Een waterval aan bloed

Elke ziekte doet haar patiënt een verhaal cadeau. Dat laat de Duitse schrijver David Wagner (1971) in zijn nieuwe roman Leven overtuigend zien, al moet je wel tegen bloed kunnen en tegen de ellende van het bestaan in een ziekenhuis. Zo begint zijn roman met een bloedbad. De verteller komt ’s nachts thuis, voelt zijn keel prikkelen en geeft een waterval aan bloed over: de aders in zijn slokdarm zijn gesprongen. Met die niet makkelijk te stelpen bloeding belandt hij in het ziekenhuis. En daar begint een fascinerende reis door het menselijk lichaam en de menselijke geest.

Aan de hand van de onthechte gewaarwordingen van de verteller beschrijft Wagner het ziekenhuisleven met zijn veelzijdigheid aan patiënten – zoals een slijter, een bouwvakker of een slager – die hun verhaal doen. Het levert vermakelijke uitspraken op. Zo verzucht de slager, die levercirrose heeft, dat hij nu godzijdank geen langspeelplaten meer hoeft te kopen. Het verleidt de verteller tot herinneringen aan zijn eigen lp-koopgedrag. Tussen de regels door stelt Wagner grote levensvragen, maar die verweeft hij met de geschiedenis van zijn verteller, waarin ouders, verloren liefdes, kind, en natuurlijk ook de oorlog een rol spelen. Inmiddels weet je dan al dat de verteller als puber een kapotte lever had, die na de slokdarmbloeding vervangen moest worden. Preluderend op zijn mogelijke overlijden legt hij nu een verzameling nieuwsberichten aan over allerlei sterfgevallen, als gevolg van geweld of van ziekte. De verteller zelf blijkt niet bang voor de dood, omdat die hem kan verenigen met Rebecca, zijn grote liefde, die bij een verkeersongeluk is omgekomen.

Als een orgaandonor is gevonden begint voor de verteller een nieuw leven. Hij probeert zich nu te identificeren met zijn anonieme donor, van wie hij in gedachten een mooie jonge vrouw maakt. Om de kracht van dat nieuwe leven te versterken, zet Wagner het af tegen patiënten die niet te genezen zijn. Het wekt schuldgevoel bij de verteller op, maar ook machteloosheid, omdat uiteindelijk niemand zijn eigen lot kan beïnvloeden. De rol van het toeval is groot, lijkt Wagner te willen benadrukken. Die boodschap komt dankzij zijn roman dan ook genadeloos hard aan.