Van WW naar zzp: zo werkt dat

De WW uit door een eigen bedrijf te beginnen. Klinkt leuk. Maar er zijn een hoop regels waar je rekening mee moet houden.

Peter Groenendijk was in dienst bij een reisadviseur. Maar het bedrijf ging failliet en tijdens de WW startte hij als zelfstandig theatermaker. Foto's Andreas Terlaak

Stapels papieren liggen voor haar. UWV-folders over startersregelingen, urenkortingen en plichten, zoals een sollicitatieplicht. Handleidingen voor urenregistraties in rekenprogramma Excel, wijzigingsformulieren en een zelfgemaakt ondernemingsplan. „Je ziet door de bomen het bos niet meer”, zegt Marina van der Meij (37), die vanuit de WW voor zichzelf begon als therapeut.

Een eigen bedrijf beginnen vanuit de Werkloosheidswet (WW): dan kom je terecht in een bureaucratisch web, zeggen zzp’ers in deze positie.

Eerst toestemming krijgen

Hoe doe je dat, een bedrijf starten vanuit de WW? Het begint met toestemming krijgen. Het UWV bepaalt of een WW’er ondernemend genoeg is. Bij David Verwer (39) had dat nogal wat voeten in aarde. Hij werkte bij een zorginstelling, maar zijn contract werd niet verlengd. Verwer belandde in de WW en besloot een „langgekoesterde droom” waar te maken: zijn eigen bedrijf beginnen, Davids Doka Fotografie. Het duurde wel zes maanden voordat Verwer echt van start kon. Wat gebeurde er in de tussentijd?

Wat hem zelf vooral opviel, was de kritische houding van het UWV. Hij voelde zich tegengewerkt. Voordat hij mocht beginnen, waren er verschillende „ontmoedigende gesprekken” met een werkcoach. „Of ik wel wist waar ik aan begon, dat er veel concurrentie was en dat veel ondernemingen strandden.” Op het laatst duurde het drie maanden voordat hij het beslissende eindgesprek met zijn werkcoach kon voeren. Daarna kon hij eindelijk aan zijn ondernemingsplan beginnen.

Dan een ondernemingsplan opstellen

Zo werkt dat, het UWV geeft toestemming na gesprekken met een werkcoach – hoeveel dat er zijn, beslist de coach. Nadat de coach groen licht geeft, stel je een ondernemingsplan op. Wessel Agterhof, woordvoerder UWV: „Als we zien dat je hierin ook serieus in bent, mag je aan de slag als ondernemer.”

Vervolgens kun je bij het UWV kiezen uit drie verschillende trajecten, die maximaal 26 weken duren – behalve als je minder dan die periode recht hebt op WW.

De eerste regeling heet de startperiode. Dit houdt in dat je een half jaar 29 procent minder uitkering krijgt, ongeacht je inkomsten of gemaakte uren. Achteraf hoef je je uitkering niet terug te betalen. In die periode zet je je bedrijf op. Je hebt geen sollicitatieplicht – die je normaal wel hebt met WW. Daarna stopt de uitkering. „Wij gaan er vanuit dat je dan voldoende tijd hebt gehad om je bedrijf op te starten”, aldus Agterhof.

Dat is te makkelijk gedacht, vindt Peter Groenendijk (36), die koos voor deze startperiode. Hij vindt een half jaar krap. Het reisbureau waar hij werkte ging failliet en hij raakte werkeloos. Hij kwam in de WW, aanvankelijk startte hij nog geen ondernemerstraject. Wel begon hij al na te denken over een eigen zaak: theaterproducent Karakter. Tien maanden lang bereidde hij zich voor op zijn onderneming. Netwerken, leren boekhouden, een uurtarief bepalen. Zijn advies is daarom: regel eerst alles voor je bedrijf, behalve je opdrachten. Pas dan vraag je een startperiode aan. Dan heb je al wat tijd gehad om je voor te bereiden. Met zijn onderneming gaat het goed. Opdrachtgevers vinden hem zelf en hij heeft voldoende inkomsten.

Maar wat gebeurt er als het eigen bedrijf binnen het half jaar dat er eigenlijk voor staat niet van de grond komt? Agterhof: „Dan schrijf je je bedrijf uit en vraag je opnieuw WW aan. Tenminste, als je daar nog recht op hebt.”

De urenkorting

Een tweede regeling is de urenkorting. Alle uren die je aan je bedrijf besteedt, geef je dan maandelijks door aan het UWV. Je schat zelf in hoeveel uren je gaat maken. Het gemiddelde van de geïnvesteerde bedrijfsuren wordt ingehouden op je WW-uitkering. Werk je dus wekelijks twintig uur aan je bedrijf met een uitkering van dertig uur, dan krijg je nog tien uur WW uitbetaald. Blijvend, totdat je geen recht meer hebt op WW. Het is de bedoeling dat je voor de resterende uren blijft zoeken naar een baan.

Marina Van der Meij maakte gebruik van de urenkorting. Sinds november 2011 heeft ze haar eigen praktijk Pranamarina, ze werkt als therapeut en helpt mensen met een burn-out, depressie of (sport)blessure. Na overleg met het UWV koos ze ervoor wekelijks acht uur aan haar eigen bedrijf te besteden. „Dat was erg weinig. Zeker omdat je ook indirecte uren moet meetellen, zoals administratie en acquisitie.” Meer uren maken zat er niet in. Ze zou te weinig WW ontvangen om rond te komen.

En er is nog een derde aanpak: je kunt gaan ondernemen zónder behoud van je WW-uitkering. Dan loop je een groot financieel risico: je bent volledig aangewezen op je inkomsten als zzp’er.

Wil je het wel echt?

Genoeg om rekening mee te houden, als ondernemende WW’er. De meeste mensen beginnen hun bedrijf tijdens de WW vooral uit noodzaak, zegt Bert Wams, adviseur ondernemersondersteuning KvK. „Vast werk in loondienst is moeilijk te vinden.”

Van de deelnemers aan het voorlichtingsprogramma ‘Een eigen bedrijf starten vanuit de WW’ gaf 80 procent van de 5.500 deelnemers aan het „als de meest logische optie in deze economie” te zien. 20 procent antwoordde: „Altijd al gewild.” Hoogleraar ondernemerschap Erik Stam herkent deze uitslag. „Er zijn ook veel WW’ers die gaan ondernemen omdat ze zich niet prettig voelden bij hun vaste baan.” Dit laatste geldt ook voor Van der Meij, die zelf de keuze maakte een eigen bedrijf te beginnen. Daarvoor werkte ze negen jaar als projectleider bij onder andere een groot ingenieursbureau. „Ik sliep slecht, had concentratieproblemen en was altijd moe.” Ze besloot haar baan op te zeggen. Zo kwam ze in de WW. Nu doet ze alles op haar eigen manier en dat gaat naar wens.

Driekwart blijft ondernemen

Verwer, Groenendijk en Van der Meij hebben dus een goedlopend bedrijf. Hoe zit dat voor andere startende WW’ers? Uit een eind vorig jaar gepubliceerd UWV-rapport over zelfstandig ondernemen, blijkt dat tweederde van deze ondernemers, net als andere starters, na drie jaar nog steeds actief is als ondernemer. Van de 32 procent die dit na drie jaar niet meer is, werkt de helft weer in loondienst en valt 7 procent terug in de WW.

De succesvolste ondernemers met een WW-uitkering zijn tussen de 35 en 55 jaar. Volgens Stam komt dat omdat deze leeftijdsgroep lastig vast werk vindt vanuit de WW. „Zij hebben inkomens opgebouwd en kiezen niet snel voor werk waarmee ze minder verdienen. Als ondernemer kunnen ze hun inkomen zelf uitbreiden, met veel fiscale voordelen.”

Maar was de moeite die de ondernemende WW’ers in hun bedrijf moesten steken het ook waard? „Het liefst ga je natuurlijk voluit voor je bedrijf”, zegt Marina van der Meij, die inmiddels helemaal uit de WW is. „Gelukkig kan ik dat nu.”