Wonderkind met fabuleuze danstechniek

‘Zij deed dingen die tot dan toe onbereikbaar leken voor ons, en toen dat eindelijk gedáán werd door een Nederlandse, en gezien door Nederlanders; dat zoiets voor ons óók mogelijk was, dat was een grote doorbraak.” Zo omschreef choreograaf Rudi van Dantzig ooit, gevraagd naar mensen die bepalend waren geweest voor de Nederlandse theaterdans, de invloed van Marianna Hilarides. Net als iedereen in het ontluikende, naoorlogse Nederlandse danswereldje keek hij huizenhoog op tegen de danseres die als Marianne Boudijn in Indonesië was geboren. Op 6 maart overleed deze ‘eerste klassieke danseres van Nederland’.

Hilarides was een wonderkind. Tijdens haar uitvaart memoreerde een oud-collega hoe zij al tijdens haar eerste balletles in Nederland iedereen overklaste. Zonder kennis van ballettermen, maar met een instinctief gevoel voor stijl.

Onder leiding van balletleidster Sonia Gaskell, die haar in contact bracht met befaamde Russische balletdocenten in Parijs, groeide Hilarides pijlsnel uit tot de ster van Gaskells opeenvolgende gezelschappen in de jaren vijftig en later, kort, van het in 1961 opgerichte Nationale Ballet. Met Jaap Flier, een ander natuurtalent, vormde zij destijds hét balletkoppel van Nederland.

De relatie met Gaskell was grillig. Hilarides, altijd bezig zichzelf te perfectioneren, pikte Gaskells beruchte, vernietigende kritiek niet en stapte meermaals met knallende ruzie op. Toch keerde zij na verschillende buitenlandse avonturen – bij onder andere het Grand Ballet du Marquis de Cuévas – telkens terug naar haar ‘balletmoeder’. Oók na haar uitstapje naar het Nederlands Dans Theater, waar Hans van Manen, choreograaf en generatiegenoot, De maan in de trapeze voor haar creëerde.

„Zo puur”, herinnert Van Manen zich Hilarides als danseres. „Als iemand een fabuleuze techniek heeft, zie je alle bewegingen. Daardoor was zij bijzonder inspirerend.” Als een van de weinigen heeft Van Manen nooit iets gemerkt van het moeilijke karakter van de vaak als afstandelijk omschreven Hilarides, die als kind drie jaar in Jappenkampen was geïnterneerd. „Ik heb heerlijk met haar gewerkt. Maar ze verdwéén altijd weer. Zij heeft het nooit voor elkaar gekregen ergens door te zetten. Zonde, ze had internationaal grotere hoogten kunnen bereiken.”

Begin jaren zeventig danste Hilarides haar laatste voorstelling. Sindsdien leidde de publiciteitsschuwe wegbereidster van de Nederlandse balletcultuur een teruggetrokken leven in Den Haag.

    • Francine van der Wiel