Vaker moslimhaat dan antisemitisme

Moslims en Joden moeten samen optrekken tegen haatgevoelens, vindt

Maarten van der Heijden die zaterdag in Amsterdam mee demonstreert tegen Joden- en moslimhaat.

Joden en moslims lopen van de synagoge bij het Jonas Daniël Meijerplein naar de moskee Al Kabir op de Weesperzijde, Amsterdam. Foto ANP/BART MAAT

Moeten Joden en moslims eensgezind de straat op tegen moslimhaat en antisemitisme? De solidariteitswandeling van Salaam Shaloom langs synagoge, kerk en moskee op zondag 22 februari kreeg kritisch commentaar in Joodse kring. Hier mijn argumenten om als Jood wèl mee te lopen.

In Nederland wonen 50.000 Joden en 850.000 moslims. Volgens de Anne Frank Stichting heeft 35 procent van de docenten in het voortgezet onderwijs te maken met grievende opmerkingen van leerlingen over Joden en met ontkenning van de Holocaust. Echter, 74 procent hoort grievende opmerkingen over de islam. Socioloog Mark Elchardus vond bij onderzoek onder 4.000 Vlaamse leerlingen dat bij zeven procent van de niet-moslims sprake is van antisemitisme en bij 12 procent van moslimhaat. Van de moslimleerlingen heeft 51 procent antisemitische vooroordelen.

Socioloog Ruud Koopmans vergeleek in zes Europese landen vooroordelen van christenen en moslims. Negen procent van de christenen vindt Joden niet te vertrouwen. En 23 procent vindt dat moslims de westerse cultuur willen vernietigen. Bij moslims is meer Jodenhaat : 45 procent vindt dat Joden niet te vertrouwen zijn. Er is dus meer moslimhaat dan antisemitisme, maar antisemitisme komt onder de moslims meer voor.

Het antisemitisme van de Vlaamse moslimjongeren kan volgens Elchardus uitsluitend worden verklaard door hun traditioneel conservatisme. Het hoge niveau van antisemitisme onder moslims heeft geen relatie met andere factoren zoals gezinsinkomen en opleidingsniveau van kinderen en ouders. De onderzoeker stelt: „De islam bakent een sociaal milieu af waarin de communicatieprocessen sterk bijdragen tot antisemitisme”.

Ruud Koopmans stelt dat voor het antisemitisme van de Europese moslims de mate van fundamentalisme beslissend is. Dit bestaat uit drie elementen: terugkeer naar de wortels van het geloof, één interpretatie van de koran en de regels van de koran staan boven de wetten van het land. Andere factoren als opleiding, werk en zelfs de religiositeit zijn ondergeschikt. Hoe fundamentalistischer en conservatiever, hoe antisemitischer.

Nederlandse moslimjongeren zien de islam als kern van hun identiteit. Maar ze maken meer individuele keuzes en onderscheiden zich dus van de oudere generaties. Het onderzoek van Koopmans bevestigt dit: de helft van de in het land van herkomst geboren Europese moslims is fundamentalistisch, terwijl dit percentage bij de tweede generatie moslims is gedaald tot ongeveer 40 procent. De keuze voor een niet-fundamentalistische moderne islam wordt echter bemoeilijkt doordat de jongeren het gevoel krijgen dat ze hier niet welkom zijn.

Dit stemt overeen met de opvallende effecten van het ontmoetingsproject Leer je buren kennen van de Liberaal Joodse Gemeente (LJG) in Amsterdam. ROC-studenten (30 procent moslim, 30 procent christen, 30 procent niet-gelovig) praten één uur met liberale Joden over religie en vooroordelen. De effectstudie onder 340 studenten laat zien dat de islamitische ROC-studenten, voor het LJG-bezoek een negatievere houding hebben ten opzichte van joden dan de christelijke en de niet-gelovige studenten. Vooral bij de moslimstudenten heeft het synagogebezoek een gunstig effect op houding en vooroordelen. Veel moslimjongeren hebben dan voor het eerst contact met Joden. Waarschijnlijk is het sjoelbezoek een eyeopener; het inzicht dat levend Joods geloof samen kan gaan met eigen verantwoordelijkheid, persoonlijke keuzes en pluralisme.

Het verband tussen religie en vooroordeel blijkt paradoxaal: religies prediken verdraagzaamheid en tolerantie, maar binnen geloofsgemeenschappen zijn er in-group stereotypen en vooroordelen. Uit veel wetenschappelijk onderzoek blijkt dat contact tussen groepen vooroordelen vermindert. Met name als die groepen een gemeenschappelijk doel hebben. En dat hebben moslims en Joden. Geweldsincidenten tegen moslims vertonen pieken bij ingrijpende politieke gebeurtenissen en bij terroristische aanslagen. Voor Joden geldt hetzelfde als de spanningen tussen Israël en de Palestijnen toenemen. Het tegengaan van geweld tegen Joden en moslims en het verdedigen van de vrijheid van godsdienst, van meningsuiting (en kleding) en de democratische rechtsstaat (beveiliging, aangifte bij de politie, etc.) is dus een gemeenschappelijk belang.

Door mee te doen met solidariteitsdemonstraties als die van Salaam Shaloom kunnen Joden en moslims elkaar steunen en zo tegelijk angst en vooroordelen verminderen. Ikzelf heb het als hartverwarmend en ook geruststellend ervaren hoe we op 22 februari met vierhonderd orthodoxe en liberale Joden, moslims, christenen en atheïsten na afloop van de Salaam Shaloom-wandeling in de moskee gastvrij werden ontvangen met thee, koffie, cake en een vrijheids-rap.