60 jaar tv geüpload; u mag er niet in

Beeld en Geluid digitaliseerde tienduizenden uren tv-geschiedenis. Maar de kijkers, die ervoor betaalden, mogen het niet zien.

Tv-programma’s die Beeld en Geluid niet online laat zien:Swiebertje (Joop Doderer) op de wip met Saartje ( Annie Leenders) (NCRV, 20 september 1963).

Zeven lange jaren hebben 105 man in het Instituut voor Beeldend en Geluid gewerkt aan het in de computer zetten van meer dan honderdduizend uur televisie en driehonderdduizend uur radio en muziek. Het project Beelden voor de Toekomst, dat vandaag met een bijeenkomst in Hilversum wordt afgesloten, wil de audiovisuele geschiedenis van Nederland veilig stellen. Het kostte 115 miljoen euro, maar dan heb je ook wat.

Eindelijk kan heel Nederland thuis op de bank grasduinen in zestig jaar televisie, zou je denken. Even kijken naar het meisje dat Poesie mauw zong bij Doris op schoot, in 1967. Of naar Jimi Hendrix die gitaar speelt met zijn tanden in Hoepla, ook 1967. Of naar het journaal van 6 mei 2002, de dag dat Pim Fortuyn werd vermoord.

Nee dus. Wij belastingbetalers hebben weliswaar kijkgeld betaald voor die programma’s van de publieke omroep, en we hebben nog eens 115 miljoen betaald om het archief te ontsluiten, maar nu mogen we er niet in. De beelden komen zeer beperkt beschikbaar. Slechts 2,3 procent is online te vinden. Scholen en academici mogen iets meer zien: 15 procent. Wie iets anders uit het archief zoekt, moet naar Hilversum Mediapark reizen en daar in een kijkhokje gaan zitten. Wanneer je een fragment ook nog wil meenemen naar huis, dan betaal je aan het instituut 20 tot 30 euro voor een kopie.

Daar is Beeld en Geluid ook niet gelukkig mee. Liever zou het tv-archief trots zijn schatten tonen. Marius Snyders, strategisch beleidsadviseur van het instituut: „De grootschalige toegang tot het archief is nog heel ver weg. Het is alsof je na tien jaar naar het geheel verbouwde Rijksmuseum gaat en de deuren blijven op slot. Dat is zonde.”

Waarom mogen we er niet in? Dat heeft met auteursrechten te maken. Op al die opnames berusten verschillende vormen van auteursrecht en portretrecht, meestal niet van één partij, maar van meerdere. Dat is ingewikkeld. Eigenlijk zou je die duizenden mensen en instellingen apart moeten bellen voor toestemming.

Die rechtenkwestie heeft ook te maken met geld. Belanghebbenden, om te beginnen omroepen, willen de opnames wellicht nog zelf gebruiken, mogelijk om ze ten gelde te maken. Ze willen dus niet zomaar alles weggeven. De woordvoerder van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO): „We kijken nu wanneer programma’s door Beeld en Geluid online kunnen worden gezet. Dan hebben we het puur over het deel van de rechten dat bij de publieke omroep ligt. Daarover zijn we in gesprek. Beeld en Geluid moet echter zelf de rechten met derden regelen. Dat kunnen wij niet voor ze doen.”

Beeld en Geluid zat aanvankelijk zelf ook met een economisch motief om niet alles vrij te geven. De regering had de partijen in het project (zie inzet) de opdracht gegeven om 64 miljoen euro terug te verdienen aan het uitbaten van de archieven, bijvoorbeeld door programma’s op dvd te verkopen. Wie een tv-serie of andere tv-kunst wil terugzien (Swiebertje, Hamelen, Wim T. Schippers, Koot en Bie) kan daarom tegenwoordig wel met een dvd-box uit de voeten.

Maar die verkoop liep niet zo’n vaart, en bovendien was het instituut geen eigenaar van die series. Uiteindelijk verdienden ze slechts 3 miljoen euro terug. Tom de Smet, hoofd van het archief: „Met erfgoed valt geen geld te verdienen.” Die tegenvaller leverde het project een korting op – de overheid had die 64 miljoen al voorgeschoten. Doordat het project echter soepeler verliep dan verwacht, kon het toch binnen de begroting blijven.

Beeld en Geluid heeft behoefte aan één grote vrijwaring van auteursrechten. De Smet: „Ik vind niet dat het publiek er twee keer voor moet betalen. Het zijn programma’s die met publiek geld zijn gemaakt, dus die moet je ook teruggeven aan het publiek.” De Smet vindt het ook vreemd dat je wel mag kijken als je het instituut bezoekt, maar niet als je online langskomt. Hij vindt dat dit onder de Thuiskopieregeling zou moeten vallen, een uitzondering op het auteursrecht voor particulieren. In bibliotheken kun je immers ook gewoon boeken en dvd's halen. De Smet: „Maar zodra het om een digitaal bestand gaat, begint iedereen te steigeren. We zijn een nationaal archief, geen Pirate Bay.”

Volgens De Smet beweegt er wel iets bij de belanghebbende partijen: „Ik zie veel goede wil, maar het gaat traag.” Verder wijst hij erop dat het archief wel degelijk veel voor het publiek heeft opgeleverd. De omroepen hebben wél vrij toegang tot het archief. „Via tv-programma’s is veel archiefmateriaal te zien, dankzij dit project. Een historisch programma als Andere Tijden is ons eeuwig dankbaar.”

Een ander probleem: het archief concentreert zich op de landelijke publieke omroep. Maar tv-geschiedenis wordt ook op andere zenders geschreven, bij RTL en SBS en op de regionale zenders. Dat bewaart het instituut niet. De Smet: „We hebben de complete Barend & Van Dorp. Die rechten konden we kopen omdat de producent failliet ging. En twee keer per jaar slaan we een complete tv-avond op – alle zenders. Maar we hebben geen mandaat om de commerciëlen bij te houden. Dat is een groeiend hiaat.”

Een ander hiaat: online video, Nederlandse filmpjes die bijvoorbeeld op YouTube zijn gezet. Die zijn bepalend voor het kijkgedrag van jongeren. De Smet: „Een uitzending van Hart van Nederland of een vlog van Enzo Knol zegt veel over de Nederlandse cultuur. Dat zouden we er eigenlijk bij willen hebben.”