De man die van Singapore een succes maakte

 Toenmalig premier Lee Kuan Yew met Margaret Thatcher, op dat moment premier van het Verenigd Koninkrijk. Foto AP / Tan Ah Soon

Lee Kuan Yew, die zondag overleed, geldt als de vader van het moderne Singapore. Onder zijn strakke leiding groeide het stadstaatje uit tot een baken van stabiliteit en goed bestuur, met een inkomen van 76.000 dollar per hoofd van de bevolking, een van de hoogste ter wereld. Of, zoals Lee het zelf, niet zonder zelfgenoegzaamheid zei: het werd „een oase van de eerste wereld in een derdewereldregio”.

Maar ‘Mr Singapore’ was ook de man die boetes invoerde van 500 dollar voor het uitspugen van een kauwgumpje en die jongeren, die ergens graffiti hadden aangebracht voor straf stokslagen liet toedienen. Met de vrijheid van meningsuiting nam Lee het evenmin nauw en politieke tegenstanders werkte hij met processen en pesterijen vakkundig weg.

„Wat we voorkomen is dat sukkels in het parlement of de regering komen”, legde Lee eens bereidwillig en zonder de minste gêne uit. Het maakte allemaal deel uit van de ‘Aziatische waarden’, waarmee Lee graag schermde tegenover westerse critici.

Hard werken, zelfdiscipline en fit blijven

Tot de Aziatische waarden die Lee aanhing, behoorde ook een zekere soberheid. Ondanks zijn afkomst uit een welgestelde Chinese familie in Singapore, had Lee die zich ook eigen gemaakt. Hard werken, zelfdiscipline en geen buitenissigheden, was het parool. En fit blijven. Tot op hoge leeftijd bleef Lee zwemen en fietsen. „Ik weet dat wanneer ik stop, ik snel achteruit ga”, zei hij in 2010 tegen The New York Times.

Dat Lee uitgroeide tot vader des vaderlands kwam ook voor hemzelf als een verrassing. De onafhankelijkheid van Singapore in 1965 begroette hij met tranen. Van verdriet. Het bleek niet alleen een van de zeldzame momenten dat hij zijn emoties in het openbaar niet in bedwang had maar ook dat hij zich danig vergiste.

Volgens Lee had Singapore destijds veel betere overlevingskansen in een federatie met Maleisië. De Maleisiërs voelden daar echter niet voor en gooiden het vooral door etnische Chinezen bewoonde Singapore na twee jaar zonder pardon uit hun federatie.

Lee zorgde voor economisch succes

Maar anders dan de toen 41-jarige Lee had verwacht bleek Singapore wonderwel in staat zijn eigen boontjes te doppen. Behendig laverend tussen zijn veel grotere islamitische buurlanden bouwde hij een aanzienlijke industriële basis op. Hij wist buitenlandse investeerders aan te trekken die het niet-corrupte bestuur van zijn regering – een unicum in de regio – op prijs stelden. De haven groeide snel en de stad werd bovendien een steeds belangrijker internationaal centrum voor financiële dienstverlening.

Lee zorgde er bovendien voor dat relatief veel geld naar onderwijs en gezondheidszorg ging. Het ‘Singapore-model’ resulteerde zo in ongekend sterke economische groei. Dat legde hem en zijn partij, de PAP, electoraal geen windeieren. Keer op keer werd hij met grote meerderheid herkozen, al vertoonde zijn bewind sterk autoritaire trekken.

Tot 1990 hield Lee als premier de teugels strak in handen en ook daarna bleef hij op de achtergrond aanwezig. Andere Aziaten keken met bewondering naar het Singapore-model en probeerden het te imiteren.

Ontkomen aan executie

Helemaal uit eigen koker kwamen de ideeën van Lee, geboren in 1923 in het toen nog koloniale Singapore, overigens niet. Vooral van de Britten en de Japanners stak hij veel op. Tijdens de Japanse bezetting leerde hij Japans en werkte hij noodgedwongen enige tijd voor de Japanse propaganda-afdeling, al zou hij toen ook spionage voor de Britten hebben bedreven. Die jaren liepen bijna verkeerd af voor hem. Hij kreeg opdracht zich bij een groepje Chinese mannen te voegen. Lee rook nattigheid en ontkwam met een smoesje. De anderen mannen werden even later doodgeschoten.

Na de oorlog ging Lee rechten studeren in Cambridge. Hij blonk er uit en zijn toch al grote zelfvertrouwen nam er verder toe.

In Cambridge ontmoette hij ook zijn latere vrouw, Kwa Geok Choo, die daar ook studeerde. Het was een gelukkig huwelijk. Maar na een beroerte kon zij de laatste paar jaar voor haar dood in 2010 niet meer praten of bewegen. Lee, zelf toen fysiek ook al wat minder, las haar in die periode ’s avonds vaak haar favoriete gedichten voor. Ze hadden drie kinderen, onder wie zijn zoon Lee Hsien Loong, die sinds 2004 premier is.

Maar Lee senior maakte er in interviews geen geheim van dat hij zich zorgen maakte over zijn nalatenschap. De jongere generatie in Singapore ging er volgens hem te makkelijk van uit dat hun comfortabele leventje wel zou voortduren. „Ze denken dat je het op de automatische piloot kunt zetten”, zei hij. „Ik weet dat dat nooit zo is.”