Elke dag vijf uur samen op zolder

Strijkkwartetten zijn berucht om de psychologische impact van extreem intensief samenwerken, -spelen en -leven. Hoe werkt dat als zo’n kwartet bestaat uit alleen vrouwen?

Best verkopendekwartet ooit: het Britse Bond Quartet speelt pop op elektrische strijkinstrumenten en verkocht al 4 miljoen cd’s. foto EPA/Jeffrey Arguedas

Romans en films zijn eraan gewijd: de paradoxale psychologie van het strijkkwartet. Vier musici die zich fulltime inzetten voor een genre dat juist eist dat ze hun in jaren ontwikkelde, individuele stemmen versmelten tot één – met alle mogelijke gevolgen (relaties, frustraties, jaloezie) van dien.

Maar wie de vier vrouwen van het succesvolle Nederlandse Ragazze Quartet op hun vaste, door een muziekminnend echtpaar beschikbaar gestelde repetitiezolder in Amsterdam Bartóks Eerste strijkkwartet hoort repeteren, denkt niet aan de roerige intriges van A Late Quartet, Anna Enquists Kwartet, Vikram Seths An Equal Music of Henk Romijn Meijers Het Kwartet. De sfeer is kloosterachtig. Geconcentreerd wordt gesleuteld aan samenklanken, het komma voor komma verbeteren van het klinkend resultaat. Opvallend: de diplomatie regeert. Er wordt steeds zo omtrekkend geformuleerd dat het spel verbetert, maar de sfeer niet verslechtert.

„Gaan we misschien wat te snel in maat tien?” oppert altvioliste Annemijn Bergkotte (31). „Het samen ademen is nog niet eh….optimaal”, bevestigt eerste violiste Rosa Arnold (30). Tweede violiste Jeanita Vriens (31): „In het crescendo zouden we wat meer in elkaars stok kunnen zitten.”

Zelf kunnen de ‘ragazze’ er wel om lachen, hun al dan niet ‘vrouwelijke’ conversatietoon. Ze hebben geprobeerd wat minder vaak ‘misschien’ te zeggen, maar die pogingen strandden als vanzelf weer.

Violiste Vriens: „Blijkbaar is dit onze natuurlijke omgangstaal, prima toch? Ik kan zeggen wat ik wil zeggen, en het komt aan. Een regisseur met wie we laatst werkten, vond juist dat we ‘mannelijk’ doelgericht en direct communiceerden. Ik heb eens gespeeld in een kwartet met een man, maar geloof me: die was veel zachter dan wij.”

Nationaal en internationaal zijn vrouwelijke strijkkwartetten een succesvolle niche. Maar het marktsegment waarop in latex gehulde ensembles als het Bond Quartet (poparrangementen op elektrische strijkinstrumenten) of The Lady Godivas zich richten, is een andere dan dat van het klassieke, vooral per toeval puur vrouwelijke Ragazze Quartet.

Eerste violiste Rosa Arnold begon toen ze zestien was met het kwartet – als leerlinge van Coosje Wijzenbeek en lid van dier beroemde ensemble The Fancy Fiddlers was ze van al veel jonger af aan gewend om samen te spelen. Haar kwartet wisselde nog verschillende malen van samenstelling, maar werd echt serieus toen drie van de vier huidige kwartetleden (toen nog aangevuld door celliste Geneviève Verhage) in 2007 instroomden op de tweejarige fulltime-opleiding van de Nederlandse Strijkkwartetacademie, een kweekvijver van nationaal en internationaal kwartettalent.

Voor altvioliste Bergkotte was dat het moment dat het spelen in het Ragazze Quartet „van vooral leuk een echte verbintenis werd”, zegt ze. „In elk geval voor de duur van de opleiding. Kijken hoe ver we zouden komen.” Maar al snel werd duidelijk dat allen in het kwartetspelen vonden wat ze zochten. Samenspel en je individuele „ei kwijt kunnen”. Het kwartet volgde masterclasses, ging op tournee naar onder andere Nepal, de VS, China en Indonesië, sloot in 2012 een overeenkomst met Channel Classics voor ten minste drie cd’s en won in 2013 de Kersjes Prijs (50.000 euro).

Gemiddeld brengen de vier vrouwen van het Ragazze zo’n 35 uur per week samen door. Maar vaak ook is het meer, berekenen ze. Ze repeteren vijf uur per dag en spelen concerten, minstens 60 per seizoen, maar op dit moment meer. Dan zijn er nog de tournees. En de cd-opnames.

Communiceren gaat via whats app. Violiste Vriens: „Maar dat is altijd praktisch, nooit persoonlijk. En laatst zijn we in Tokio na een 10-daagse tournee ook gewoon elk even een dagje onze eigen gang gegaan. Je hebt ook je eigen ruimte nodig.”

De gedachte aan samenwonen in één huis, zoals de leden van het Matangi Strijkkwartet in een zoektocht naar ultieme synergie ooit probeerden, ontlokt een zeer eensgezind „Neeeeeeee!!!!”

Karakters

In theorie is Rosa Arnold als eerste violiste de ‘baas’ van het Ragazze Quartet. Maar in de praktijk werkt het niet zo, zeggen allen. Celliste Kirsten Jenson, pas sinds september in het kwartet, roemt juist de democratische openheid. „We hebben alle vier duidelijke meningen, en die worden ook alle gehoord. Uiteindelijk komen we er altijd uit. Als het al voorkomt dat er echt twee tegengestelde ideeën zijn over een interpretatie, proberen we die gewoon allebei. Daar maken we dan een opname van, en dan kiezen we alsnog. Samen.”

Waarschijnlijk is een succesvol kwartet altíjd een kwestie van een goede persoonlijke en muzikale match; niet voor niets zijn er ook veel kwartetten waarin meer leden uit één gezin samenspelen.

Ook voor The Stolz Quartet, een onalledaags ensemble van drie strijkers en hobo dat eigentijdse muziek toegankelijk maakt voor een breder publiek, was de basis dat „de karakters emulgeerden”, zegt altvioliste Liesbeth Steffens. „De wens om een ensemble te vormen begint er altijd mee dat je gewoon lekker samenspeelt met iemand, dat de timing als vanzelf werkt, dat je weerklank vindt.”

Zo verbond Steffens zich aan hoboïste Marieke Schut, met wie ze ook samenspeelt in het ASKO|Schönberg Ensemble, violiste Jellantsje de Vries en celliste Doris Hochscheid, die in het komend project Alle 13 moeilijk echter wordt vervangen door cellist Charles Watt. „Onze gebruikelijke vrouwelijke samenstelling is toeval”, zegt Steffens. „Er is veel te zeggen voor een gemixte bezetting. Vrouwen kunnen erg uitweiden of vatten inhoudelijk commentaar persoonlijk op. Het punt bij muziek is natuurlijk dat je opvattingen deels ook persoonlijk zíjn, dus je kunt niet zomaar zeggen: ik vind jouw timing kut. Maar een beetje to the point is toch wel prettig. Humor kan helpen de boodschap wat te verzachten, zonder dat de kern verandert.”

Hoewel het eerste vrouwelijke strijkkwartet al ontstond in 1878 (Eichberg Quartette) en het iets jongere Soldat-Roeger Quartet zeer succesvol was, bestond lange tijd het merendeel van de beroemde kwartetten uit mannen (Alban Berg, Amadeus, Arditti, Brodsky, Emerson – om er een paar te noemen), al zijn er altijd voorbeelden van gemixte kwartetten (het vroege Borodin, Kronos, Hagen).

Maar inmiddels zijn de meeste strijkers vrouwen en bloeien dus ook de vrouwelijke kwartetten. Aan de Nederlandse Strijkkwartetacademie studeerden er verscheidene, daarnaast zijn hier het EnAccord en het Mirovia Kwartet succesvol.

Couturejurken

Het Ragazze Quartet toert op dit moment rond met het programma Haute Couture: muziek van Stravinsky, Prokofjev en Ravel, gespeeld in een decor, met videoprojecties en in door modeontwerpster Henriette Tilanus ontworpen jurken.

Tweede violiste Vriens: „Onze meeste concerten hebben nu een theatrale component, maar dat is geleidelijk zo gegroeid. In het begin vond ik het wennen. Eén keer moesten we van een regisseur een uur in ons eentje improviseren over een thema. ‘Het harnas dat het beest binnenhoudt, vertoont een scheur’, stond er op mijn kaartje. Eh... ja. En dan ’s avonds gewoon weer Beethoven spelen. Maar het heeft ons veel gebracht. Ook in normale concerten ben ik nu veel minder geremd.”

Opvallend genoeg wendt ook The Stolz Quartet liefst theatrale middelen aan bij zijn concerten. In het programma Alle 13 moeilijk werkt het kwartet deze week samen met acteur Michiel Romeyn (bekend van Jiskefet), die uitlegt wat hém treft in de moderne stukken die worden gespeeld.

Volgens altvioliste Steffens is het geen toeval dat meer ensembles nu nadenken over nieuwe, minder afstandelijke concertvormen. „De belangstelling voor klassieke muziek neemt af, je moet dus wel een beetje een zendeling zijn. En ik vind dat ook niet erg, integendeel zelfs. Het is leuk te merken dat mensen met de handvatten die wij aanreiken een strijktrio van Kurtág opeens wél heel mooi vinden.”

Het Ragazze Quartet ziet de toekomst zonnig in, ook als ze straks geen ‘ragazze’ meer zijn. Arnold: „We zetten ons uiterlijk nu wel een beetje in, maar dat houdt niet op als je geen dertig meer bent. We houden gewoon erg van hoge hakken. En onze naam – die houden we ook gewoon.”

En als er gezinnen komen – beruchte spijtzwam van fulltime-plus werkgemeenschappen – „dan passen we dat zodanig in dat het onze artistieke kwaliteit niet schaadt”, zegt altiste Bergkotte. Rosa Arnold: „Maar we zullen óók geen dertig jaar lang zo doorgaan als nu. Daarvoor is dit leven te heftig en te belastend.” Tweede violiste Vriens: „Mensen hebben geen idee van de uren die we maken. ‘Leuk! En wat doe je overdag?’, vragen ze dan.”

Voorlopig willen de Ragazze-leden vooral meer concerten geven in het buitenland. Arnold: „We hebben straks vier cd’s uit, dat helpt hopelijk. Soms dromen we hardop: iets minder concerten voor een beter honorarium, dàt zou erg fijn zijn.”