Voor de kust in zee gedumpt

De vluchtelingenstroom uit Syrië houdt aan. De Syrische Palestijn Amr Grayyeb werd tijdens zijn eerste vluchtpoging hardhandig teruggestuurd door Grieken. Nu woont hij met zijn vrouw en dochter in een Gelders dorp.

De Syrische sportleraar Amr Grayyeb (30) ziet na acht maanden onzekerheid zijn vrouw Ahlem Alahmad (27) en dochter Lour (1) terug. Foto Mona van den Berg

‘We waren met drie mannen. Na een boottocht van enkele uren vanuit Turkije arriveerden we in het donker bij het Griekse eilandje Megisti of wel Kastellorizo en stuitten op Griekse soldaten. We zeiden dat we uit Syrië gevlucht waren en de politie zochten. ‘We waarschuwen de politie voor jullie’, werd ons verzekerd. Ietsje later sprongen drie gemaskerde mannen uit een grote auto. Ze stelden zich voor als de Griekse politie.”

Amr Grayyeb (30) en de twee andere Syriërs werden naar een kamer gebracht, waar ze uren moesten wachten. „Vroeg in de ochtend gaven ze ons een survival jacket en bonden onze handen op onze rug. Een boot voer ons terug naar Turkije. Vlakbij Turkije gooiden ze ons geboeid overboord.”

Grayyeb vertelt het met ontzetting, alsof hij het nog steeds niet gelooft. De mannen dreigden te verdrinken, maar: „Het lukte ons de boeien los te krijgen. We hielpen elkaar.” Grayyeb was in Syrië sportleraar en kon als enige goed zwemmen. Hij bracht de anderen naar een rots, voor de kust. Uitgeput waren ze. Een van hen ging verder en wist aan land te komen. Hij rende naar de weg, waar een auto stopte. „De Turkse politie kwam en redde mij en de andere man uit de zee.”

Gat in de schoolmuur

Twee jaar geleden woonden Amr Grayyeb en zijn verloofde Ahlem Alahmad nog in een klein dorpje vlakbij de Syrische stad Raqqa. Ze werkten allebei op een school, hij als sportleraar en zij als juf. Maar de oorlog naderde. „De oppositiegroepering Jabhat Al-Nusra omsingelde ons dorp. Het leger van Assad begon hen vanuit de lucht te beschieten,” vertelt Amr Grayyeb in een klein rijtjeshuis in een Gelders dorp. „De tweede dag van beschietingen moest ik naar mijn moeder in Hama, die voor een operatie in het ziekenhuis lag. Ik ben nooit meer naar Raqqa teruggekeerd.” Ook Alahmad bleef niet in Raqqa. Ze reisde naar Latakia, een kustplaats niet ver van Hama. „Daar, in Latakia trouwden we, in de winter van 2013. Wegens de oorlog vierden we geen feest.” In mei dat jaar vestigden ze zich in Hama, waar het op dat moment veilig leek.

Maar ook in Hama was de spanning om te snijden. De bevolking was verdeeld, vertelt Grayyeb. „Ik gaf les in een gevaarlijke wijk met veel rivaliserende jongerengroepen. Sommigen waren gelieerd aan de oppositie, anderen aan het regime van Assad. Enkelen maakten een gat in de schoolmuur en drongen binnen. Ze verstoorden mijn les. Ik zei er wat van en één van hen dreigde dat de oppositie me zou vermoorden. Enkele weken later zag een collega dezelfde jongeren met geweren lopen. Toen wist ik dat het menens was.”

Het gevaar was overal. „De veiligheidsdienst bezocht ons huis en vond een uniformjas. Die had ik na mijn militaire dienst nooit gedragen. De overheid dacht daarom dat ik bij de oppositie hoorde, terwijl de oppositiepartijen er juist van overtuigd waren dat ik sympathiseerde met Assad. Ik dacht: of ik word door het leger opgeëist om mensen te doden, of de oppositie vermoordt me.” Hij besloot te vluchten. Zijn vrouw en dochter van twee maanden liet hij voorlopig achter, omdat hijzelf het meest gevaar liep.

Grayyeb heeft de Palestijnse nationaliteit. Zijn vader was in 1948, toen de staat Israël gesticht werd, naar Syrië gevlucht. „Ik weet niet anders dan dat ik vluchteling ben. En als Palestijn mag je niet reizen. Geen enkel land geeft je een visum”, zegt hij. Hij moest 200 euro betalen om samen met enkele anderen de grens met Turkije over te steken. „Toen het nacht werd, gingen we de grens over. We renden tussen bomen en struikgewas.” Eenmaal in Turkije reisde hij naar de kust. Hij zegt niet meer te weten vanuit welke kustplaats hij de boot naar het Griekse eiland nam.

Zijn slechte ervaringen daar staan niet op zichzelf. Een rapport dat Amnesty International vorig jaar publiceerde, beschrijft hoe vluchtelingen langs de Griekse kust tegenover Turkije van hun bezittingen worden beroofd, worden ontdaan van hun kleding en onder schot worden gehouden om vervolgens met geweld te worden teruggestuurd naar Turkije. Dit gebeurt uit naam van de Griekse autoriteiten, stelt Amnesty. Het roept de Europese Unie op sancties te treffen tegen Griekenland – dat zijn internationale verplichting om de mensenrechten van vluchtelingen te waarborgen aan zijn laars lapt.

Met geleend geld ondernam Grayyeb een tweede vluchtpoging. Die bracht hem op het Griekse eiland Kos. Dit keer zette hij alles op alles om uit het zicht van de politie te blijven. „We wilden Griekenland zo snel mogelijk uit. Griekenland en Turkije zijn niet goed voor vluchtelingen.”

Hij koos ervoor om naar Nederland uit te wijken. „Ik had gehoord dat asielaanvragen in Nederland relatief snel beoordeeld werden. Mijn gezin was nog in gevaar en ik had haast. Ik hoopte ze snel te kunnen laten overkomen.” Pas op het vliegveld, vlak voor hij het vliegtuig naar Nederland instapte kreeg Grayyeb valse reisdocumenten in zijn hand gedrukt. Uit angst de grenswacht te alarmeren keek hij er niet naar. Nog steeds weet hij niet welke nationaliteit er op stond. „Ik probeerde zo normaal mogelijk te doen. Ik was bang dat ik het niet zou redden.” In mei 2014 kwam hij aan op het vliegveld Eindhoven. „Pas na een week realiseerde ik me dat ik veilig was.” In juli volgde een interview met de IND. „Na vijf dagen praten hoorde ik dat mijn asielverzoek gehonoreerd was.” Meteen vroeg hij gezinshereniging aan. Twee maanden later mochten ook zijn vrouw en dochter naar Nederland komen.

Bierfabriek

Om hen ook echt in Nederland te krijgen bleek de volgende beproeving. Alahmad moest een visum ophalen bij een Nederlandse ambassade. Omdat die in Damascus gesloten is, maakte Grayyeb voor haar een afspraak met de ambassade in Libanon. De grens met Turkije was op dat moment gesloten. Hoewel Alahmad toestemming van de overheid had gekregen het land – zogenaamd voor een sabbatical – te verlaten, stuitte ze bij de grens op weerstand. Grayyeb: „De officier zei: Jij mag de grens over, maar je dochter niet. Lour heeft net als ik de Palestijnse nationaliteit.” Ook een tweede poging, via een andere route, strandde.

De tijd begon te dringen, het visum moest binnen drie maanden worden opgehaald. Grayyeb hoorde dat er tijdelijk boten gingen van Latakia naar Mersin in Turkije. Een gouden kans voor Ahlamad en Lour. Hij wijzigde de ambassade naar die in Turkije.

Vlak na de overtocht van moeder en dochter werd de bootdienst weer stopgezet. Ze hadden geluk gehad. Grayyeb vloog naar hen toe vanuit Nederland. „We hadden elkaar toen bijna negen maanden niet gezien. Toen ik hen zag kon ik het niet geloven, zo blij was ik.” Zijn dochter herkende hem niet meer. Maar daar is enkele weken na aankomst van het hele gezin in Nederland, niets meer van te merken. Lour zet haar eerste stappen, met steun van alles wat ze te pakken kan krijgen, en schuifelt zo naar haar vader. Eenmaal bij hem op schoot kletst ze honderduit.

In hun huis in het Gelderse dorp Terborg staan alleen de noodzakelijke meubels, van onder andere Ikea. Alles, van de gordijnen tot aan de leren bank, is wit of crèmekleurig. Alahmad zet sterke thee, mergpijpjes en cake neer. „In Nederland hoor je geloof ik eerst te vragen wat iemand wil drinken”, vertelt haar man haar in het Arabisch. Alahmad glimlacht verontschuldigend. Ze spreekt geen Engels zoals haar man.

Het gezin zet zijn eerste stappen in de nieuwe samenleving. Zorgverzekering, Nederlandse ID-kaart. Grayyeb laat de zijne zien. Op de achterkant staat: ‘statenloos’. Hij en zijn vrouw volgen taalles, Lour gaat naar de kinderopvang. Grayyeb wijst naar de bierfabriek van Bavaria aan de overkant van de straat. Nederlandser kan niet, lijkt hij te denken. Langzaam dringt het besef door dat ze veilig zijn.