Veroordeeld tot sterk wisselende contacten

Na de verkiezingen is er verwarring bij de coalitie van VVD en PvdA. Hoe nu weer meerderheden te smeden? Ook bij de oppositie wordt gerekend. ‘Wij onderhandelen niet.’

Tekst Derk Stokmans Beeld David van Dam

Mochten Mark Rutte en Diederik Samsom de afgelopen jaren hebben gedacht dat het regeren hun onmogelijk werd gemaakt, nu zullen ze merken dat het altijd nog onzekerder kan.

Regeringspartijen VVD en PvdA zagen hoe hun bewegingsruimte afgelopen week in twee klappen tot een nieuw minimum werd teruggebracht. Op woensdag bleek dat de coalitie straks in de nieuwe Eerste Kamer ook mét gedoogpartijen D66, ChristenUnie en SGP twee zetels tekort zal komen voor een meerderheid.

Een dag later was de VVD-fractie in de Tweede Kamer opeens een zetel kleiner. Johan Houwers, vanwege een boete van 4.000 euro voor hypotheekfraude niet meer bij de VVD gewenst, had „zetelroof” gepleegd, zei fractievoorzitter Halbe Zijlstra. De woede is verklaarbaar: de zoveelste integriteitsaffaire bij de VVD raakt ook de coalitie. In de veilig gewaande Tweede Kamer is de coalitie na eerdere deserties bij de PvdA teruggebracht tot de kleinst mogelijke meerderheid van 76 zetels. „Ach, zegt een VVD’er, „in Rutte I hielden we het zo anderhalf jaar vol”.

Het resultaat van de week is voorlopig verwarring, zo bleek na gesprekken met politici en partijstrategen – geen beroepsgroepen die gewoonlijk aan zichtbare twijfel lijden. Ook bij een deel van de oppositie is onzekerheid te vinden – hoewel de malheur bij VVD en PvdA een omvang heeft bereikt die dat makkelijk doet vergeten.

De coalitie

Nu zelfs VVD’er Zijlstra de indruk geeft zich met hart en ziel aan het regeringsproject tussen links en rechts te hebben verbonden, is interne onrust binnen de top het minste probleem van de coalitie.

Het incasseringsvermogen van Diederik Samsom is de eerste zorg. De PvdA-leider moet de onvermijdelijke negatieve Telegraafkoppen, kritiek van PvdA-coryfeeën en peilingen over zijn leiderschap de komende weken opvangen zonder al te grote beschadiging aan zijn psyche. Zoals een PvdA’ er zei: „Het is heel diep ademhalen en dan 70 meter onder water zwemmen. Het kan.” Maar een goede afloop is niet gegarandeerd. Wie Samsom goed kent, ziet signalen dat de bodem van zijn reservoir aan zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen in zicht begint te komen.

De eigen partij zal Samsom niet dwingen op te stappen, zo hoopt de PvdA-top. Dat lost niets op. Een nieuwe leider krijgt een hopeloze start: of het kabinet valt en hij moet op het slechtst mogelijke moment een verkiezingscampagne voeren. Valt het kabinet niet, dan erft hij simpelweg de positie van Samsom en is hij al voor de volgende verkiezingen opgebrand.

Haalt Samsom de 70 meter, dan richten VVD en PvdA zich de komende maanden op het veiligstellen van de rijksbegroting voor 2016 en het levend houden van de voorgenomen belastingherziening.

Voor het voortbestaan van het kabinet is de begroting cruciaal. Stemt de senaat deze weg, dan kan het kabinet in theorie geen geld uitgeven – hoewel in de wet noodvoorzieningen zijn getroffen om een maatschappelijke crisis te voorkomen.

Juist omdat de gevolgen groot zijn, zal de oppositiemeerderheid niet snel een begroting afstemmen, schatten VVD en PvdA in. Hoewel ze zelfs daaraan twijfelen, zo zijn de verhoudingen tegenwoordig.

Het belastingplan

De voorgenomen belastingherziening is het komende jaar dus het strijdveld waarop in de ogen van de coalitie zelf de toekomst van Rutte II wordt bepaald.

Blijkt het kabinet niet in staat een min of meer substantiële hervorming door het parlement te manoeuvreren, dan blijft voor VVD en PvdA alleen nog het uitvoeren van bestaande wetgeving over. De geschiedenis leert dat regeringscoalities die alleen aan beheer en onderhoud doen meestal bezwijken aan middelpuntvliedende krachten – incidenten en persoonlijke humeuren nemen de boel over.

Niet dat belastingen nou zo’n rustgevend onderwerp zijn. Voor VVD en PvdA is het onder gewone omstandigheden al het lastigste terrein om tot overeenstemming te komen – en een verzwakte PvdA zal meer zichtbare overwinningen willen boeken. Het is dus een uitstekend dossier voor oppositiepartijen die de coalitie uit elkaar willen spelen.

Om de invloed van de oppositiepartijen te minimaliseren denkt de verantwoordelijke staatssecretaris Eric Wiebes (Financien, VVD) aan een belastingherziening in stappen. Per belastinggebied kan je dan verschillende meerderheden organiseren – een verdeel- en heerstactiek die de kwetsbare verhoudingen op dit vlak tussen de coalitiepartners beschermt.

Niet voor niets begon ook vicepremier Lodewijk Asscher (PvdA) na de ministerraad gisteren over het zoeken van meerderheden „per wet en per onderwerp”.

Een vergroening van het stelsel kan je bijvoorbeeld realiseren met GroenLinks, aangevuld met de constructieve drie (D66, ChristenUnie, SGP) en GroenLinks – om op een ander moment de belastingregels voor vermogens en zzp’ers te wijzigen met steun van het CDA en de drie.

Voor oppositiepartijen betekent deze tactiek van wisselende contacten minder macht. D66 en GroenLinks hebben daarom al geëist dat de coalitie vóór onderhandelingen voor ‘links’ of ‘rechts’ kiest.

Er is nog een andere reden waarom de de coalitie het graag in stapjes doet: het ‘smeergeld’ dat nodig is om maatschappelijke weerstand tegen negatieve gevolgen van een nieuw belastingstelsel te verzachten, hoeft dan niet in één keer te worden gevonden. Moet het wel in een keer, dan zullen de verwachtte financiële meevallers niet genoeg zijn. En moet het smeergeld ergens anders vandaan komen. Extra bezuinigen dus – CDA en D66 pleiten ervoor, voor de PvdA is het ondenkbaar.

De coalitie heeft ook nog een noodoplossing. Gewoon met de eigen meerderheid een belastingherziening door de Tweede Kamer stemmen. En daarin genoeg leuke cadeaus stoppen om het voor oppositiepartijen moeilijk te maken in de Eerste Kamer tegen te stemmen. Voorwaarden zijn: voldoende geld voor die cadeaus en een publiciteitscampagne om de druk op oppositiepartijen op te voeren.

VVD en PvdA noemen deze weg van de confrontatie uiterst risicovol. „Als het mislukt, ben je snel klaar”, zegt een VVD’er. Maar ze nóemen hem wel, ogenschijnlijk vanwege de wanhoop die opborrelt bij de gedachte aan nog een eindeloze ronde onderhandelingen met meer en veeleisender oppositiepartijen dan ooit.

De constructieven

Een van de paradoxen van de verkiezingsuitslag is dat de drie ‘constructieven’ beloond werden voor hun gedoogsteun, maar niet genoeg om het verlies van VVD en PvdA in de Senaat te compenseren. Het gevolg: D66, ChristenUnie en de SGP zijn hun ‘gedoogmonopolie’ kwijt.

D66-leider Alexander Pechtold heeft van de drie partijen de meest complexe positie. Niet alleen heeft hij zijn zetels in de Eerste Kamer verdubbeld (tien, meer dus dan de acht van coalitiepartij PvdA), hij heeft ook de meeste pretenties. En, na twee jaar gedogen, de moeizaamste relatie met Rutte en Samsom.

Pechtold presenteert zich al tijden – tot ingehouden woede van VVD en PvdA – als het hervormingsgeweten van Rutte II. In Trouw maakte hij gisteren al duidelijk dat zijn ambities even hard zijn gegroeid als zijn Eerste Kamerfractie en ontwaarde hij „betonrot” in het kabinet.

Pechtold heeft het door velen gewenste nieuwe belastingstelsel alvast als eigen overwinning geclaimd. Het is deel van de uitgekiende campagne van D66. Beleid beïnvloeden is niet genoeg, je moet kiezers uitleggen dat het er zonder jou niet zou zijn. En waarom het de schuld van anderen is als het misloopt.

De oppositie heeft daarvoor een ruim repertoire: klagen over gebrekkige regie van Rutte, eisen dat de coalitie alvast toezeggingen doet vóór de onderhandelingen beginnen, onmogelijke eisen stellen, gewoon afwachten of desinteresse veinzen. Pechtold, de grootste van de gedogers, speelt dat spel met genoegen.

Eén risico bedreigt de positie van D66 bij de belastingherziening: het CDA. Die partij is in de Eerste Kamer groot genoeg om D66 overbodig te maken. Niet voor niets vertellen D66’ers rond dat de relatie tussen CDA-leider Sybrand Buma en de coalitietop onwerkbaar is. Bij het CDA ontkennen ze dat, en wijzen ze erop dat D66’ers die zeggen dat ze veel invloed hebben op het kabinetsbeleid, vooral zichzelf voor de gek houden.

De échte oppositie

Er is niemand die serieus denkt dat PVV of SP ooit een deal zullen sluiten met het kabinet. Maar rond het CDA, dat zich ook al twee jaar ongrijpbaar houdt voor de coalitie, blijft de vraag zweven: doen ze het, of doen ze het niet? CDA-leider Sybrand Buma zei het de afgelopen campagne misschien wel voor de duizendste keer: „Wij onderhandelen niet.” Toch zijn er buiten het CDA weinigen die deze positie als definitief beschouwen. Vooral VVD’ers ergeren zich openlijk aan het gebrek aan bestuursinteresse van hun voormalige favoriete coalitiepartner. Dat ze het zeggen is tactiek, maar de verbazing is echt.

Mocht het CDA doen wat het zegt – het blijft zelfs rond het Binnenhof een mogelijkheid – dan wordt het spel direct weer eenvoudiger. Althans het zoeken naar een nieuwe gedoogpartij wordt makkelijker: GroenLinks is dan de enige die overblijft. De VVD zal er waarschijnlijk knarsetandend mee akkoord gaan om het kabinet te redden. Dan moet leider Bram van Ojik wel willen. Tot luisteren, zo heeft de GroenLinks-leider al gezegd, is hij sowieso bereid. Maar als hij taxeert dat het CDA buitenspel staat, zal zijn prijs hoog zijn.

Als zelfs de groene weg afgesloten blijft, zijn er nog twee mogelijkheden. ‘Geitenpaden’ zou Mark Rutte ze noemen: Ook 50Plus en de Partij voor de Dieren kunnen de coalitie en de drie gedogers in de senaat aan een meerderheid helpen. Bij die gedachte gaan er nogal wat ogen rollen.