Hoe de (afhaal)Chinees probeert zichzelf opnieuw uit te vinden

Foto Cynthia Boll

De traditionele chinees met afhaal verdwijnt, om plaats te maken voor all you can eat sushi- en wokrestaurants. Hoe kan de Chinees zichzelf opnieuw uitvinden?

Hemmy Wong, 60 jaar, is eigenaar van Golden River in Laren, een traditioneel Chinees restaurant, om en nabij, 168 zitplaatsen. “168 betekent: altijd voorspoed.” Zijn witgeschilderde Golden River met pagode-elementen is de archetypische Hollandse Chinees. Denk: leeuwen voor de ingang, waterpartijtje met karpers in de hal, goudgeschilderd houtsnijwerk. Rood tapijt, dikke menukaart met 200 gerechten, ingelijste foto’s aan de wand van Wong met diverse hoogwaardigheidsbekleders, waaronder de koningin-moeder van Bhutan.

Sushi- en woktrend

Dit soort restaurants verdwijnt langzaam maar gestaag uit Nederland. Het aantal Aziatische restaurants is dankzij de sushi- en woktrend wel gegroeid tot 2.800, maar het aandeel Chinees-Indisch, bijna driekwart, neemt af.

Wong: “Vooral de dorps-chinees verdwijnt snel. Jonge mensen zeggen: niet wéér naar de Chinees, we gaan naar Sumo.” Kijk, hij heeft zijn dochter een half jaar op stage naar zo’n all you can eat sushiketen gestuurd. Van Chinezen, iedereen weet toch dat 99 procent van alle Japanse restaurants in Nederland van Chinezen is. Hij wilde dat ze zag hoe het er daar aan toegaat. “Wij bieden veel meer service dan all you can eat. Maar ja. Zij hebben wél iedere avond tweehonderd, vijfhonderd man in hun zaak.”

Wong is, nog steeds, trots op zijn bedrijf. Rechts het afhaalgedeelte met zachte stoelen en grote zakken kroepoek achter de bar, links het restaurant waar je Kantonese zeeduivel en lamskoteletjes in vijf hemelse kruiden kunt bestellen. Maar ook een Indische rijsttafel “die nog heel goed verkoopt”.

Foto Florentijn Hofman

Foto Florentijn Hofman

Wong heeft het interieur extra versierd met tientallen badeendjes, omdat hij het zo leuk vond dat de Nederlandse reuzenbadeend van kunstenaar Florentijn Hofman ook Hongkong aandeed. Vroeger, zegt hij, “hoefde je maar een lampion op te hangen en de mensen kwamen.”

Is de kaart te dik?

Wong, secretaris van de restaurantvereniging Fine Eastern Restaurants, houdt nauwlettend in de gaten wat anderen doen. Neem dat nieuwe lid in De Meern, tweede generatie, hier geboren. Zijn restaurant ziet eruit alsof het een Franse keuken voert, heel modern. “Leuk dat die jonge generatie het zo aanpakt.”

Met Golden River gaat het nog, benadrukt Wong. De gasten komen nog, het afhaalgedeelte loopt en hij doet veel catering. Maar wat is het, waardoor de gasten tóch vaker wegblijven?

Wong mijmert hardop. Is de kaart soms te dik? Om alle gerechten te kunnen maken, heeft hij wel vijf koks nodig. En mensen mopperen dat de kaart nooit wisselt, ook al hebben ze de helft nog nooit gegeten.

Moet hij zich richten op het luxere segment? “Nu zitten mensen hier kreeft te eten, lekker wijntje erbij, terwijl naast hen de timmerman met z’n kinderen babi pangang zit te eten. Het is te breed.” Is het het interieur? Misschien is het niet modern genoeg. Of zijn de koks, 29 jaar in dienst, te ouderwets?

Moet hij de tweede zaal ombouwen tot sushi-gedeelte? Of het hele pand platgooien, de grond verkopen en zijn dochter de kans geven iets helemaal nieuws te doen? Hij weet het nog niet. Hij hoopt dat zij iets bedenkt. Maar als ze dat niet doet, zal hij hooguit een béétje teleurgesteld zijn.

“Het leven is kort. Pluk de dag. Ik ben blij dat ik mijn kinderen een betere toekomst heb kunnen geven.”