Harde campagne tegen Le Pen heeft gewerkt

Tegen de verwachting in werd het Front National gisteren níét de grote winnaar van de Franse departementsverkiezingen. Een symbolische tegenvaller voor Marine Le Pen.

Marine Le Pen reageert op de verkiezingsuitslag, gisteravond. Foto AFP / KENZO TRIBOUILLARD

De strategie van Manuel Valls tegen Marine Le Pen lijkt te hebben gewerkt. Hoe meer het Front National de laatste weken in de peilingen voor de Franse departementsverkiezingen omhoog schoot, hoe feller de toon van de Franse premier werd.

Tegen de voorspellingen in, werd het nationaal-populistische FN gisteren in de eerste kiesronde niet opnieuw de grootste partij van Frankrijk. Het was de conservatieve UMP van oud-president Nicolas Sarzkozy die daar met zo’n 36 procent van de stemmen het meest van profiteerde.

Het FN, door Valls en Franse media tegen de zin van Le Pen consequent „extreem-rechts” genoemd, „houdt niet van Frankrijk” en „tientallen kandidaten” hebben zich „antisemitisch, racistisch, homofoob en seksistisch uitgelaten”, hamerde Valls op campagnebijeenkomsten overal in het land.

Niet eerder deed het FN in zoveel kantons (kiesdistricten) mee, maar ten opzichte van de Europese verkiezingen van afgelopen jaar heeft de partij op nationaal niveau geen verdere vooruitgang geboekt. De score van net iets minder dan 25 procent is weliswaar een van de beste uit zijn ruim veertigjarige geschiedenis, maar lijkt een symbolische tegenvaller voor Le Pen die, sinds zij in 2011 de partijleiding overnam, bij iedere verkiezing betere resultaten toonde.

Dat zal voor een deel te maken hebben met de relatief hoge opkomst van net iets meer dan 50 procent. „De toename van de opkomst laat zien dat het FN als enige de capaciteit heeft om mensen naar de stembus te krijgen”, zei Le Pen in een dubbelzinnige reactie op de eerste exitpolls. Met andere woorden: de in haar ogen „stigmatiserende” campagne van Valls is bepalend geweest.

De rijen moeten gesloten blijven

Voor Le Pen, die al campagne voert voor de presidentsverkiezingen van 2017, was de eerste ronde van gisteren van groot belang. Hoewel volgens haar in „bijna 1.000 kantons” (van de 2.054) FN-kandidaten tot de tweede ronde zijn doorgedrongen, is de kans dat het FN uiteindelijk volgende week meer dan één of twee van de 101 departementen wint nogal klein.

„Anders dan Marine Le Pen wil doen geloven blijft een stem op het FN voor veel mensen een proteststem”, zegt politicoloog Pascal Perrineau. Als kandidaten van het FN in de tweede, beslissende ronde tegenover die van de Parti Socialiste van president Hollande of de UMP van Sarkozy uitkomen, kiezen ze vaak de veilige weg – hiertoe vaak aangemoedigd door de verliezers uit de eerste ronde, die tegen het FN een zogenoemd ‘republikeins front’ opwerpen.

Valls riep meteen „alle republikeinen” op om „extreem-rechts in de tweede ronde een halt toe te roepen”. Dat wil zeggen: dat linkse kiezers in kantons waar het FN tegenover de UMP staat, dan maar op de UMP stemmen. Sarkozy wilde niet zover gaan en riep kiezers op in de tweede ronde niet FN („waar we niets mee gemeen hebben”) maar ook niet PS („die we politiek bestrijden”) te stemmen.

Als de uitslag van gisteren iets leert, dan is dat het toegenomen belang van eerste verkiezingsrondes. Vochten de traditionele machtsblokken, de UMP en de PS, het meestal in de tweede ronde uit, nu is het zaak die eerste ronde te overleven. Terwijl de UMP voor de verkiezingen van gisteren lijstverbindingen was aangegaan met de centrum-rechtse UDI, voelde de PS op veel plaatsen ook concurrentie van andere linkse partijen. Om in 2017 naast Le Pen de tweede ronde bij de presidentsverkiezing te halen moeten de rijen gesloten blijven.