Van der Steur: flamboyant en origineel

Hij steunde het kabinetsbeleid altijd enthousiast. Nu wordt de ras-debater Justitieminister.

De nieuwe minister van Veiligheid en Justitie, Ard van der Steur, is vrijdagmiddag beëdigd door de koning. Foto ANP Phil Nijhuis/ANP

Ard van der Steur verkeerde altijd al in de juiste kringen om ooit minister te worden. En heus niet alléén omdat hij lid was van de Leidse studentenvereniging Minerva. Hij zat eind jaren negentig in debatclub ‘Talleyrand’, naar de Franse staatsman Charles-Maurice de Talleyrand, hét klassieke voorbeeld van politieke flexibiliteit.

Samen met de overleden VVD’er Philippe Brood organiseerde Van der Steur discussieavondjes voor mensen met een liberale inslag en liefde voor een glas goede wijn. Tot de vaste bezoekers behoorden Jort Kelder, Han ten Broeke (nu Kamerlid), Arno Visser (nu lid van de Algemene Rekenkamer) en: Mark Rutte. De huidige premier kent de twee jaar jongere Van der Steur al sinds begin jaren negentig. Geschiedenisstudent Rutte liep toen stage bij het antiquariaat van vader Ab van der Steur in Haarlem.

Gisteren is Van der Steur (45) tot minister van Veiligheid en Justitie benoemd. Met hem krijgt het departement een flamboyant figuur als politieke baas. Als het interieur van zijn kamer in het parlement mee verhuist, krijgt het bezoek straks thee geserveerd uit Delftsblauw servies. En komen er geweien en landelijke schilderijen aan de muur hangen. Zijn huis zal even klassiek zijn ingericht: Van der Steur heeft een appartement in het middeleeuwse Huys te Warmont.

Tweede Kamerleden van andere partijen zien in Van der Steur een hardwerkende, oorspronkelijke collega met een grote joie de vivre. Attent is hij ook. Voor de installatie van SP’er Michiel van Nispen nam hij als enig Tweede Kamerlid een cadeautje mee: een zak tomaten van de biologische markt. Met verschillende tinten rood én groen, zodat de SP’er eens wat verder zou kijken dan altijd maar dat rode. En als Van der Steur boeken over de sociaal-democratie vindt op de marktjes met tweedehands boeken die hij afstruint, dan brengt hij die mee voor PvdA’er Jeroen Recourt.

Van der Steur mag verbaal lenig zijn en de macht van het woord bezitten – Nederlands kampioen debatteren in 1991 – politiek is hij niet altijd handig. Het woord dirigistisch valt. Neem zijn initiatiefwetsvoorstellen rond mediation: Van der Steur wil bemiddeling een wettelijke basis als alternatief voor de rechtspraak geven. Maar als collega-Kamerleden met punten komen die zij graag anders zouden zien, mailt Van der Steur hun staccato terug waarom die ideeën slecht zijn. Een kop koffie drinken en samen even alles doornemen zou hem meer steun opleveren. Dat belooft dus wat voor de cao-onderhandelingen die hij met de politiebonden mag gaan voeren. Mannen uit een totaal andere wereld dan die van hem. Eentje zonder poespas en verbale opsmuk.

Van der Steur begon zijn juridische loopbaan in 1992 als stagiair bij advocatenkantoor Nauta Dutilh. Hij werd er aangenomen door een verre voorganger als minister van Justitie: VVD’er Frits Korthals Altes was toen voorzitter van de maatschap. De jonge jurist begon op de sectie Arbeidsrecht en ging zich later toeleggen op ondernemingsrecht en de procespraktijk. Zijn verbale talent kwam goed van pas. „Debatteren is een kunst die best is aan te leren”, zegt oud-kantoorgenoot Eddie Meijer, „maar Ard is een natural”.

Overdrijving is voor Van der Steur een vast stijlmiddel dat meestal met een licht ironische ondertoon gepaard gaat. Op een boekpresentatie omschreef hij eens aan Ronald van Raak van de SP het klassenverschil tussen hun partijen. „Jouw grootvader was stroper, de mijne was jager.”

Bij Nauta werd hij nooit vennoot Wel bereikte hij de op één na hoogste trede in rang op een groot advocatenkantoor. Hij werd in 2005 benoemd tot salary partner. Dan mag je wel mee vergaderen met de bazen, maar heb je geen stemrecht. Je krijgt geen winstdeling, maar blijft in loondienst.

Het zal voor Van der Steur een van de motieven zijn geweest om in 2008 een eigen kantoor op te richten met een andere structuur. In Leiden startte hij LegalTree. Dat kantoor kent alleen partners, geen medewerkers en stagiairs. Het zorgt voor lagere tarieven voor cliënten en minder kinnesinne en interne concurrentiestrijd. Medeoprichter Sander Oorthuys. „Daarmee wilden we de politiek uit de advocatuur halen.”

Welke visie Van der Steur er nu eigenlijk op de rechtstaat op nahoudt is niet zo evident, de ruim vier jaar dat hij in de Kamer het woord voerde over justitie ten spijt. Hij was wel zo ongeveer de beste advocaat van het kabinetsbeleid die Opstelten en Teeven zich konden wensen. Op uitgesproken eigen opvattingen was hij lastig te betrappen. Althans, in de parlementaire buitenwereld. Op die bewuste maandagochtend twee weken geleden, nadat het digitale afschrift van Cees H. gevonden was, was het Van der Steur die samen met Klaas Dijkhoff uitsprak dat de verdediging die de top van het departement voor Opstelten had bedacht – ‘een digitaal afschrift is geen document’ – van geen kant deugde. Aan dat ministerie mag hij nu leiding gaan geven.