Wij zijn hoogopgeleid, we willen vermaakt worden

De uitslag van de verkiezingen van afgelopen week is het onmiskenbare symptoom van een systeemcrisis, ik heb het wel vier of vijf keer gelezen de laatste dagen. Het is tijd voor bezinning en verandering, ook die conclusie wordt breed gedeeld. Er zal een commissie benoemd worden. Die gaat aanbevelingen doen, mogelijk worden er een paar doorgevoerd, waarna enkele jaren later waarschijnlijk zal blijken dat ze niet gewerkt hebben of het probleem alleen maar vergroot hebben, waarna wordt besloten tot een parlementair onderzoek naar hoe het allemaal zo mis heeft kunnen gaan.

Die commissie wijst dan een paar schuldigen aan: oud-politici die inmiddels commissaris zijn bij een zorgmoloch of de leiding hebben over een ten onrechte verzelfstandigde overheidsdienst en voor de camera graag uitleggen, het liefst op Schiphol, met een dure krokodillenleren reistas over de schouder, zojuist teruggekeerd van een belangrijke dienstreis, dat deze commissie het verkeerd ziet en zij met al hun hervormingen toch heus het beste voorhadden met de natie, om vervolgens de Privium Plus Lounge binnen te glippen voor de plastic grijns van een hostess met gelakte nagels en de Welkom-Terug-Cocktail van de Maand.

Zelf zal ik mij deze verkiezingen herinneren aan de hand van twee paradoxen. Paradox 1: De kiezer wil scherpte, duidelijkheid en visie, het zogenoemde ‘populisme’, en het resultaat is steeds meer bloedarme bestuurskunde van het type waarmee ook het ijkwezen en de waterschappen bestuurd worden.

Toen ik dit schreef, stond Nederland niet blank en toen ik het laatst uit verveling controleerde woog een kilo suiker ook inderdaad een kilo, dus niets ten nadele van pragmatische, resultaatgerichte bestuursvormen, maar als je juist exact het tegenovergestelde belooft, zal de kiezer zich altijd bekocht voelen.

Waarom nemen we eigenlijk niet gewoon afscheid van die malle Haagse kermis? Dat net- en trommelvlies tergende crescendo van elkaar overschreeuwende standwerkers, die je met steeds grotere teddyberen naar hun kraam lokken en ons afschepen met waardelozer troostprijsjes, een snoepkettinkje of een flesje bellenblaas. De ketelmuziek wordt scheller en feller, de resultaten alleen maar kaler en schraler.

Hoera, eindelijk wordt de Stem Des Volks gehoord, maar het land wordt geregeerd in een darkroom met gelegenheidscombi’s en wisselende contacten. Misschien moeten we het landsbestuur maar gewoon uit handen geven aan de Raad van State. En Hennie van der Most vragen of hij nog een leuk idee heeft voor het Kamergebouw. De enige verliezer in dat scenario zou de Publieke Omroep zijn, die alleen nog volksvermaak wil uitzenden en dan 150 gratis figuranten kwijtraakt.

Hetgeen mij brengt bij paradox 2. Nederland was nog nooit zo hoogopgeleid, en tegelijk was er nog nooit zoveel dom vermaak. Zou je niet verwachten dat bij een steeds beter geschoold publiek bijvoorbeeld het televisienieuws beter van niveau zou worden? Waarom infantiliseert het dan zo?

Wij zijn hoogopgeleid, wij vinden dat je in Nederland Oud-Transsylvanisch moet kunnen studeren, maar je bent wel gek als je het doet. Wij lezen korte, hapklare stukken en dan zéggen wij dat er te weinig ‘longreads’ zijn. Het diploma als afscheidsbrief. Een alibi voor anti-intellectualisme. Wij hebben lang op school gezeten, wij hebben een baan waarbij je moet nadenken, dus ‘s avonds geen moeilijk gedoe, svp. Wij zijn hoogopgeleid, wij willen vermaakt worden.

In de politiek werken bijna alleen nog academici – de zogenoemde ‘diplomademocratie’ – maar als je de dames en heren zo bezig ziet, zou je ’t niet zeggen. Daar wordt heel wat schoolgeld verspild. Want wij zijn hoogopgeleid, dus wij willen Alexander Pechtold de Macarena zien dansen. Logisch toch?

Och, waar bleef de tijd van de serieuze, bedachtzame politiek. Toen de mensen nog dom waren.