Vedette in verkeerde sport

Het wondertalent van weleer stopt met wielrennen. Zijn plakboek is vol.

Thomas Dekker in z’n glorietijd bij de Raboploeg (boven), met zijn moeder bij de WK onder 23 in Hamilton, tijdens de keuring voor de Tour van 2007 en bij zijn werelduurrecordpoging in Mexico (onder vlnr) Foto's Action Images/EPA, Vincent Jannink en Rick Nederstigt/beiden ANP

Plakboeken komen op tafel, koffie en koeken staan er al. Een en al gezelligheid op deze grijze dag in maart 2005 in de rijtjeswoning van de familie Dekker in het Noord-Hollandse Dirkshorn. Vader, moeder en zus Floor vinden het prachtig dat ‘hun’ Thomas wordt geïnterviewd. Pas 20 jaar, net prof bij de Raboploeg, als een komeet op weg naar de wereldtop. Kijk, hier werd Thomas kampioen bij de junioren, hier bij de beloften. Tientallen huldigingsfoto’s, van Olympia’s Tour tot de Grote Prijs Eddy Merckx. „De laatste twee jaar heb ik al tien profkoersen gewonnen”, vertelt het wondertalent met bravoure. Hij gaat nog veel plakboeken vullen.

Het Nederlandse wielrennen, dat dan al jaren wordt gedragen door boegbeelden Michael Boogerd en Erik Dekker, hunkert naar een nieuwe topper. België heeft Tom Boonen, Spanje Alejandro Valverde, Italië Damiano Cunego. ‘Wij’ hebben Thomas Dekker. Uitstekend klimmer, begenadigd tijdrijder, gedoodverfd opvolger van Tourwinnaars Jan Janssen en Joop Zoetemelk. En, wel zo leuk, Dekker zwakt de torenhoge verwachtingen zeker niet af. „Ik ben behoorlijk overtuigd van mezelf.” Geboren vedette.

„Een haaienvijver”, zo omschrijft de toenmalige Rabodirecteur Theo de Rooij de situatie in het profpeloton in die tijd. Talloze talenten verdrinken in een poel van doping. Winnaars bij de beloften zijn hooguit pelotonvulling bij de profs. Niks voor Dekker. Hij wil naar de top, en snel. Hij vertrouwt op bondscoach Gerrie Knetemann, die in 2004 overlijdt. Oud-prof Jacques Hanegraaf wordt zijn zaakwaarnemer, hij gaat samenwerken met de omstreden trainer Luigi Ceccini. Van de Noord-Hollandse kermissen naar ‘la dolce vita’ in Toscane, een blitse Porsche op de koop toe. Maar wel keihard blijven werken op zijn trainingsberg Monte Serra. En met succes: winst in Tirreno-Adriatico (2006) en Ronde van Romandië (2007), uitblinker in de Tour van 2007. Die Tour, ja.

Wat niet voor de plakboeken bestemd is: de medische achtergrond van zijn succes. Dekker wil ook zo snel mogelijk winnen in grote klassiekers, in de Tour. En anders wil Hanegraaf dat wel, stelt Dekker in zijn boek ‘Schoon genoeg’ (2011). Hij noemt zijn zaakwaarnemer „een wolf in schaapskleren”, die hem bepaald niet van dopegebruik weerhoudt. Ook hierin hoort hij bij ‘de grote jongens’ van zijn generatie. Uit onthullingen van deze krant in 2013 blijkt dat Dekker vanaf 2006 bloedtransfusies ondergaat bij de Spaanse arts Eufemiano Fuentes. Ook gaat hij met ploeggenoten Michael Rasmussen en Boogerd een jaar later in zee met de Oostenrijkse dopingdealer Stefan Matschiner. Na alle onthullingen geeft hij het zelf ruiterlijk toe: epo, bloedtransfusies, dynepo.

„Ik ga acht keer de Tour winnen”, had Dekker gemompeld na de slottijdrit van de Tour 2007, twee dagen nadat Rabobank geletruidrager Rasmussen in gewonnen positie uit de wedstrijd had gehaald. De jonge vedette was intelligent genoeg om te doorzien dat hij in een rare wereld leefde. Natuurlijk ging hij geen acht keer de Tour winnen, maar was het ook niet vreemd dat Armstrong zeven keer won? Genadeloos eerlijk kon Dekker soms zijn. „Gaan we weer met z’n allen achter Astana aanrijden”, vroeg hij zich al voor de Tour van 2007 af. Met andere woorden: je moest net als Astana wel doping gebruiken om mee te kunnen doen met de besten.

Een jaar later zat Dekker in zak en as, toen in de Ronde van Zwitserland bekend werd dat de Raboploeg hem niet meenam naar de Tour. Ook toen al gingen dopegeruchten. Waarom hij zijn hart niet luchtte? „Dan vertellen zij misschien wel iets over mij”, zei hij, doelend op de ploegleiding. Met pijn in het hart zag hij later die avond generatiegenoten Wesley Sneijder, Arjen Robben en Robin van Persie schitteren bij het EK. Sportsterren, zoals hij er zelf zo graag eentje had willen zijn. „Zit ik toch in de verkeerde sport.”

Arrogant, oordeelden buitenstaanders. Intimi spraken van een ‘lieve jongen’, die belangeloos voor anderen klaar kon staan. Na zijn dopingschorsing in 2009 raakte Dekker verstrikt in een web van bekentenissen. Voor zichzelf wilde hij uiteindelijk wel genadeloos zijn. Een biecht in boek en op film moesten hem lucht geven voor een comeback in 2011. Maar het wondertalent van weleer haalde nooit zijn oude topniveau. En getuigen over anderen? Dekker sprak na lang aarzelen met antidopingautoriteiten, maakte daar niet louter vrienden mee. Toen het Amerikaanse Garmin vorig jaar zijn contract niet verlengde, stonden de ploegen niet in de rij.

Nog één keer had hij als vedette willen schitteren, met een aanval op het werelduurrecord in februari. Het lukte net niet. „Ik ben mij de afgelopen jaren gaan realiseren dat er meer is in het leven dan wedstrijden winnen”, schreef de dertigjarige Dekker vrijdag in een afscheidsbrief in het AD. Zijn wielerplakboek is vol.