Geldnood op school: langer lesgeven voor zelfde loon

Het Einstein Lyceum in Rotterdam, een van de scholen die onder de koepel BOOR valt. Foto ANP / Jerry Lampen

De financiële problemen in het openbaar onderwijs in Rotterdam zijn zo groot dat de leerkrachten van dertien middelbare scholen 16 procent meer les moeten gaan geven voor hetzelfde salaris. Dat bevestigt financieel bestuurder Didier Dohmen van de scholenkoepel BOOR, waar 82 scholen in het basis-, voortgezet en speciaal onderwijs onder vallen, vandaag aan NRC Handelsblad.

Dohmen reageert hiermee op uitgelekte bezuinigingsplannen van de Wolfert van Borselen Scholengroep in Rotterdam, onderdeel van de Stichting BOOR. De scholengroep telt zes middelbare scholen. Uit interne documenten blijkt dat de directie de begroting niet langer “met veel kunst en vliegwerk sluitend krijgt”.

Structurele maatregelen laatste uitweg

Het onderhoud aan de gebouwen is stopgezet, de klassen zijn vergroot en het aantal lesuren is teruggebracht tot het wettelijk minimum. Verder zijn “achterstandsmiddelen” ingezet voor de reguliere bedrijfsvoering, en “subsidies (drie)dubbel aangevraagd en gebruikt voor exploitatie”. Nu moeten er “structurele maatregelen komen”.

Twee weken geleden bleek uit onderzoek van deze krant dat de gemeente Rotterdam BOOR eind vorig jaar van de ondergang redde. Rotterdam betaalde 3,2 miljoen euro aan subsidies vervroegd uit, zodat de onderwijskoepel genoeg geld in kas had om docenten en medewerkers hun salaris en eindejaarsuitkering te betalen.

Minder tijd voor nakijken en lessen voorbereiden

BOOR kampt al jaren met liquiditeitsproblemen door een slecht functionerende financiële administratie en problemen met het personeelsbeleid. Ook speelt een fraudezaak rond het hoofd huisvesting.

BOOR wil dat alle middelbare scholen die onder de koepel vallen (dus niet alleen die van Wolfert van Borselen) de zogenoemde opslagfactor van 1,74 terugbrengen naar 1,5. Dat betekent dat leerkrachten minder tijd krijgen om hun lessen voor te bereiden, toetsen te maken en na te kijken. De tijd die overblijft, moet benut worden voor meer les en leerlingbegeleiding. Leerkrachten met een fulltime aanstelling zullen 3,5 uur per week meer les moeten geven.

Lees de rest van dit verhaal in NRC Handelsblad van vanmiddag. (€)