De buren wakkeren oorlog in Jemen aan

Jemen is strategisch van groot belang. Shi’ieten en sunnieten worden tegen elkaar opgezet.

Demonstranten in Sana’a eisen eerder deze maand verkiezingen in Jemen. Foto Hani Mohammed/AP

De aanslagen van vrijdag op twee Houthi-moskeeën in de hoofdstad Sana’a, waarbij zeker 137 doden vielen, tonen de harde werkelijkheid: Jemen is een sektarisch verdeeld land aan het worden. Sana’a begint steeds meer op Bagdad te lijken.

Na de aanslagen hebben de shi’itische Houthi-rebellen, die Sana’a en grote delen van het noorden controleren, opgeroepen tot een „algehele mobilisatie”. De rebellen rukten dit weekend op naar Taiz, de derde stad van Jemen. De vraag is of ze zullen doorstoten naar Aden, 190 kilometer zuidwaarts. Daar zit de regering die president Hadi opzette nadat hij werd vrijgelaten door de Houthi’s.

Maar de VN-gezant voor Jemen, Jamal Benomar, waarschuwde dat „het een illusie is om te denken” dat de Houthi’s of president Hadi sterk genoeg zijn om het hele land te kunnen veroveren. Elke partij die dat toch probeert, „wakkert een langdurig conflict aan in de geest van Irak, Syrië of Libië”.

De sektarisme dimensie komt voornamelijk van buitenaf. Het is de tragiek van een arm, dichtbevolkt, stuurloos maar strategisch belangrijk land: er wordt om gevochten. Het gaat vooral om de strijd tussen een aantal sunnitische landen van de Gulf Cooperation Council (GCC) en het shi’itische Iran. Beide spelen in Jemen de sektarische kaart: Iran steunt de shi’itische Houthi’s en de GCC hun sunnitische tegenstanders. Weer een land waar de eeuwenoude vete tussen sunnieten en shi’ieten oplaait, zo lijkt het.

Dat is niet helemaal terecht. Er is in Jemen een grote groep zaydi’s, een shi’itische stroming, en is een grotere groep shafi’s, een sunnitische stroming. Beiden liggen theologisch dicht bij elkaar. Niet heel anders dan de hervormde en gereformeerde kerk in Nederland, met tot voor kort net zo weinig sektarisch bewustzijn. Jemenieten waren er juist trots op dat het weinig verschil maakte of je zaydi of shafi was.

Bidden met de handen

Het was zoals de Brits-Jemenitische journalist Abubakr al-Shamahi onlangs blogde: „Ook al had elke moskee haar denominatie, niemand keek ervan op als iemand van de andere stroming kwam bidden. Mensen bidden samen.” Het enige verschil waren de handen: zaydi’s bidden met de handen langs hun zij, shafi’s houden de handen voor zich gevouwen. Families zijn – door huwelijken – verdeeld in zaydi- en shafitakken. Het maakte niet veel uit.

Tot de Arabische Lente kwam, en ging, en Jemen in totale chaos verviel. Intern ontstond een machtsstrijd die gretig werd opgepikt door de regionale grootmachten. Iran steunt de Houthi’s om voet aan de grond te krijgen op het Arabisch Schiereiland. Zo wil het aartsvijand Saoedi-Arabië een hak zetten. Als het Jemen in zijn greep zou kunnen krijgen, krijgt Iran ook controle over de Bab al-Mandab, de smalle zeestraat tussen Jemen en Djibouti die – samen met de Straat van Hormuz, die al onder Iraanse controle is – cruciaal is voor het olietransport in de regio.

Voor de Golfstaten is het een stuk lastiger. Steun voor de vijanden van de Houthi’s is namelijk steun voor Al-Qaeda, de aartsvijand van de Houthi’s. Dat kunnen ze niet openlijk toegeven. Gelukkig voor hen zijn er nog de ‘sunnitische stammen’ in Jemen. Die steunen Al-Qaeda, niet zozeer om ideologische maar om pragmatische redenen: ze willen geen invloed verliezen. Er gaan hardnekkige geruchten dat die stammen intussen ruimhartig financiële steun uit de regio krijgen – vooral uit Koeweit. De steun zou komen van rijke sunnitische sjeiks; de Koeweitse regering zou een oogje dichtknijpen.

Cobrakop

Die steun gaat gepaard met ronkende sektarische retoriek, al was het maar om de eigen achterban te overtuigen van de noodzaak tot ingrijpen in Jemen. De artikelen in Koeweitse kranten liegen er niet om. „De kop van de cobra moet worden afgehakt”, fulmineerde een bekende columnist en voormalig parlementslid. De cobra staat voor de Houthi’s en Iran. Het is gevaarlijke taal. Sektarisme blijkt de afgelopen jaren een zeer effectieve voedingsbodem voor jihadisme.

Dat sektarisme kwam terug in de toespraak van president Hadi zondag, de eerste na zijn vlucht uit Sana’a. Hij noemde de Houthi’s „marionetten van Iran” en eiste dat ze alle overheidsgebouwen en geplunderde wapens zouden overdragen en zouden deelnemen aan voorgestelde vredesbesprekingen in Saoedi-Arabië. Maar daar willen de Houthi’s niet aan.

Vooralsnog lijken de aanslagen veel Jemenieten in de armen van de Houthi’s te drijven. „De Houthi’s blazen tenminste geen moskeeën met biddende kinderen op”, schrijven ze op Facebook. Teheran is in Jemen zeker nog niet uit de gratie, en Riad moet met een wondermiddel komen.

Misschien kan Oman als voorbeeld dienen. Dat land houdt zich buiten elke sektarische discussie en won zondag de harten van Jemenieten door een vliegtuig vol gewonden naar Oman over te vliegen voor medische behandeling. „Dank Oman, dank sultan Qaboos”, schreef een Jemeniet.

    • Judith Spiegel