Trots? Ach, het is mooi dat ik erbij mag zijn

Jos de Blok (54)

is oprichter, directeur en bestuurder van Buurtzorg, een thuiszorgorganisatie zonder management.

Natuur

„Solidariteit speelde een grote rol in ons gezin. Er kwamen veel mensen over de vloer die het niet makkelijk hadden en we ondersteunden vluchtelingen uit Eritrea. Toen ik een jaar of twaalf was, wilde ik priester of missionaris worden. Het geloof viel weg, maar de wens iets goeds te doen voor de wereld bleef. Ik had talent voor economie. Op de heao vond ik het interessant te begrijpen hoe organisaties werken en hoe beslissingen worden genomen. Maar al snel raakte ik verontwaardigd: waarom willen mensen zo graag iets te zeggen hebben over anderen en waarom baseren we onze systemen daarop?”

Pijn

„Ik begon als wijkverpleegkundige onder ideale omstandigheden. Maar begin jaren negentig kwamen er fusies en reorganisaties en steeds meer managers om organisaties zogenaamd te professionaliseren. Alles werd beredeneerd vanuit efficiëntie en kostenreductie en niet meer vanuit de patiënt. Die kreeg opeens elke dag een andere zorgverlener in huis. Toen ik me daartegen verzette, verweet mijn leidinggevende me ‘een destructieve invloed op het team’. Dat raakte me diep. Ik kreeg depressieve klachten. Dacht: zo kun je dus iemand beschadigen vanuit een hiërarchische positie.”

Vernieuwing

„Ik ging op zoek: hoe kan ik hier positief mee verder. Als directeur ging dat moeizaam. Mijn plannen waren bedreigend voor collega’s: ze gingen over minder management. Ik had elke maand wel een goedmaaklunch. Eind 2005 begon het idee voor Buurtzorg vorm te krijgen. Een goede vriend bedacht hoe we met IT de bedrijfsvoering en administratie konden automatiseren. In die tijd kwam ook Facebook op, daar konden we een community bouwen waar werknemers informatie konden uitwisselen. Dat was een geniale zet van die vriend. Het werd de basis voor een organisatie zonder management, met zelfsturende teams.”

Interactie

„Halverwege 2007 ging het opeens als een trein. Vanuit het hele land meldden zich groepjes verpleegkundigen die een team wilden beginnen. Ik zat elke avond in weer een andere huiskamer, vooral met vrouwen van rond de vijftig, altijd loyaal geweest aan de opvolgende werkgevers en nu namen ze ontslag. Omdat ze niet meer konden corrigeren voor de weeffouten van hun organisatie. Ze gingen ervoor, vol overtuiging, een plezier om te zien. Er waren veel brandjes te blussen, collega-organisaties die dreigden met procedures, maar de energie was veel sterker dan de lelijke dingen.”

Overtuiging

„Ik praat al jaren mee in Den Haag over hoe we de zorg anders kunnen inrichten. Daar gaat zeker iets wezenlijks van komen. Er zijn in de zorg te veel mensen bezig met dingen die niet nodig zijn voor het leveren van zorg. Dat is verspilling van gemeenschapsgeld en de capaciteiten van mensen die het echte werk doen. Die analyse geldt maatschappij breed. Wat dacht je van banken? Ook managementwetenschappers zoals Henry Mintzberg zeggen dat we naar netwerkorganisaties moeten. Ik denk dat wij de voorhoede vormen, verandering is onontkoombaar. Dat verklaart voor mij de interesse uit de hele wereld voor ons model.”

Weerstand

„Onze groei moet worden gefinancierd door de zorgverzekeraars. Inmiddels hebben we 9000 werknemers en een omzet van 280 miljoen euro. Als wij meer zorg leveren dan het voorgaande jaar, moeten zij de thuiszorgpot anders verdelen. Zeker in de eerste jaren waren dat vaak intimiderende gesprekken, ik aan de ene kant van de tafel, zes man aan de andere kant. Ik heb moeten leren omgaan met de spanning van dit soort gedoe. Op de terugweg bel ik een vriend of mijn vrouw, iemand die relativeert en waar ik energie van krijg. Sporten helpt ook. Ik kan even melancholisch zijn, maar de dynamiek beurt me snel weer op.”

Visioen

„In april starten veertig pilots met Buurtzorg in Japan, via een franchiseconstructie. Ik ben persoonlijk aangeschoven bij de minister om afspraken te maken, zodat ons initiatief gesteund wordt door overheidsbeleid. Dan staat het steviger. Trots? Ach, ik vind het mooi dat ik erbij mag zijn. Dat er ver weg mooie dingen gebeuren naar ons voorbeeld, geeft een goed gevoel. Ooit zou ik me willen inzetten voor de Wereldgezondheidsorganisatie. Stel dat je in derdewereldlanden het beetje geld dat er is echt aan artsen en verpleegkundigen kunt besteden, dan kan je zoveel doen. Maar eerst moet het hier voor elkaar zijn.”