Uitermate zuur papje

foto arjen born

Vorige maand verscheen er een boeiend artikel op Motherboard, één van de online kanalen van het Amerikaanse magazine Vice. Het artikel beschrijft hoe Cecilia Westbrook, een geneeskunde- en psychologiepromovenda uit Madison, Wisconsin, een poging had gedaan om yoghurt te maken met haar eigen vaginale bacteriën.

Een uitermate goor en tegelijk fascinerend verhaal. En het sluit naadloos aan bij de moderne ontwikkelingen in de microbiologie. Een aantal van de belangrijkste ontdekkingen van de afgelopen jaren zijn niet bepaald geschikt om aan de eettafel te bespreken.

Darminfecties worden tegenwoordig niet meer met antibiotica behandeld maar met een dosis transplantatiepoep. Men raakt doordrongen van het belang van de vaginale en fecale flora die tijdens de geboorte van moeder op kind worden overgedragen. De verschillen die er werden gevonden tussen de darmflora van vaginaal geboren baby’s en baby’s die met de keizersnee kwamen, zette microbioloog Rob Knight er toe aan om zijn eigen – met een spoedkeizersnee geboren – dochter in te smeren met de vaginale vloeistoffen van de moeder.

Microbiologie gaat niet alleen meer over cholera en tuberculose en salmonella. Het tijdperk waarin we elke bacterie vies vonden en met een vrachtlading antibiotica wilden doden is aan het eindigen. Wereldwijd zijn mensen geboeid door de positieve invloed die bacteriën kunnen uitoefenen op onze gezondheid.

Zo ook Cecilia Westbrook. Op een dag bespreekt ze met een vriendin de mogelijkheid om een extra gezonde yoghurt te maken met haar eigen bacteriën. Grappen over de probiotische effecten van orale seks zijn snel gemaakt en er zijn ook duizend-en-één hilarische namen te bedenken voor het eindproduct. Maar Westbrook neemt het tegelijkertijd ook serieus. Een snelle zoektocht op internet levert niets op, terwijl er voor mannelijke sappen een heel kookboek beschikbaar is. Ze besluit het zelf te proberen: neemt een houten lepel, bemonstert haar eigen vagina en roert het door een kom melk.

Het resultaat? Een uitermate zuur papje. „Ze vergeleek het met Indiase yoghurt en at het op met blauwe bessen”, schrijft de vriendin op Motherboard. Meer details zijn er niet.

Was Cecilia Westbrook gek? Vast wel. Maar het verband dat ze zag tussen vaginale bacteriën en yoghurt klopt wel degelijk. Lactobacillus, is de naam. Ik deed onderzoek tijdens mijn promotieonderzoek naar een probiotische Lactobacillus die in yoghurtjes wordt gebruikt. Die bacterie verschilt eigenlijk niet bijzonder veel van de vaginale bacteriën die ik nu tijdens mijn postdoconderzoek bestudeer in het Lewis lab bij de Washington University in St. Louis. De yoghurtbacterie bulgaricus, de – als probioticum vermarkte – soorten acidophilus en johnsonii en de vaginale lactobacillen lijken genetisch sterk op elkaar. Ze produceren allemaal een indrukwekkende hoeveelheid melkzuur, zowel in de vagina als in de yoghurt. Verder voelen ze zich, in tegenstelling tot vele andere bacteriën, senang in die zure omgeving. Het zijn liefhebbers van zuur, wat de soortnaam acidophilus ook onderstreept.

Westbrook beweert in een interview met feministisch blog Jezebel dat we ontzettend weinig weten over de vaginale flora, maar dat is onzin. Tijdens het human microbiome project, een groot Amerikaans initiatief om alle gemeenschappen van micro-organismen van het menselijk lichaam in kaart te brengen, zijn er uitgebreid monsters genomen uit vagina’s en werd de genetische informatie van meer dan 400 soorten vaginale bacteriën in kaart gebracht.

Het leverde boeiende resultaten op. De vagina ziet er microbiologisch gezien heel anders uit dan de rest van het lichaam. Zo huisvest de darm wel duizenden verschillende soorten bacteriën, de mond tientallen, en die soorten verschillen ook nog eens sterk per persoon. De vagina is anders: niet alleen vindt je er veel minder soorten, vrouwen verschillen veel minder van elkaar. De flora zijn aan verandering onderhevig, tijdens seks, menstruatie en zwangerschap.

Maar tussen puberteit en menopauze is er één soort die de meeste vagina’s overheerst: Lactobacillus. En dan niet zomaar een Lactobacillus maar één of twee van maar vier soorten, die ook nog eens sterk verwant zijn: crispatus, jensenii, gasseri en iners. Waarom die soorten zich zo thuis voelen in de vagina is onduidelijk. Opvallend is dat bij onze naaste verwanten – chimpansees, bavianen, mangabeys – die lactobacillen nauwelijks terug te vinden zijn. Er is zelfs nog geen enkele apensoort gevonden met een zure vagina. Het is een nogal menselijk verschijnsel.

Bij de minderheid van vrouwen die geen lactobacillen bij zich dragen zie je vaak een enorme verscheidenheid aan andere soorten zoals Gardnerella, Prevotella en Atopobium. Dat noem je bacteriële vaginose. In Nederland heeft naar schatting tussen de 5 en 15 procent van de vrouwen vaginose. Ze hebben een afwijkende flora die soms onopgemerkt blijft, maar ook medische problemen kan opleveren. Die problemen zijn soms onschuldig: een afwijkende afscheiding en geur. Maar soms is het ernstig. Vrouwen zonder lactobacillen hebben grotere kans om geïnfecteerd te raken met soa’s als ze seks hebben met een besmette man. Er is een correlatie tussen vaginose en urineweginfectie. En zwangere vrouwen zonder lactobacillen hebben grotere kans op vroeggeboorte.

Kortom, het is te hopen dat Westbrook geen vaginose had op het moment dat ze haar bacteriën oplepelde, en niet alleen voor haar eigen gezondheid. Als het al gelukt was om melk te fermenteren met vaginosebacteriën, had het een onwaarschijnlijk smerige substantie opgeleverd. Iets dat vermoedelijk had geroken naar rotte vis.

Waar het yoghurtje van Westbrook precies naar rook, vertelt het verhaal niet. Maar het klinkt alsof haar vaginale beestjes na een nachtje in de melk wel degelijk een op yoghurt lijkend product opleverde. Kan het dan echt? Kunnen die vaginale lactobacillen dan net zo goed melk fermenteren, verzuren en indikken als hun yoghurt-neefjes?

Uit het experiment dat ze zelf uitvoerde valt niet veel te concluderen. De hypothese was aardig, de uitvoering armoedig. Vooral die houten lepel baart zorgen. Hout heeft zijn eigen flora. In een houten vat kan je van druivensap wijn maken, zonder een aparte cultuur toe te voegen. Dan gebruik je dus allerlei wilde ongetemde gisten die in het vat huizen. Dat is hartstikke ambachtelijk, maar je hebt geen idee wat je aan het doen bent. Het kan best dat een inwoner van de lepel enthousiast heeft meegefermenteerd.

Om yoghurt te fermenteren heb je namelijk meer nodig dan alleen een Lactobacillus. In bijna alle yoghurtculturen zitten minimaal twee soorten: een Streptococcus thermophilus (voluit Streptococcus salivarius subsp. thermophilus) en een Lactobacillus bulgaricus (voluit Lactobacillus delbrueckii subsp. bulgaricus). Elke yoghurt die je in de supermarkt koopt is het resultaat van een prachtig duet tussen die twee. Lactobacillus groeit in zijn eentje maar moeizaam in melk, maar met Streptococcus naast zich gaat hij als een trein. Zijn fermentatiepartner voert hem zijn broodnodige mierenzuur, foliumzuur en vetzuren. Hetzelfde geldt voor Streptococcus. In zijn eentje komt hij nauwelijks uit de startblokken in melk. Hij heeft Lactobacillus nodig om de melkeiwitten voor hem voor te kauwen zodat hij de brokjes kan gebruiken om zijn eigen eiwitten op te bouwen. Samen vormen ze een gouden duo dat jaarlijks wereldwijd miljarden liters aan melk omzet in zachte romige yoghurt.

Het lijkt mij dus onwaarschijnlijk dat die vaginale lactobacillen in hun eentje die melk hebben gefermenteerd. Maar om er zeker van te zijn deed ik een klein proefje. Uiteraard niet met mijn eigen bacteriën, dat is privé, maar met een aantal verschillende lactobacillen van een cohort van zwangere vrouwen wiens flora wij onderzoeken in het lab waar ik werk. Het proefje liet zien dat de vaginale lactobacillen waardeloze melkverzuurders zijn. Ik testte twee stammen van elk van de vier meest voorkomende soorten (crispatus, iners, gasseri en jensenii). In totaal acht bacteriën van wie het maar één lukte om de melk enigszins te verzuren. En dat leverde dan vooral een korrelige substantie op, zure melk, met vermoedelijk veel geprecipiteerd melkeiwit. Het was in ieder geval geen mooie zure romige yoghurt.

Conclusie: de yoghurt van mevrouw Westbrook zal zeer waarschijnlijk een mix van verschillende bacteriën hebben bevat. Het zou kunnen dat een aantal van die bacteriën een vaginale oorsprong hadden, maar het zou ook kunnen dat een aantal uit de houten lepel kwamen, of uit de lucht, of van het aanrecht, of van onder haar vingernagel.

Dat neemt niet weg dat het een interessant idee blijft om je eigen bacteriën te gebruiken. Dat hoeft niet per se zo vies te zijn als in het verhaal. Een bacterie is een levend wezen, vernieuwt zichzelf. Je kunt hem eenvoudig uit een vagina halen, en hem tientallen keren laten vermenigvuldigen op een groeibodempje. Dan zit er geen molecuultje vagina meer in.

Zo’n bacterie zou je dan aan een paar testjes kunnen onderwerpen, om er zeker van te zijn dat je niets ziekmakends te pakken hebt. En dan zou je er vervolgens van alles mee kunnen doen. Een yoghurt proberen te maken, misschien lukt dat wel degelijk met een Streptococcus erbij. Je zou het ook gewoon aan bestaande yoghurt kunnen toevoegen voor je eigen hyperindividuele krachtontbijt.

Maar er zijn meer toepassingen dan alleen in de yoghurt. Ik zie voor me hoe een vrouw in de toekomst een aantal ampulletjes, een ‘backup’ van haar eigen bacteriën in de vriezer bewaart, om in te brengen op momenten dat haar flora een beetje ondersteuning kan gebruiken, na een seksuele uitspatting, na een ongesteldheid, na een antibioticakuur, of misschien wel om keizersneekinderen mee in te smeren.

Cecilia Westbrook mag dan ietwat onbeholpen te werk zijn gegaan, het verhaal past in de belangrijke trend van anti- naar probiotica. En die onsmakelijkheid? Daar moeten we ons maar even overheen zetten.

    • Rosanne Hertzberger