemkers, maar gingen beiden hun eigen, nieuwe weg. Met wisselend succes.

Kramer zocht zijn heil bij sprintcoach Jac Orie bij LottoNL-Jumbo mede, althans dat zei hij steeds, om zich te verbeteren op de 1.500 meter. Om met dat doel te beginnen: nadat hij het koningsnummer won tijdens de NK Afstanden ontsteeg hij verder nergens de middenmoot, misschien af en toe de subtop. ‘Zijn’ lange afstanden bleven prima, al reed hij ze bijna niet. Kramer bewees op de 5.000 meter tijdens de allroundtoernooien en de twee wereldbekerwedstrijden die hij reed nog steeds de beste te zijn. De 10 kilometer reed hij amper, hij reed hem wanneer het moest. De confrontatie met olympisch kampioen (en inmiddels ook wereldkampioen) Jorrit Bergsma, die momenteel op de langste afstand de betere is, ging hij zelden aan.

Kramer won wat hij moest en wilde winnen. Een stabiel seizoen reed hij echter niet, hij piekte alleen steeds op de juiste momenten. Zo won hij zonder echt goed te schaatsen gewoon weer het NK, EK én WK allround en pakte hij de wereldtitel op de vijf kilometer. Andere afstanden reed hij tijdens dat WK niet.

Kramer rijdt naar de wereldtitel op de 5.000 meter

Wüst had het spiegelbeeld van het seizoen van Kramer. Dat van haar was wel stabiel te noemen, maar zij piekte juist níét op de goede momenten. Ze reed vrijwel altijd wel in de voorhoede op de afstanden die ze reed, ze prolongeerde haar Europese titel allround, maar legde het bijvoorbeeld af tegen haar Tsjechische rivale Martina Sablikova op het WK allround en won op de WK afstanden geen goud, ‘slechts’ drie keer zilver. Dat is prima voor welke concurrent van Wüst dan ook, matig voor haar. Ze ondervond op de 1.000 en 1.500 meter ook veel concurrentie van de sterke Amerikaanse schaatssters Heather Richardson en Brittany Bowe. Aan het eind van het seizoen was ze helemaal op, ze wilde, zo zei ze zelf, alleen nog maar slapen (€).

Wüst reed dit seizoen voor het vrouwensprintteam van Continu, onder leiding van Marianne Timmer en Gianni Romme. Dat bleek niet de ideale ploeg voor haar. In februari maakte Wüst bekend volgend jaar ergens anders te rijden. Ze miste onder andere het trainen met mannen, een beetje extra uitdaging. Volgend jaar rijdt ze voor de nieuwe ploeg iSkate. De geruchten gaan dat Gerard Kemkers, nu werkzaam bij FC Groningen, daar als technisch directeur zou terugkeren en de twee dus weer herenigd zouden worden. Dat heeft Kemkers nu ontkend. Hij blijft bij het voetbal.

Wüst kondigt vertrek bij Continu aan:

Een potentiële Russische sprintlegende is opgestaan

Binnen een jaar heeft Nederland terrein verloren op de sprint aan de Russen. Die hebben momenteel de sterkste lichting in jaren. Ruslan Moerasjov, Alexej Yesin, maar vooral, uit het niets op eenzame hoogte: Pavel Koelizjnikov. Geen schande als je tot dit seizoen nog niet van hem had gehoord. De 20-jarige werd in 2012 na het WK voor junioren op doping betrapt en zat vervolgens een schorsing uit. Dit seizoen presenteerde hij zich als de nieuwe sprintkoning, niemand kwam in de buurt.

Dan vooral niet op de 500 meter, die hij vaak met grote afstand won. Hij won bijna alle wereldbekerwedstrijden, won de wereldtitel en behaalde de wereldbeker. Dat deed hij ook op de 1.000 meter, waarop hij net iets minder dominant was. Tijdens het WK legde hij het af tegen Davis. Ook won Koelizjnikov het WK sprint.

Koelizjnikov in actie op de 500 meter tijdens de WB in Heerenveen:

De prestaties van de Rus zorgden bij sommige collega’s wel voor twijfels. De Noor Espen Aarnes Hvammen bijvoorbeeld uitte die redelijk openlijk: eens een dopeur, altijd een dopeur, schreef hij in oktober vorig jaar op Twitter. Tijdens de wereldbekerwedstrijd in Berlijn zei hij dat “iedereen” de prestaties van Koelizjnikov betwijfelt. Maar: er vinden geregeld dopingcontroles plaats in het schaatsen en Koelizjnikov is vooralsnog niet betrapt.

Lees ook in NRC Handelsblad: Een nieuwe wondersprinter uit Siberië (€).

De Amerikanen hadden weer wat te vieren

Wie herinnert zich nog een tierende Jillert Anema, coach van onder anderen Jorrit Bergsma, tijdens de Olympische Winterspelen in Sotsji op de Amerikaanse zender CNBC. You’ve got zero medals, man. Met de Amerikaanse schaatsers, van wie minstens een paar medailles verwacht werden, ging het waardeloos in Rusland. Shani Davis, twee keer olympisch goud op de 1.000 meter, twee keer zilver op de 1.500 meter, faalde. Heather Richardson en Brittany Bowe, toppers op de 1.000 meter en 1.500 meter, faalden. Het lag aan de pakken, het lag aan een verkeerde manier van trainen.

Een jaar later was het helemaal anders. Davis was het hele seizoen nog steeds zoekende naar een vorm die hij wellicht nooit meer zou krijgen, hij speculeerde zelfs over vroegtijdig stoppen, maar won uit het niets in Heerenveen de wereldtitel op de 1.000 meter. Nog succesvoller was het duo Bowe-Richardson, dat waar het reed de ene na de andere medaille pakte. De twee reden constant in de top op de sprintafstanden en werden één (Bowe) en twee (Richardson) tijdens het WK sprint. Bowe pakte daarnaast de wereldtitel op de 1.000 meter en 1.500 meter, Richardson op de 500 meter.

De mass start was niet de gedroomde vervanger van de 10 kilometer

Sven Kramer tegen Jorrit Bergsma, dat is misschien nog vuurwerk, maar de meeste mensen die naar de tien kilometer kijken, moeten daarvoor eerst hoofdschuddend kwartieren naar oninteressante races kijken. De langste afstand is te saai en de internationale schaatsbond ISU wil er eigenlijk van af. De gedroomde vervanger moet de mass start zijn, een onderdeel waarop tientallen schaatsers tegelijkertijd in de baan verschijnen voor een soort verkorte marathonwedstrijd.

Dit seizoen was het eerste waarin er niet voor spek en bonen werd gereden, waarin er officiële wereldbekerwedstrijden waren en een officiële wereldtitel. Maar het kwam niet echt van de grond, zegt onze schaatsredacteur Maarten Scholten:

“Het werd groots aangekondigd, prominent in de wereldbeker gezet. Maar het werd steeds na alle interessante onderdelen geprogrammeerd, wanneer iedereen al naar huis was. Maar dat is ook moeilijk, want je moet dit wel aan het eind inplannen. Je kunt niet voor een vijf kilometer nog een mass start zetten, want schaatsers hechten toch meer waarde aan de individuele afstanden.

De races zijn daarnaast niet allemaal even spectaculair. Zo zei Shani Davis al dat als het echt ergens om gaat, dat het dan te gevaarlijk wordt, omdat iedereen elkaar aan de kant zou beuken. Ook was de bedoeling dat kleine landen juist kans zouden maken op dit onderdeel, maar die werd nog steeds door Nederland gedomineerd.”

Maar of dat goed nieuws is voor de 10 kilometer?

“Daar is internationaal geen animo meer voor. Die sterft sowieso een langzame dood.”