Blijf er toch weg, ons heil ligt niet in China

Nuchtere Nederlanders laten zich inpakken door Chinezen die enkel het belang van hun meedogenloze industriepolitiek zien, meent Jonathan Holslag.

illustratie frederick deligne

Premier Mark Rutte vertrekt met een hele delegatie in zijn kielzog voor een achtdaagse reis naar China. Jammer, hij zou beter naar België kunnen komen. Hij hoeft er het vliegtuig niet voor te nemen, het bier is er lekkerder, de lucht is er schoner en de zakelijke belangen zijn er vele malen groter. De uitvoer naar mijn kleine landje is nog steeds negen keer groter dan die naar China en sinds het aantreden van Rutte in 2010 ook bijna vijf keer meer gegroeid dan de uitvoer naar China.

Wat is dat dan toch met China, dat er opnieuw zo’n delegatie naartoe trekt of zowat heel de Nederlandse elite zich rept om handjes te schudden zodra een Chinese leider voet aan de grond zet? O ja, het is een belangrijke economie en de binnenlandse markt is gigantisch. En jazeker, Nederlandse investeerders hebben flink ingezet op de Volksrepubliek. In omgekeerde richting wil dat nog niet erg lukken.

Laat me duidelijk zijn: ik ben fan van de Nederlandse diplomatie. Als Belg kan ik alleen maar jaloers toekijken hoe bedrijven, diplomaten en overheid toch behoorlijk aan hetzelfde koord trekken, telkens als de belangen van de BV Nederland op het spel staan. Bij ons wil dat helaas niet zo goed lukken. Maar ik snap niet dat de nuchtere Nederlanders zich zo laten inpakken door de Chinezen, ondanks dat ik van veel Nederlandse bedrijven kritische geluiden hoor.

Wat levert China eigenlijk op? Ik ben eens gaan snuisteren in de betalingsbalans en de rekening blijft negatief, ook na vier jaar verwoede inspanningen. Handel in goederen: sinds 2010 een gemiddeld jaarlijks tekort van 23 miljard euro. Handel in diensten: een gemiddeld tekort van 261 miljoen euro. Andere transfers als overschrijvingen van werknemers naar het thuisland: een tekort van gemiddeld 234 miljoen. Investeringsinkomsten: dat levert een surplus van 412 miljoen euro op, maar op een totaal van bijna 7 miljard aan investeringen is dat niet erg veel. De verhouding inkomsten-tot-investeringen voor Nederland ligt ongeveer even hoog in België als in China.

Ik begrijp de agenda van de nieuwe delegatie wel. Nederland heeft knowhow die belangrijk kan zijn voor China, in de waterhuishouding en de hernieuwbare energie bijvoorbeeld. Het verkopen van die kennis zal echter nooit genoeg opleveren om de tekorten elders in de lopende rekening te dichten. Vraag is of we zo te koop moeten lopen met die knowhow en of deze niet beter te gelde gemaakt kan worden door hightech te produceren en uit te voeren vanuit Nederland. Dat lijkt nu niet zo goed te lukken, want volgens mijn cijfers groeit de high-tech-export van Nederland naar China veel trager dan de uitvoer van grondstoffen.

Dat is natuurlijk wat China zelf wil. Alle documenten die de staatsraad de voorbije jaren produceerde, blijven de nadruk leggen op het promoten van technologietransfers om zelf een sterke Chinese industrie op te bouwen en de afhankelijkheid van buitenlandse spelers op termijn terug te dringen. China wil ook blijven gaan voor een agressief exportbeleid in geavanceerde sectoren en dat deels compenseren door meer grondstoffen in te voeren. Ik denk niet dat dit soort economische strategie strookt met wat Nederland wil. Offers vandaag om in afwachting van hervormingen op termijn te winnen? Niets wijst er op dat die hervormingen er aan zitten te komen.

Daarbij komt dat ik van investeerders in China alleen maar meer verhalen te horen krijg over toenemende moeilijkheden. Door de groeivertraging proberen overheden niet minder maar meer de eigen bedrijven te ondersteunen. Dat is hun goede recht natuurlijk, maar het zou de BV Nederland extra voorzichtig moeten stemmen. Mijn inschatting is overigens dat China sinds het aantreden van de nieuwe leiders veel harder de interne verdeeldheid in Europa is gaan uitspelen. De Chinese diplomatie weet goed dat er van een daadkrachtig Europees economisch handelsbeleid weinig terecht komt en ruikt haar kans.

Tezelfdertijd heeft China een aantal grote Europese multinationals zodanig aan zich weten te binden, dat zij nauwelijks nog durven klagen over de meedogenloze industriepolitiek van Peking. Kleinere Europese bedrijven hebben vaak niet de kennis om de risico’s van zakendoen in China in te schatten of zijn gewoon zo wanhopig over de staat van de Europese economie dat ze liever snel nog wat ophalen voor hun technologie, „omdat de Chinezen die technologie vroeg of laat toch in handen krijgen”.

De frivoliteit waarmee we naar China trekken om lintjes door te knippen is dus niet zo onschuldig. Er staat veel op het spel. Nu Brussel bijna murw gewalst is door de Chinese diplomatieke oorlogsmachine, zal de BV Nederland zelf alerter moeten zijn, nog meer moeten inzetten op het versterken van de binnenlandse markt, kleinere ondernemingen, eerder dan heil in China te zoeken.